Verkiezingstips van Quintus Cicero. Inleiding

door FTG op 30/08/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Verkiezingstips van Quintus Cicero. Inleiding

Tijdens de Romeinse Republiek werden ieder jaar (naast andere magistraten) twee consuls gekozen. Deze consuls waren de hoogste magistraten, tenzij het zeldzame geval zich voordeed dat er een dictator benoemd was. In het jaar 64 voor Christus deed Marcus Tullius Cicero mee aan de verkiezingen voor het consulschap van het jaar daarop. Zijn jongere broer Quintus schreef (in de vorm van een brief aan Marcus) een essay met adviezen over het voeren van een verkiezingscampagne: het commentariolum petitionis.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september zal op dit blog een aantal van deze adviezen van Quintus besproken worden om te bekijken in hoeverre onze huidige politici nog iets van zijn tips kunnen leren. Voor we naar de Tips van Quintus zelf gaan kijken, eerst nog enige summiere opmerkingen over de algemene achtergrond.

Consuls werden gekozen door de comitia centuriata, een volksvergadering waarin iedere Romeinse burger stemrecht had. De vergadering was echter zo samengesteld dat de meest vermogende burgers de grootste invloed hadden. De talrijke proletariërs hadden daardoor een geringere, maar niet geheel afwezige, invloed op de uitkomst van de verkiezingen. Dat is een van de redenen dat het zelden voorkwam dat iemand die niet afkomstig was uit de Romeinse nobiliteit tot consul gekozen werd.

Marcus Cicero was zo iemand die uit een niet-adellijke familie afstamde: hij was de eerste van zijn familie die in de Romeinse senaat zat en hij was de eerste consul die zijn familie voortbracht.  Zijn voornaamste medekandidaten waren wel nobelen, die overigens een zeer dubieuze reputatie hadden: L. Sergius Catilina en C. Antonius Hybrida. Cicero en Antonius werden uiteindelijk verkozen.

De belangrijkste gebeurtenis tijdens het consulaat van Cicero was de samenzwering van zijn verliezende medekandidaat Catilina, die met een gewapende opstand de macht wilde grijpen. Cicero speelde een belangrijke rol in het neerslaan van deze coup. Na zijn consulschap ging het eigenlijk snel bergafwaarts met Cicero. Door een wraakactie van een persoonlijke vijand, Publius Clodius Pulcher, werd hij verbannen. Na ongeveer een jaar kon Cicero weer terugkeren naar Rome, maar echt grote invloed kon hij nooit meer verwerven. Tijden de burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius koos Cicero, na veel weifelen, uiteindelijk de kant van die laatste. Politiek gezien een wat ongelukkige keuze, gegeven de uiteindelijke overwinning van Caesar. Caesar echter, die een bewonderaar van Cicero de schrijver en de redenaar was, liet hem ongemoeid. Na de moord op Caesar koos Cicero weer voor de verliezende partij: die van Brutus en Cassius en tegen die van Marcus Antonius (de neef van Cicero’s medeconsul uit 63). Antonius liet in een serie bloedige afrekeningen ook Cicero ombrengen. Dit gebeurde in 43 voor Christus.

Quintus Cicero streefde in navolging van zijn oudere broer ook een politieke carrière na. In 62 was hij Praetor en vanaf 61 was hij een paar jaar gouverneur van Asia. Ook hij werd in 43 in opdracht van Antonius omgebracht.

Of Quintus Cicero ook echt de auteur is van het commentariolum petitionis staat niet helemaal vast. Sommige auteurs denken dat de tekst dateert uit de eerste eeuw na Christus en geschreven is door een persoon die deed alsof hij Quintus was die Marcus adviseerde. Dat hoefde niet per se te gebeuren om mensen te misleiden. Dit was toen een populaire stijlfiguur. Ik zal hier echter niet op de argumenten voor en tegen authenticiteit ingaan, omdat die nogal technisch zijn (maar voor geïnteresseerden: zie Henderson die pleit voor het standpunt dat de tekst niet authentiek is en Balsdon die pleit, op volgens mij sterkere gronden, dat dat wel zo is).

Hoe dan ook, zelfs als de tekst niet door Quintus is geschreven, maar door een latere auteur in de eerste eeuw na Christus, dan nog heeft het commentariolum voor ons grote historische waarde. Als de auteur niet Quintus was, is het in ieder geval iemand geweest die zeer goed op de hoogte was; in de tekst zijn geen of nauwelijks historische onjuistheden of anachronismen te ontdekken. Deze schrijver uit de eerste eeuw na Christus moet dus een uitgebreide bibliotheek tot zijn beschikkingen hebben gehad. Veel werken die zich ongetwijfeld in dergelijke bibliotheken bevonden, zijn voor ons verloren gegaan. De schrijver, of het nu Quintus was of niet, beschikte dus over informatie waarover wij nu alleen maar via het commentariolum kunnen beschikken.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: