Vergelding is zo gek nog niet

door IvorenToga op 02/10/2012

in Rechtspraak

Post image for Vergelding is zo gek nog niet

Vanaf de Verlichting tot op heden wordt voluit beleden dat de mens verbeterbaar is en dat we zijn misdragingen niet moeten vergelden omdat vergelding uit de tijd is. Wij zouden moreel hoogstaande wezens zijn die de misdrager beter kunnen verheffen door hem te helpen zodat hij zich niet opnieuw misdraagt. De werkelijkheid wijst anders uit. We vergelden kwaad met kwaad, maar zo verkeerd is dat niet als we de straf en de strafdoelen anders definiëren. We vergelden naar de mate van schuld en de vrijheidsstraf is een goede straf waarbij de veroordeelde zichzelf moet herpakken in een gestructureerd leef- en werkverband.

De nare smaak die vergelden bij velen oproept, ontspruit aan het gevoel dat we met vergeldend straffen barbaars bezig zijn. De keuze voor de misdaad hangt vaak samen met een beroerde jeugd, met verkeerde vrienden en zo verder. Als die criminogene omgeving maar veranderd wordt en de misdoeners gedragsalternatieven worden aangereikt, dan zal de terugval in nieuwe misdaden verminderen. Vele verlaters van de gevangenis vallen terug in strafbaar gedrag, ziedaar het bewijs dat vergelden en gevangenis verkeerde partners zijn. Voort maar weer op zoek naar een alternatief voor de gevangenisstraf.

Over de vergelding wordt veel onzin geschreven. Bij het afscheid van Knigge als hoogleraar strafrecht in Groningen schreef ik in een feestbundel voor hem (zie “De vergelding van Knigge”, in het bijzonder Beelden ten geleide) dat Knigge het met zijn oratie over de positieve betekenis van de vergelding goed zag. Vergelden is ingebakken in het menselijk gedrag. In het oud-testamentische recht vormde de uitdrukking “Oog om oog en tand om tand” geen archaïsche wraakneming maar een matigingsvoorschrift. Wie een tand was uitgeslagen mocht de dader niet meer dan een tand ontnemen. Dit voorschrift leeft nog steeds voort in ons strafrechtelijke uitgangspunt dat gestraft wordt naar de mate van schuld. De boete voor de schuld moet recht doen aan de ernst van het misdrijf en aan de persoon van de verdachte.

Luiden de hoge recidivecijfers het failliet in van de gevangenis en van het geldende vergeldingsbegrip? Dat vond ik in 2002 niet (zie “Schuld, boete en een ruim vergeldingsbegrip. Over reële kansen en kansloze verwachtingen van de straf”) en dat vind ik nu nog niet. Een van de teleurstellingen in het strafrecht van de laatste eeuw komt voort uit de niet ingeloste euforie over de werking van de vele verbeterprogramma’s die met name de reclassering het licht heeft doen zien. Deze hoop is voor een belangrijk deel te verklaren uit de vermeende zegeningen van de gedragswetenschappen. Een ruim vergeldingsbegrip lost deze teleurstellingen op. Indien strafrecht geassocieerd wordt met moraal, dan levert een misdrijf en de bijbehorende veroordeling een morele schuld van de misdadiger jegens de samenleving op die de veroordeelde echter zelf moet inlossen.

Als de vergelding het wezen van de straf is, komt het er op aan of het effect van de gevangenisstraf de veroordeelde bevrijdt van zijn morele schuld. Een zinvol ingevulde vrijheidsbenemende straf bewerkstelligt een zogeheten lijdensdruk waardoor het moreel appèl aan en het innerlijk appèl van de gestrafte burger bijdraagt aan die inlossing van de schuld. Maar als de praktijk anders is en de veroordeelde zich binnen en later weer buiten de gevangenismuren misdraagt?

Mijn stelling is dat ook als het strafdoel van de vergelding niet leidt tot minder misdrijven, het strafrecht en het vergeldingsbegrip daarom nog niet failliet zijn.
In de eerste plaats is de mensheid voortdurend onderweg naar uiteenlopende doelen. Spitser gezegd, dat onderweg zijn bij veel activiteiten als liefhebben, geloven en dus ook bij het straffen, is het intrinsieke doel en niet de mate waarin dat doel in finale zin bereikt wordt. Ook als we ons (straf)doel niet bereiken is het doel nog niet onzinnig geworden en onze inspanningen zonder waarde. De straf is het doel en niet telt of de straf een apart doel bereikt.

De norm voor effectiviteit van vergelding hangt daarmee in de tweede plaats in sterke mate af van het gekozen perspectief. Het straffen als zodanig is reeds effectief vanwege de intrinsieke vergelding die aan straffen kleeft en die eigen is aan elk menselijk samenleven en overtreding van de gestelde normen.
Het intrinsieke doel als onvervuld verlangen naar een veiliger samenleving maakt tenslotte dat de vergelding op rationele wijze in verband kan worden gebracht met allerhande wenselijke en nastrevenswaardige zaken als verzoening en een menselijke bejegening van gedetineerden, genoegdoening van het slachtoffer. Dit ruime vergeldingsbegrip omvat al deze doelen en staat er niet tegenover, zoals soms te oppervlakkig wordt beweerd. Maar in de herhaling: als bijvoorbeeld de beoogde verzoening niet wordt bereikt is de straf toch geslaagd vanwege de vergelding die reeds bij de oplegging en de executie van de straf is gegeven en vervuld.

Waarheen leiden deze bespiegelingen? Naar een positief vergeldingsbegrip en naar een pleidooi voor de vrijheidsstraf, waarbij de veroordeelde in de gevangenis zal moeten waarmaken of hij zijn schuld uitboet door zijn gedrag te veranderen. Daarbij is minder van belang of er een kaal regiem van de vrijheidsstraf is of niet en of de inrichting in particulier beheer is of niet. We zouden die tijdrovende discussies van de laatste decennia moeten inwisselen voor een debat over de positieve kanten van de vrijheidsstraf en focussen op de structuur die gevangenen wordt geboden met een leef- en werkritme die ze in het vrije bestaan vaak zo node moeten missen. We zijn toe aan een verdergaande hervorming van ons strafstelsel en aan een pleidooi voor een strikt en rechtvaardig gevangenisleven!

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en vice-president Gerechtshof Arnhem

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 M.J. Hoogendoorn 02/10/2012 om 11:49

“We zijn toe aan een verdergaande hervorming van ons strafstelsel en aan een pleidooi voor een strikt en rechtvaardig gevangenisleven!”

Wat voor hervorming bedoelt u? We straffen toch al met vrijheidsstraffen ook al worden allerhande externe doelen daarmee niet bereikt? Is vergelding dan niet feitelijk de enige reden om desondanks te straffen?

Of bedoelt u dat de theorie moet worden herzien, onder handhaving van de bestaande strafpraktijk?

2 CR 02/10/2012 om 12:56

Wat een warrig betoog. De auteur beweert afwisselend dat vergelding mede in dienst moet staan van preventie en resocialisatie, en dat vergelding een doel op zich is. Ik dacht altijd dat het de kunst was die drie doelen met elkaar in evenwicht te brengen.
Het is natuurlijk mooi om te dromen over de vrijheidsstraf als een louterende vorm van boetedoening; waar dat lukt is het natuurlijk prachtig. Maar in het overgrote deel van de gevallen werkt het niet zo. Dat is geen reden om dan maar niet te straffen, maar we moeten niet te veel illusies hebben bij het nut van de straf. Je straft alleen maar om niet straffen nog erger is.

3 M.J. Hoogendoorn 03/10/2012 om 09:48

@CR Wat ik ervan maak is dat de schrijver zich afzet tegen de soms gehoorde opvatting dat het strafrecht beter afgeschaft kan worden, omdat gestraften er toch niet beter van zouden worden. Daartegenover stelt hij dat men dan de vergeldingsfuntie vergeet. Als uit vergelding allerhande heilzaams voortkomt dan is dat mooi meegenomen, maar niet essentieel.

4 Maria de Jong - de Kruijf 09/10/2012 om 08:10

Geachte meneer Otte,

In hoeverre acht u een positief vergeldingsbegrip en een pleidooi voor de vrijheidsstraf van toepassing op het jeugdstrafrecht? Art. 40 Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind verplicht tot een jeugdstrafstelsel waarbij het resocialisatiebeginsel voorop staat. Uit onderzoek weten we dat de recidivecijfers van Justitiele Jeugdinstellingen hoog waren: 80% recidiveert binnen 5 jaar. Hoewel het nu iets beter lijkt te gaan, lijkt vrijheidsbeneming niet alleen een positief saldo op te leveren.

5 Rinus Otte 10/10/2012 om 22:01

Deze column “Vergelden is zo gek nog niet” is een samenvatting van twee oudere artikelen die in de originele tekst van de column bij Ivorentoga.nl via de links in de tekst integraal zijn na te lezen.
In deze korte column heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat vergelden van onrecht de essentie van elke straf is, geldboete, werkstraf of vrijheidsstraf.
Resocialisatie, herstel van onrecht, etc. zijn belangrijke subdoelen die in het bredere vergeldingsbegrip worden ingepast. Dit is van belang omdat een hoge recidive niet de vrijheidsstraf of het vergeldingsbegrip devalueert. Als de vergelding het ultieme strafdoel is dat alle andere absorbeert, dan is de straf geslaagd, ook als de veroordeelde opnieuw in de fout gaat. De definities van vergelding en de betekenis van de vrijheidsstraf gelden ook voor het jeugdsstrafrecht. Als de jeugdige recidiveert kan niet gezegd worden dat genoemd art. 40 het gelijk heeft aangetoond van de jeugddetentie. Voor jeugdige daders in het bijzonder maar voor alle veroordeelden in het algemeen geldt dat binnen de vrijheidsstraf andere subdoelen kunnen worden nagestreefd, waarbij de veroordeelde moet werken aan verandering. Als dat niet lukt of hij niet wil, is dat jammer voor de persoon zelf maar niet voor het systeem dat ik onmisbaar acht vanwege de vergeldingsfunctie. Overigens koester ik verder weinig illusies over ons strafbestel. Dat las Hoogendoorn goed.
Mijn stukje vormt de opmaat naar mijn volgende column begin november waarin ik het centrale vergeldingsbegrip relateer aan de vrije wil en de gevolgen die ik aan die verhouding verbind voor de terbeschikkingstelling.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: