Van Aartsen wast PVV-spin wel de oren

door GB op 03/10/2011

in Decentralisatie, Haagse vierkante kilometer

Het Sharia-debat van Van Klaveren was vorige week niet de enige fact-free-ballon van de PVV die leegliep. In de Haagse gemeenteraad stond Machiel de Graaf, tevens senator, eveneens verontwaardigd te springen op een lek luchtbed. Aanleiding: het verhuisde homostel.

De inzet leek duidelijk: burgemeester Van Aartsen, die destijds Wilders uit de VVD-fractie gooide, zou eens stevig worden ingesmeerd met Wolfsen-beeldvorming: een geterroriseerd homostel haalt bakzeil en de burgemeester piept iets over een ‘knoop in de maag’. Oftewel: slap multicultureel falen ten koste van de fundamentele taak van de staat: veiligheid bieden.

De opzet lukte niet, mede dankzij een magistraal optreden van Van Aartsen zelf. Waarom het hem wel lukte? Op dezelfde manier terugslaan. Niet met ‘doe zelf normaal’, maar door op dezelfde manier de beeldvorming inzetten.

Het begon zoals men zich zo vaak tegen de PVV wapent: een volle feitelijke tegenaanval. Zo ook Van Aartsen. Hij isoleerde de meest vergaande PVV-spin, de stelling ‘dat de politie niets gedaan had’, en gaf gelegenheid aan de PVV om die bewering staande de vergadering in te trekken. Die verrassingsaanval drukte Machiel meteen in het defensief, maar bracht hem niet van zijn stuk. Dus bracht Van Aartsen een feitelijke notitie in het debat waarin alles opgesomd stond wat er gebeurd was. Op 22 augustus een melding, de volgende dag neemt de wijkagente contact op, pas een paar dagen later is het homostel beschikbaar voor een afspraak en inmiddels zijn ze al verhuisd. Voor maximaal effect had Van Aartsen de wijkagente in kwestie op de publieke tribune laten plaatsnemen. ‘De politie heeft niets gedaan? Dit is wat ze gedaan hebben. De wijkagente bestaat, en ze zit daar!’

Daarmee had Van Aartsen het speelveld verlegd tot de vraag of je nu samen met de politie tegen homodiscriminatie vocht, of de integriteit en inspanningen van de agenten recht in hun gezicht durfde te ontkennen.

De PVV had de aanval al versmald tot het verwijt dat de burgemeester stukken aan de media had gegeven waarin de naam van het complex voorkwam waar het homostel nu woonde. Daarmee had hij hun veiligheid ‘ernstig in gevaar gebracht’ probeerde Machiel, maar Van Aartsen trok zich op dit punt terug in juridische techniek. De naam van een complex was geen NAW-gegeven, en dus geen onderdeel van de privacy. De materiële aanval liet hij over aan de raad. Die vroeg zich namelijk af waaruit het veiligheidsrisico dan bestond. Het ging immers om schooljochies die iemand de buurt uit wilden pesten. Niet om een professionele bende potenrammers die de stad afspeurt naar hun ondergedoken slachtoffers.

En zo viel de zo stevig ingezette aanval op Van Aartsen helemaal stil. Machiel schutterde wat over dat de motie van wantrouwen toch vooral een signaal was, dat ‘de PVV altijd opkomt voor de politie’, en dat Van Aartsen ‘opgeblazen bewoordingen gebruikte.’

Wie een PVV’er hoort klagen over ‘opgeblazen bewoordingen’ weet dat hij gewonnen heeft.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: