Boekreview: Verkiezingen of loterij?

door PWdH op 12/03/2014

in België, Haagse vierkante kilometer, Recensies

Post image for Boekreview: Verkiezingen of loterij?

Het kan niemand zijn ontgaan dat ze er weer aankomen: verkiezingen. Dit keer voor de gemeenteraden. De precieze inhoudelijke inzet van die verkiezingen is minder duidelijk. Afgezien dan van de vraag of her en der wel of niet het gedroomde cultuurpaleis of de snelle ringweg moet worden opgetrokken. Het grootste overkoepelende strijdpunt is a-politiek: de opkomst. Daar is bovendien iedereen het over eens: die moet omhoog. Waarom en hoe weet dan weer niemand. Behalve als bewijs voor de stelling dat je lokale verkiezingen vooral lokaal moet laten, is het ook koren op de molen van David Van Reybrouck.

Van Reybrouck is vooral bekend van zijn fraaie boek Congo. Maar hij brak een paar jaar geleden ook een lans voor meer of eigenlijk beter populisme in de politiek. In zijn nieuwste boek of, beter gezegd, pamflet Tegen verkiezingen stelt hij op basis van de afkalvende ledenbestanden van politieke partijen, de dalende opkomst en de grote volatiliteit bij verkiezingen de diagnose ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. Niet alleen de legitimiteit, maar ook de bestuurskracht van de van verkiezing naar verkiezing strompelende westerse democratieën is onder druk komen te staan. Het is lastig ‘krachtdadig’ besturen in zo’n vluchtige omgeving, waar het publiek debat wordt gedomineerd door commerciële massamedia en alle kanten op schietende sociale media.

Die analyse kunnen we hier delen. Of dat ook geldt voor de oplossing van Van Reybrouck voor dit probleem, is een tweede. Zoals de titel al doet vermoeden is zijn oplossing radicaal. Hij wil af van het instituut van de verkiezingen en dit verruilen voor loting als middel om volksvertegenwoordigers te selecteren. Daarmee zijn we niet alleen van de permanente verkiezingskoorts en de politieke partijen af. Van Reybrouck onderbouwt zijn pleidooi voor loting ook op meer politiek-theoretisch niveau. Zien wij verkiezingen nu als feest en hoeksteen van de democratie, de Founding Fathers en Burke bijvoorbeeld zagen verkiezingen juist als noodzakelijke rem op al te veel ‘volkswil’ in de openbare besluitvorming. Al dan niet getrapte verkiezingen moesten burgers selecteren aan wie namens het volk de behartiging van de publieke zaak kon worden toevertrouwd. Dit aristocratisch element wist in Van Reybroucks analyse alleen de voortschrijdende democratisering in de eeuwen erna te doorstaan bij de gratie van het feit dat sociale bewegingen als het socialisme en de vrouwenemancipatie er een belang in werd gegeven, door de geleidelijke uitbreiding van het actieve en passieve kiesrecht.

Beter keren we volgens Van Reybrouck daarom terug naar het democratisch origineel: loting. Ook in het oude Athene en later in Europese stadsstaten deden ze daaraan. Dat is legitiemer en efficiënter. Gelijke kansen voor iedereen, niet alleen partijgangers en geen partijpolitiek gemarchandeer. Dat klinkt allemaal aantrekkelijk en het is mooi dat iemand eens de de knuppel in het hoenderhok gooit. Maar het teruggrijpen op loting lijkt mij toch vooral een verlegenheidsoplossing voor het probleem van het vermoeidheidssyndroom, ingegeven door de wens ‘iets te doen’.

Waar het volgens mij misgaat, is waar Van Reybrouck het lot wil inzetten om volksvertegenwoordigers te selecteren. Dat is bij mijn weten nieuw. Het oude Athene bijvoorbeeld was een directe democratie. Alle mannen van stand vormden de volksvergadering, voor zover ze kwamen opdagen dan. Alleen voor bepaaldeuitvoerende ambten werden ambtsdragers door het lot geselecteerd. Verder waren het oude Athene en de middeleeuwse stadsstaten, die ook hun heil zochten in loting, veel kleinere gemeenschappen dan onze huidige samenlevingen, waar binnen ook nog eens een veel kleiner, welgesteld en homogeen deel van de leden van die gemeenschap als volwaardig burger telde. In onze veel grotere en in sociaal-economisch, moreel-ethisch en religieus veel heterogener samenlevingen valt niet uit te sluiten dat het lot burgers selecteert die er helemaal niet op zitten te wachten zich een tijdje aan de publieke zaak te wijden en, spiegelbeeldig, burgers waarin niet-geselecteerd burgers zich niet herkennen. Eenmaal samengesteld moeten bovendien ook in een gelote volksvertegenwoordiging uiteindelijk meerderheden worden verzameld, zodat zich vroeger of later fracties zullen vormen met alle gemarchandeer of, positiever geformuleerd, politieke handwerk van dien.

Of het probleem van de legitimiteits- en efficientiecrisis van de electoraal-representatieve democratie met het verruilen van verkiezingen door loting wordt opgelost, valt dus te bezien. Naarmate je verder leest in Tegen verkiezingen rijst bovendien de vraag of Van Reybrouck niet eigenlijk het oog heeft op een ander probleem, waarvan het gestrompel van verkiezing naar verkiezing hooguit een symptoom is. In dat laatste deel problematiseert hij namelijk veeleer dan verkiezingen het concept van vertegenwoordiging, of politieke representatie, zélf. Een belangrijk kenmerk van de door hem voorgestelde blauwdruk voor een staatsinrichting gebaseerd op loting (‘multi-body sortition’) is namelijk dat hij verschillende aspecten van politieke representatie – het agenderen, voorstellen, afwegen van belangen ten behoeve van en het instemmen van wetgeving bijvoorbeeld – spreidt over verschillende instituties (p. 131-132). Dit doet denken aan het voorstel van Ankersmit, die teruggrijpend op Sieyès een driedeling voorstelt in (i) het Tribunaat, dat als doorgeefluik de noden van de achterban in wetsvoorstellen giet, waarover (ii) de wetgevende macht, die het recht van initiatief ontbeert, vervolgens stemt, gehoord hebbende (iii) de uitvoerende macht.

De multibody sortition-blauwdruk paart Van Reybrouck aan een inventarisatie van recente initiatieven van democratische vernieuwing in de praktijk, waarin burgers zelf een bepaald maatschappelijk probleem bij de horens vatten. Die initiatieven berusten in zoverre juist niet op representatie. Veelzeggend is ook dat Van Reybrouck ondanks de titel van zijn boek uiteindelijk niet eindigt bij een pleidooi tegen verkiezingen, maar bij een (‘tijdelijk’) pleidooi voor een ‘bi-representatief stelsel’, waarin de volksvertegenwoordiging bestaat uit gekozen én gelote burgers. Dat zou op dit moment het beste ‘medicijn’ zijn voor het democratisch vermoeidheidssyndroom. Van Reybrouck (p. 145-146):

Het maakt immers gebruik van het beste uit de populistische traditie (het verlangen naar een authentiekere representatie), zonder de gevaarlijke illusie van het monolithisch volk. Het incorporeert tevens het beste uit de technocratische traditie (de waardering voor technische expertise van niet-gekozen professionals), zonder hen het laatste woord te geven. Het maakt ook gebruik van het beste uit de direct-democratische traditie (de horizontale cultuur van participatief overleg), zonder het antiparlementarisme van die stroming. Het herwaardeert ten slotte het beste van de klassieke representatieve democratie (het belang van afvaardiging om te kunnen besturen), zonder het electoraal fetisjisme dat er altijd mee gepaard gaat. Door die combinatie van gunstige elementen groeit de legitimiteit en stijgt de efficientie: bestuurden herkennen zich beter in het bestuur en bestuurders kunnen daadkrachtiger besturen. Het bi-representatief model brengt de democratie in rustiger vaarwater.

Hier gaat Van Reybrouck wel erg op in zijn eigen ideaal. Het lijkt mij al te optimistisch aan te nemen dat deze besten-van-alle-werelden-situatie spontaan intreedt zodra een deel van de volksvertegenwoordiging wordt ingeloot in plaats van verkozen. Nodig is dat ook niet: ook in het huidige stelsel kunnen politici ernaar streven. Wat dat betreft, ziet het er in ons land – voor zolang als het duurt – niet eens zo slecht uit. Met dank aan de algehele afkeer van nieuwe landelijke verkiezingen en hulp van de ‘bevriende’ oppositie staat het kabinet van Rutte en Samsom niet alleen nog recht overeind, het heeft zelfs de eerste grote wetgevingsprojecten door het héle parlement weten te krijgen. Soms kan de wal het schip dus keren, ook al hebben we volgende week weer verkiezingen in plaats van een loterij.

D. Van Reybrouck, Tegen verkiezingen, Amsterdam: De Bezige Bij 2013, 128p.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Ruudt 12/03/2014 om 15:37

Kennelijk heeft het boek een politicus in Belgie geinspireerd.
http://www.youtube.com/watch?v=YBDy9iD1nHk

Vind het een heel nette bespreking van een volstrekt belachelijk idee. Zijn boek Congo was trouwens wel goed.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: