Verklaringsvrijheid of smeuïge tv: rechter aan leiband van de media?

door IvorenToga op 02/07/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Verklaringsvrijheid of smeuïge tv: rechter aan leiband van de media?

Onlangs stond ik bij de meervoudige kamer in Arnhem. De zaak was minder sympathiek, mijn cliënt deed aan babbeltrucs om hoogbejaarde mensen pincode etc. te ontfutselen; het was daarbij misgegaan omdat een 90-jarige man in zijn woning naar de grond was geduwd en volgens de aangifte klappen en schoppen had gehad. Er werd vijf jaar en zes maanden geëist. Het verdedigingsbelang bij de zaak zat in het wel of niet medeplegen van het geweld; de identiteit van de schopper was onbekend gebleven en een derde dader was inmiddels onherroepelijk zowel door rechtbank als hof vrijgesproken van de geweldscomponent omdat hij een eindje verderop stond. Mijn cliënt stond ook verderop, maar wat minder ver.
Bij de politie had hij bekennend verklaard en wij hadden besproken dat hij ter zitting luid en duidelijk zijn visie op het gebeuren zou geven, inclusief zijn grote gevoelens van schaamte vanwege het lafhartig karakter van het misdrijf.
Een dag voor de zitting belde de rechtbank naar mijn kantoor dat Omroep Gelderland aanwezig zou zijn; dat niet alleen, Omroep Gelderland wilde beelden maken én wilde de hele zitting auditief opnemen.
Ter zitting ging de rechtbank op dit verzoek beslissen, uitgaande van de Persrichtlijn 2013.
Dat mijn cliënt niet akkoord zou gaan was duidelijk.

Over het algemeen zijn strafrechtadvocaten een groot voorstander van het opnemen van wat er tijdens een strafzaak gebeurt. Politieverhoren, verhoren bij de rechter-commissaris en het gebeuren ter zitting letterlijk vastgelegd. Nog nooit heb ik een overtuigend argument gehoord om dit niet te doen, naast het organisatorische aspect, dat met de voortschrijdende technologie steeds meer aan kracht inboet. Off the record vang ik wel eens wat op en dan beluister ik een zekere angst voor het vastleggen van fouten of onverstandige uitspraken die dan tot het dossier gaan behoren en bijvoorbeeld van rechtbank mee gaan naar het hof.
Met name bij de rechter-commissaris vind ik het ontbreken van auditieve registratie een gemis. Sommige rechter-commissarissen hebben de behoefte om een overzichtelijk eindproduct af te leveren waar onduidelijkheden zo veel mogelijk uitgefilterd zijn.
Als het aan deze rechter-commissarissen ligt dan wordt de A van de getuige die doorgevraagd B zegt uit de verklaring geëcarteerd “omdat de getuige nu toch duidelijk heeft uitgelegd dat hij zich vergiste toen hij A zei”. De advocaat moet dan vaak aandringen op het toch vastleggen van A in het proces-verbaal, er ontstaat discussie en voor je het weet slaat in ieder geval de stemming om, afhankelijk van de betrokken karakters. Dit soort discussies zouden overigens ook een reden kunnen zijn voor de huivering om gewoon 100% op te nemen. Zonder twijfel is het zo dat geluidsopnames zorgen voor een toename van het beschikbare materiaal en zij zullen ook wel eens complicaties opleveren maar het belang van de waarheidsvinding over wat er feitelijk verklaard is en hoe dat is gegaan zou toch doorslaggevend moeten zijn.

Maar in Arnhem ging het om vastleggen door de media en dan is er van terughoudendheid steeds minder te merken. Het binnengaan van de zittingszaal bood weinig hoop, alles was al geïnstalleerd: camera in de aanslag en de microfoon stond ook klaar.
De gebruikelijke argumenten werden uitgewisseld, privacybelang en verklaringsvrijheid tegenover openbaarheid. De rechtbank kwam met de wat voorspelbare beslissing dat zij oog had voor de belangen van de verdachte, dat zij een afweging had moeten maken en dat de belangen van de openbaarheid zwaarder hadden gewogen. Eén van de argumenten was dat elke belangstellende immers gewoon in de zaal kon plaatsnemen en dan ook de stem van mijn client kon horen. Gezien het feit dat behalve media en twee familieleden van het slachtoffer niemand aanwezig was vond ik dat niet echt sterk.
Bij dit soort beslissingen dringt zich toch de vraag op wat nu precies het belang van de openbaarheid is om de stem van de verdachte te horen.

Dat is authentiek wordt er wel gezegd en dat geloof ik wel maar dat geeft waarschijnlijk ook aan waar het belang echt zit: het maakt de – korte – reportage over de zitting wat smeuïger voor de kijker en misschien trekt het wat meer kijkers als dit gemeengoed gaat worden. Naar mijn mening heeft de verdachte die geen toestemming geeft in het algemeen een veel zwaarder wegend belang, namelijk dat hij zonder belemmering kan verklaren. De voorzitter in Arnhem maakte wellicht onbedoeld het pijnpunt duidelijk toen hij tegen mijn cliënt zei dat hij, zoals eerder gezegd, kon zwijgen en dat hij gezien de opname zelf maar moest beslissen waar hij wel en niet op in wilde gaan.
Ter zitting werd overigens de veroordeelde mededader als getuige gehoord, die heeft nooit geweten dat hij werd opgenomen.

Een collega van mij, ik denk dat het Gerard Spong was, heb ik horen zeggen dat de beste pleidooien in de auto worden gemaakt, namelijk op weg van de zitting naar huis; die ervaring deed ik ook in deze zaak op, het was alleen nog veel later dan op weg naar huis.
Zoals gezegd, de camera stond klaar, er liepen snoeren door de zaal en er liepen vier (!) medewerkers van Omroep Gelderland rond; met mij werd meteen een interviewafspraak gemaakt, ze waren er speciaal voor deze zaak (die eerder flinke media-aandacht had gekregen en die in de opsporingsfase maar liefst drie keer bij Opsporing Verzocht was langsgekomen).
Dit alles moet de reden zijn geweest dat mijn beste argument tegen opname van de stem pas ‘s avonds op de bank opkwam. Het nieuws uit Gelderland was niet echt schokkend, de rechercheschool zou gekocht worden, er was een wethouder met een strafblad en de aanslag door Karst T. had zijn eerste lustrum etc.
Maar geen babbeltrucs; het onderwerp had geen prioriteit gekregen hoorde ik bij navraag de volgende dag.
Met terugwerkende kracht was er helemaal geen belang van de openbaarheid geweest, bij de belangenafweging was de zwaarste kant van de weegschaal in feite leeg!

Het belang van de verdachte om in vrijheid te verklaren zonder eraan te hoeven denken hoe het op radio en televisie overkomt en zijn privacybelang zijn zwaarwegende belangen, zoals het belang van de openbaarheid dat ook is.
Maar dan wel echte openbaarheid; het belang van de verdachte zou niet opgeofferd moeten worden wanneer niet zeker is dat er zal worden uitgezonden; in dat geval zou het standpunt van de verdachte beslissend moeten zijn. De belangenafweging zoals bedoeld in de Persrichtlijn 2013 dient slechts plaats te vinden als er wat te wegen valt.

Peter Plasman
Strafpleiter

Deze bijdrage verscheen eerder op Ivoren Toga

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: