GroenZuid: ‘Verhoging van de kiesdrempel: de staatsrechtelijke gifbeker’

door Ingezonden op 08/03/2013

in Haagse vierkante kilometer

Post image for GroenZuid: ‘Verhoging van de kiesdrempel: de staatsrechtelijke gifbeker’

Is de Haagse Goliath bang voor David? Wie het voorstel van de regering om de kiesdrempel te verhogen tot vijf procent in ogenschouw neemt, kan zich niet aan die indruk onttrekken. De regering is van mening dat invoering van een kiesdrempel stabiele kabinetsvorming en snelle formatieprocessen zal stimuleren. Of die effecten gaan plaatsvinden, is nog maar de vraag. Zeker is echter dat kleine partijen voor de vernieuwingsdrift van het kabinet een torenhoge prijs gaan betalen.

Nederland is sinds jaar en dag een land van minderheden. Onze samenleving bestaat uit een bont palet van stromingen, uiteenlopend van bevindelijk gereformeerden tot sociaal-progressieven. Dit was dan ook in 1917 de aanleiding voor de invoering van een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Er wordt veel waarde gehecht aan de mate waarin minderheden binnen een kiesstelsel worden vertegenwoordig; dit is een manier om het democratische gehalte van een kiessysteem af te meten.

In de Nederlandse politiek uit het pluralisme zich door de neiging tot splitsing in kleine, zelfstandig optredende groepen met denkbeelden die afwijken van de overige (grote) partijen. Het kiesstelsel dient deze nationale karakteristieken te faciliteren. Wanneer een kiesstelsel dit niet doet, raakt het politieke leven beschadigd en daarmee de fundamenten van het stelsel zelf.

Voor kleine partijen zoals GroenLinks, SGP, ChristenUnie en de Partij voor de Dieren zou de invoering van het wetsvoorstel het begin van het einde zijn. In één klap zullen partijen verdwijnen die soms al decennialang een rol hebben gespeeld in de Nederlandse politiek. Erger is dat een deel van de kiezers haar vertegenwoordigers kwijtraakt. De kleine partijen komen op voor de belangen van minderheden; indien deze partijen verdwijnen, zullen deze stromingen niet meer worden gehoord. Wat rest de kiezer? Wellicht zal zij tegen heug en meug kiezen voor een alternatief, maar er is ook een kans dat zij de politiek definitief de rug toekeert. Hun aantal mag niet worden onderschat. Bij de verkiezingen van 2012 zouden maar liefst 1.071.055 stemmen worden vernietigd door een verhoging van de kiesdrempel tot vijf procent.

Daarbij komt nog dat de Nederlander tegenwoordig vaker van politieke voorkeur wisselt dan van broodbeleg. Een partij die vandaag nog een flinke achterban heeft, kan morgen gedecimeerd zijn. Daarmee ligt ook voor de middenpartijen gevaar op de loer. Daarenboven geldt ook in Den Haag het adagium ‘uit het oog, uit het hart’. Moet een partij eenmaal de politieke arena verlaten, dan verdwijnt zij uit de belangstelling. Een terugkeer zit er dan nauwelijks meer in.

Bovendien is af te vragen of de invoering van een kiesdrempel van 5% grondwettig is. Artikel 50 van de Grondwet geeft aan dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigd. Zoals eerder aangegeven is dit onmogelijk bij een kiesdrempel van 5%. Kleine partijen halen deze drempel niet en hun kiezers worden daarmee niet vertegenwoordigd in de Staten-Generaal. Bovendien gaan al deze stemmen naar een andere partij – en daarmee in de ogen van de kiezer verloren.

Ook middels artikel 53 van de Grondwet kan men vraagtekens zetten bij de grondwettigheid van een kiesdrempel van 5%. De leden van beide kamers worden gekozen op grond van evenredige vertegenwoordiging. Partijen die de kiesdrempel niet halen kunnen dus geen kiezers vertegenwoordigen; dan is de vertegenwoordiging niet meer evenredig.

Er zijn regelmatig voorstellen ter verhoging van de kiesdrempel ingediend, maar geen enkel voorstel heeft de eindstreep gehaald. Sinds 1976 wordt er nauwelijks nog over de (verhoging van de) kiesdrempel in de politiek gesproken. Men leek het idee niet langer als een acceptabele optie te zien. Net nu de kiesdrempelverhoging voorgoed van het toneel leek te zijn verdwenen, vindt de regering het klaarblijkelijk nodig om het middel weer van stal te halen. Dit getuigt voornamelijk van ideeënloosheid. De verdeeldheid en polarisatie spelen niet alleen op het Binnenhof, maar zijn terug te zien in de gehele samenleving. Om deze problematiek het hoofd te bieden, is originaliteit vereist. Er zijn oplossingen nodig die zorgen voor verbinding en stabiliteit, niet alleen binnen het parlement, maar juist binnen de samenleving die door het parlement wordt vertegenwoordigd. De voorgestelde verhoging van de kiesdrempel zal hierin zeker niet resulteren. Het voorstel vergroot de kloof tussen burger en volksvertegenwoordiging, doet de fundamentele uitgangspunten van het kiesstelsel geweld aan en biedt geen werkelijke oplossing voor de huidige problematiek.

Conclusie: een verhoging van de kiesdrempel is zowel onnodig als onwenselijk. Het is daarom te hopen dat de Tweede Kamer zélf een adequate drempel voor het voorstel zal weten te vormen. Men kan op het moment enkel concluderen dat minderheden naar mening van de regering geen recht hebben op vertegenwoordiging in het parlement.

Luuk van der Baaren & Sofie Wolf Fractie GroenZuid, Universiteit Maastricht

Noot van de redactie: Op 31 mei 2013 vindt de plenaire sessie van het studentenparlement plaats. Studenten-fracties van verschillende universiteiten debatteren dan in de zaal van de Tweede Kamer met elkaar over een door een regering van hoogleraren staatsrecht voorbereid voorstel. Deze post is in dat kader. Andere fracties die een bijdrage willen laten plaatsen kunnen mailen naar redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

 

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 08/03/2013 om 22:00

Dit lijkt me de minder voor de hand liggende manier om tegen een kiesdrempel te argumenteren. Het lijkt me voor makkelijker om aannemelijk te maken dat een (niet al te hoge) kiesdrempel geen aantoonbare bijdrage zal leveren een “stabiele kabinetsvorming en snelle formatieprocessen”. Zou zo’n kiesdrempel de grote partijen dusdanig veel extra zetels geven dat we in Nederland weer niet-“grosse Koalition”-2-partijen coalities krijgen? Dat lijkt me niet waarschijnlijk.

2 CR 12/03/2013 om 11:41

Coalitievorming wordt vooral makkelijker door afschaffing van de Eerste Kamer.
Opvallend is dat partijen die een lang leven hebben geleid meestal met maar 2 of 3 zetels beginnen. Dat geldt voor de SGP, de SP en de PvdD, maar ook voor partijen die later zijn opgegaan in de ChristenUnie (namelijk de GPV en de RPF) en in GroenLinks (PPR, PSP). Zulke partijen zouden we missen als we een kiesdrempel hadden gehad.
Daarentegen zijn partijen die op golven van populisme de Kamer inkomen en ook heel snel weer verdwijnen meestal zo groot dat ze de eerste keer boven een kiesdrempel uitkomen (BP, DS’70, AOV, LPF en het zou ook kunnen gelden voor 50Plus), tenzij je de kiesdrempel heel hoog legt.
Het Kamerlid SCHAKEL typeerde in 1976 de kleine partijen als de “koortsmeters van de democratie”, en voegde daaraan toe: “Je moet niet denken dat, als je de koortsmeter kapot slaat, daarmee de koorts overwonnen is.”
Overigens is artikel 50 nou niet het sterkste argument: dat artikel uit 1814 was bedoeld om te onderstrepen dat de Staten-Generaal niet meer – zoals in de tijd van de Republiek – bestond uit vertegenwoordigers van de gewesten. Welke betekenis het artikel nu heeft is niet zo eenvoudig te zeggen, maar het is eerder een beginsel dat een normatieve bepaling – al is het maar omdat het niks zegt over actief kiesrecht (zuigelingen worden wel vertegenwoordigd maar stemmen niet).

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: