Van der Hoeven probeert Splitsingswet nog te redden

door GB op 14/07/2010

in Haagse vierkante kilometer

Op EZ hebben ze het tegenwoordig maar druk met dat Europese recht. Als de Staten-Generaal het dreigt te schenden grijpt Van der Hoeven in. Als de rechter echter vindt dat het al geschonden is, dan ook.

Eerst de kwestie van de Staten-Generaal. Bedrijven mogen naar Europees Recht geen concurrentieafspraken maken, behalve als het om zogenaamde ‘bagatel’-afspraken gaat: afspraken tussen twee loodgieters die ieder een helft van het dorp bedienen; klein bier dus. Maar waar ligt de precies de grens? Een initiatiefvoorstel van de centrumcombinatie Ten Hoopen, Vos en Aptroot (CDA, PvdA en VVD) om de grenzen op te rekken werd in beide kamers met ruime steun aangenomen. Ondanks de waarschuwingen van de minister dat het voorstel mogelijk in strijd kwam met Europees recht. Kennelijk wilden de kamers nu even niet het beste jongetje uit de Europese klas zijn, en wilden ze ook wel eens de grenzen opzoeken.

Ver komen ze daarmee niet. Van der Hoeven heeft de bekrachtiging van het wetsvoorstel min of meer in de handen van de commissie gelegd. Ze heeft een soort prejudiciële vragen aan de Europese Commissie gesteld en zal afhankelijk van het antwoord een besluit nemen over de bekrachtiging.

Een stuk minder Europafreundlich heeft ze gereageerd op de rechterlijke uitspraken over de Splitsingswet. Na de ‘stoel van de wetgever’-retoriek in de eerste reactie volgde een brief met meer argumenten. Van der Hoeven herhaalt haar chagrijn over de rechterlijke interventie vooral met klassieke Trias-retoriek. Ze vindt dat de rechter een afweging heeft getoetst die op het terrein van de politiek ligt (wat is noodzakelijk om het publieke belang van de leveringszekerheid te borgen) en waar zowel regering als de Staten-Generaal lang bij stil hebben gestaan. Naar Europees recht was het in ieder geval niet nodig om zo indringend te toetsen, aldus de minister.

Opvallend is verder dat de minister in haar brief de effecten van de uitspraak tot een minimum terugbrengt. Het Gerechtshof richtte zijn pijlen op het ‘groepsverbod’: het verbod dat bedrijven die energie leveren niet ook de kabels mogen aanleggen; bedrijven moeten gesplitst zijn. Maar het ‘privatiseringsverbod’ staat nog overeind, aldus de minister. Dat is het verbod om ongesplitste bedrijven te privatiseren. Vraag voor de kenners van het Europese recht: in hoeverre raken de bezwaren van het Gerechtshof ook het privatiseringsgebod?

Ondertussen is Van der Hoeven er alles aan gelegen om het Gerechtshof weer terug in het hok te krijgen. Een van de argumenten van de rechter was dat het privatiseringsgebod vooral in een AMvB stond, en dus makkelijk kon worden gewijzigd. De minister betwist die conclusie (er geldt bijvoorbeeld een voorhangprocedure) maar tegelijk kondigt ze aan dat ze het privatiseringsverbod in een formele wet zal opnemen.

Als het Gerechtshof zich breed had gemaakt, en zich uitsluitend op het recht van het Heilige Europese Rijk had gebaseerd, dan had de minister slechts de interpretatie daarvan kunnen betwisten. Door echter ook factoren mee te wegen die wel in de macht regering en Staten-Generaal liggen, heeft het Gerechtshof voor flexibiliteit gezorgd. Een volgende rechter heeft de ruimte om – zonder het meteen oneens te hoeven zijn met het hof – een nieuwe afweging te maken waarin deze felle reactie van de minister kan worden meegenomen. We zullen zien of dat meteen al de Hoge Raad is, bij wie de Staat in cassatie is gegaan.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: