Varkenshouders & schadevergoeding

door GB op 08/09/2011

in Rechtspraak

Opgepikt van het veelbelovende nieuwe Cassatieblog van Pels: een nawee in de procedure van varkenshouders tegen maatregelen om iets aan de mestproblematiek te doen. Lees: het aantal mestproducenten beperken. Lees: forse economische schade voor de varkensboeren.

De boeren haalden een kleine overwinning toen de Hoge Raad oordeelde dat er in een individueel geval sprake kon zijn van onevenredig schadelijke regulering van eigendom, en dat zou in strijd zijn met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Of zich zo’n geval voordeed, moest het hof in Arnhem maar uitmaken. Dat hof oordeelde van een geval dat er inderdaad schade vergoed moest worden. De Staat vond dat nog steeds te royaal en ging opnieuw in cassatie. Het cassatieberoep werd onlangs verworpen. Hoe dat zit, staat goed uitgelegd in de blogpost van een van de advocaten van de Staat.

Er gebeurde echter nog iets anders. Toen de Staat in cassatie ging, volgde de varkensboer met een eigen cassatieberoep, met een interessante poging om uit de grenzen van de rechtsstrijd te breken. Normaal is het zo, dat als de Hoge Raad je voor een deel gelijk geeft, de procedure verder alleen nog maar mag gaan over dat deel. De argumenten die door Hoge Raad zijn verworpen, blijven dat. Desondanks voerde de varkensboer zijn oorspronkelijke stellingen nog maar een keertje op. Daarvoor had hij een bijzonder argument: omdat het om artikel 1 van het Eerst Protocol van het EVRM ging, moesten alle procesrechtelijke bepalingen die proberen een einde te draaien aan de rechtsstrijd, buiten toepassing worden gelaten. In een extreme variant: een beroep op het EVRM moet altijd en overal kunnen, omdat dat soort recht immers in staat is om alles en iedereen van nationale herkomst buiten toepassing te laten.

De Hoge Raad reageert daarop met deze overweging:

Onderdeel 14 klaagt dat het hof heeft miskend dat het ondanks het bepaalde in art. 424 Rv. ingevolge art. 94 Gw. niet was gebonden aan het oordeel van de Hoge Raad indien dat oordeel, zoals door NVV c.s. is betoogd, in strijd is met art. 1 lid 1 Eerste Protocol. De klacht kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, nu de Hoge Raad ook thans nog volledig onderschrijft hetgeen hij in zijn arrest van 16 november 2001 heeft geoordeeld.

Zolang de Hoge Raad nog inhoudelijk bij zijn standpunt blijft dat geen sprake is van strijdigheid met artikel 1 EP EVRM, bestaat er dus geen belang bij een betoog dat uitgaat van het tegenovergestelde. Daarmee schuift de Hoge Raad de vraag naar wat er moet gebeuren als hij wel vindt dat het inhoudelijke oordeel eigenlijk anders had moeten luiden, vooruit. En wel tot het moment waarop de Hoge Raad vermoedelijk inderdaad inhoudelijk zou willen ‘omgaan’.

Overigens denk ik dat er dan goede argumenten zijn om de stelling van de varkensboer inhoudelijk af te wijzen. De Advocaat-Generaal noemt er een paar. Maar beter nog zou het zijn als de Hoge Raad er voortaan voor zou kiezen om dit soort nadeelcompensatie niet meer over de band van het EVRM te spelen, maar te laten rusten op een nationaal egalite-beginsel. Niet dat het argument dan volledig van tafel is, maar iets minder afhankelijk van artikel 94 Grondwet worden de grenzen van de rechtsstrijd daarmee wel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: