Verbieden bierfiets blijkt misbruik van bevoegdheid

door FTG op 07/12/2016

in Bestuursrecht, Decentralisatie, Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Verbieden bierfiets blijkt misbruik van bevoegdheid

Het centrum van Amsterdam heeft een grote aantrekkingskracht op mensen die een vrijgezellenfeestje te vieren hebben. Dat leidt vaak tot droevig stemmende taferelen. Dat het altijd nog erger kan bleek echter toen de bierfiets zijn intrede deed. Los van de scherp in het oog springende esthetische nadelen, veroorzaakt de bierfiets ook nog eens aanzienlijke overlast van andere aard.

Dit is de gemeenteraad van Amsterdam niet ontgaan. Daarom heeft de raad aan de APV een artikel 2.17a toegevoegd. Daarin is bepaald dat het de bestuurder van een groepsfiets verboden is zich met een groepsfiets te bevinden op door de burgemeester aangewezen gebieden, wegen of weggedeelten. Uit de toelichting bij dat artikel blijkt dat de bevoegdheid niet bedoeld is om gewone tandems te verbieden. Dat begrijp ik dan weer niet; het lijkt me een gemiste kans.

Op grond van deze bevoegdheid heeft de burgemeester kort gezegd het centrum van Amsterdam aangewezen als gebied waar het verboden is voor de bierfiets. Bierfietsexploitanten hebben daarop bezwaar gemaakt tegen dit besluit en in afwachting van de beslissing op bezwaar de voorzieningenrechter gevraagd het besluit te schorsen.

De rechter constateert dat de burgemeester het bewuste gebied heeft aangewezen om overlast te voorkomen, maar ook om verkeershinder tegen te gaan. Uit de wegenverkeerswet blijkt echter, zo constateert de rechter, dat als het gaat om verkeersbesluiten, de bevoegdheid om te beslissen bij het college van B&W hoort te liggen en niet bij de burgemeester. Bovendien staat artikel 2.17a van de APV in het hoofdstuk Orde en Veiligheid, zodat de belangen die de burgemeester bij zijn afweging mag betrekken beperkt zijn tot de openbare orde en veiligheid. Hij had de verkeershinder daarom niet mee mogen wegen. Het gaat hier dus in feite om misbruik van bevoegdheid.

Dan is vervolgens de vraag of het besluit om het centrum aan te wijzen als gebied waar het verboden is voor bierfietsen, voldoende is gemotiveerd met het oog op het belang van de openbare orde. Ook dat is volgens de voorzieningenrechter niet het geval. Dat er sprake is van overlast is vooral gemotiveerd aan de hand van bij de gemeente binnengekomen klachten. Een aanzienlijk deel van die klachten heeft slechts betrekking op verkeersoverlast en is dus, bij het gebruik van deze bevoegdheid, niet relevant. Van het overige deel is niet precies duidelijk waar de klachten betrekking op hebben.

Bovendien is de burgemeester vergeten de belangen van de ondernemers die de bierfietsen exploiteren voldoende mee te wegen. Uit de motivering bij het besluit blijkt in ieder geval niet dat dit gebeurd is. Ondernemers die in het centrum zijn gevestigd, kunnen, als zij daar gevestigd blijven, de bierfietsen ook niet meer verhuren buiten het centrum, omdat de fietsen, zonder het verbod te schenden, niet het gebied kunnen bereiken waar het verbod niet geldt. Dat heeft voor de betrokken ondernemers vermoedelijk het gevolg dat zij hun bedrijf niet kunnen voortzetten. De burgemeester had ook dat belang bij de afweging moeten betrekken, aldus de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter zegt natuurlijk niet dat dat belang doorslaggevend moet zijn, maar er moet wel iets over gezegd worden, ongeacht hoe de afweging uiteindelijk uitvalt.

Het besluit is dus slordig genomen. Artikel 2.17a zelf is trouwens ook slordig tot stand gekomen. In de toelichting daarbij wordt aangenomen, zoals ook de burgemeester deed, dat de verkeersveiligheid mede een rol kan spelen bij de aanwijzing door de burgemeester van het gebied waar het voor bierfietsen verboden is. Dat is niet alleen in strijd met het systeem van de wegenverkeerswet, maar eveneens met dat van de gemeentewet. Het is bovendien ook in strijd met het systeem van de APV zelf: bevoegdheden geplaatst in hoofdstuk twee zien immers slechts op de openbare orde.

Betekent dit dat het bierfietsverbod voor het centrum hiermee definitief van de baan is? Natuurlijk niet. In de eerste plaats betreft het slechts een schorsing van het besluit, niet een vernietiging daarvan. Bovendien kunnen de gebreken in de beslissing op bezwaar vermoedelijk makkelijk gerepareerd worden. De belangen van de ondernemers kunnen verdisconteerd worden door een corridor te creëren waarmee de fietsen vanuit het centrum buiten het centrum kunnen geraken, een oplossing waar de voorzieningenrechter ook op zinspeelde. Als die oplossing in de ogen van de burgemeester niet wenselijk is, kan hij zelfs nog pogen gemotiveerd te onderbouwen dat de belangen van de ondernemers niet opwegen tegen de openbare orde-aspecten die in het geding zijn. De motivering dat het besluit nodig is met het oog op de openbare orde moet ook niet zo moeilijk te geven zijn. Dat kan bijvoorbeeld door de klachten die in verband daarmee binnengekomen zijn beter te specificeren.

Dus mijn advies aan mensen wier grootste wens het is nog eens met een bierfiets door het centrum van Amsterdam te rijden is: a. doe het niet, maar b. als het dan moet, doe het dan snel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: