Verslaving een forensisch, maatschappelijk of particulier probleem?

door IvorenToga op 11/12/2012

in Rechtspraak

Post image for Verslaving een forensisch, maatschappelijk of particulier probleem?

Er zijn nogal wat gedragsdeskundigen die menen dat verslaafde mensen niet vrij zijn in hun gedragskeuze en dat de verslaving een stoornis is. Dat is nogal een statement. Zonder keuzevrijheid geen strafrechtelijke schuld. Als jurist ben ik niet zo overtuigd van de verminderde toerekeningsvatbaarheid als gevolg van verslaving. Elke repeterende gedragskeuze, zoals het opnieuw grijpen naar de dope, drank of het opzoeken van dezelfde verkeerde vrienden, houdt een vrije en hernieuwde keuze in tot omkeer of tot voortzetting van het verslavingsgedrag. Het meer aansprakelijkheid toerekenen aan verslaafden berust op de juridische culpa in causa constructie. De drank of de dope wordt niet onder dwang het lichaam ingebracht, maar als een soort repeteergeweer wordt fles na fles, spuit na spuit ter hand genomen. Een ernstig verslaafd mens is vaak een gekweld mens die zich regelmatig schuldig maakt aan verwervingscriminaliteit. De cijfers lijken voor zich te spreken. De gevangenissen worden bevolkt door gedetineerden die voor meer dan de helft kampen met verslavingsproblemen. Waarom dus straffen als iemand het niet kan helpen? De hulpeloze moet geholpen worden en dan wordt de samenleving gevrijwaard van nieuwe misdrijven. Het klinkt zo simpel, maar het is het niet.

De mate van schuld leidt in verschillende psychiatrische rapportages tot een kippenhok aan meningen. Wie zes rapporteurs naast elkaar plaatst en hun verschillende rapportages beziet, krijgt een indruk van grote verdeeldheid. We moeten durven vaststellen dat het toerekenen van schuld en het vertalen van schuld in een passende sanctie is voorbehouden aan de rechter en niet aan de deskundige met zijn particuliere mening. Sinds de Verlichting wordt door vooruitgangsgelovigen gemeend dat we de werkelijkheid kennen. Dit fenomeen raakt ook het doorvorsen van de menselijke geest. Hoeveel desillusies moeten we echter nog verdragen voor we aanvaarden dat de mens geen recht heeft op geluk, maar het recht om in vrijheid zijn eigen ongeluk te dragen? Als dat besef nog eens doorbreekt bij zielzorgers en bij rechters, dan dient de overheid terug te treden. Wat houdt die terugtred in?

We dienen de gedragsstructurerende voordelen van de vrijheidsstraf beter voor het voetlicht te brengen. Juristen en gedragsdeskundigen betogen regelmatig dat de vrijheidsstraf funest uitpakt voor de persoonlijkheid van de veroordeelde. Ik heb die lijn ook lang aangehangen, maar ik ben van gedachten veranderd. Als de strafrechter van minder stoornissen hoeft uit te gaan, wordt hij geconfronteerd met een verdachte die in veel opzichten een gekneusde mens is. Het strafrechtsysteem wordt bevolkt door veel verslaafde en minder begaafde verdachten die een structuurloos bestaan leiden en ronddobberen in een even ongestructureerd netwerk van soortgenoten, vaak zonder huis, werk of relatie. Indien de vrijheidsstraf wordt gedefinieerd als het ontnemen van de vrijheid om het (criminogene) leven in een reguliere samenleving door te brengen, kan de gevangenis ook de structuur bieden die veel veroordeelden zo node missen. De gevangenis kent een dagstructuur en er wordt gestuurd op een basale vorm van samenleven. Bij de keuze voor een toereikend behandelaanbod binnen de gevangenis staat niets in de weg aan het uitbreiden van het voorzieningenniveau.
Mijn groeiende voorkeur voor straffen en mijn groeiende afkeer van behandelen heeft ook van doen met het besef dat beperkte overheidsmiddelen beter besteed zijn aan een iets meer uitgebouwd gevangenisregiem dan aan de vele forensische ambulante kostbare programma’s die stoelen op een behandel- en conditioneringsaanbod dat teveel bijstelling van het reguliere leefpatroon van veel veroordeelden pretendeert.

Mijn belangrijkste punt is dat we een sociaal probleem niet direct moeten medicaliseren en een medisch probleem niet te snel moeten psychologiseren. We dienen hulp en steun te scheppen om mensen ‘in hun eigen kracht te zetten’, hetgeen ook kan inhouden dat de samenleving de verliezer soms moet loslaten om op zijn eigen minieme kracht te teren, ook als dat een verlorene oplevert.
Is dat de volledige oplossing? Helaas, ik vrees van niet. Ik meen dat net als Joop den Uyl dat zei ten tijde van de oliecrisis, het vroegere Nederland met een groeiend zorgbudget komt niet meer terug. De welvaart zal voor lange tijd niet meer zijn zoals we dat hopen of pretenderen. Mijn inschatting is daarom dat het over enkele decennia weer meer gebruikelijk zal zijn om zwervers in ons straatbeeld te zien die ons minder schuldgevoel opleveren dan het misschien nu doet en wat we moeten aanvaarden. We zullen dan niet langer een publiek vangnet kunnen pretenderen en financieren. En als er dan geen particuliere en familiale zorg is, moeten we ook aanvaarden dat slechts het strafrecht als laatste corrigerend vangnet zal functioneren om verslaafde misdadigers tijdelijk te corrigeren door ze hun vrijheid te ontnemen, hetgeen een zeker structurerend dagpatroon oplevert, een structuur die ze nu vaak moeten missen. Bovenal moeten we de grote woorden vanuit de zorg mijden.
Enkele maanden terug zag ik op het journaal de directeur van een hulpinstelling vertellen dat de eigen bijdrage tot leegstand in de behandeling leidt en daardoor tot zeer gevaarzettende situaties in de samenleving. Tsja. Ik weet het niet. Zodra een product, of dit nu de forensische zorg, de rechtspraak of het onderwijs betreft, enige financiële korting oploopt, is het land volgens de belanghebbenden altijd in gevaar. Ik denk daar wat relativerender over. Een andere verslavingsinstelling noemt de nieuwe doelen: het gaat om Willen, werken en winnen. Victorie en winnen worden als het belangrijkst aangemerkt en het nieuwe motto luidt: Win jezelf terug. Klinkt op het eerste en op het tweede gezicht aanstekelijk, nietwaar? De verslaafde die zich terugvecht naar een normaal gedragsrepertoire met een normaal werk- en leefritme, onder levenslange begeleiding van de zorginstelling, wie kan tegen zijn? Laat ik geen misverstand laten ontstaan: ik ben positief over de verslavingszorg in het algemeen, er wordt veel goed werk verzet. Het gaat mij echter om de vraag hoe de hoge inzet van de verslavingszorg zich verhoudt tot de doorsnee capaciteit van de verslaafde mens.
Ik zie niet de brede vergezichten van de laatstgenoemde verslavinginstelling voor me maar een smallere weg naar herstel van een normaler verwachtingspatroon. De gekritiseerde inzet lijkt humaan maar vergt een enorme financiële investering. Los van financiële luchtfietserij is het ook gevaarlijk te menen dat we grote categorieën verslaafden in de zorg opgesloten (moeten) laten. De hulpmarkt schept bovendien een leger van patiënten die niet verantwoordelijk gesteld worden voor hun misdragingen, “zieke” burgers die zich kunnen opsluiten in hun ‘ziekte’ en, onmondig en afhankelijk gemaakt, verder leven buiten de samenleving of onder de strikte hoede van de hulpverlening.
Is de oude definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 1948, waar deze rept van “een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden”, nog wel actueel?  Zou die definitie niet moeten worden ingewisseld voor een definitie die meer de dynamiek van het bestaan tot uitgangspunt neemt? Een dynamiek waarin mensen gebrekkig blijven, niet vrij van drugs hoeven te komen en waarin de behandelaars en de juristen niet langer menen dat de verslaafde veroordeelde en terbeschikkinggestelde een verslavingsvrij bestaan moet bezitten voor hij weer deelneemt aan het maatschappelijk bestaan? Vanuit een grotere realiteitszin is de focus van de verslavingszorg op winnen, hoe goed bedoeld ook, onbarmhartig omdat de maatstaf te streng en de meetlat te hoog wordt gelegd. Omdat het de ogen sluit voor de gebroken mens die wij allen zijn. En omdat die insteek niet leidt tot de broodnodige steun in de rug maar tot een focus op een inzet die niet waargemaakt kan worden en juist een averechts effect heeft. Win jezelf terug, wat een nieuw gebakken lucht! Bij de criminogene leefomgeving van veel verslaafden zal het zo zijn dat het terugvinden van zichzelf meestal een cumulatie van verloren hoop en gebroken beloftes inhoudt. Waarom toch deze hoogdravende en verwachtingen wekkende verslavingszorg?

Bij een lagere inzet wordt de verslaafde niet genekt, maar wordt de gevangenisstraf draaglijker en het leven buiten de gevangenis niet een continue hordenloop. We moeten aanvaarden dat veel veroordeelde verslaafden in een criminogene leefomgeving terugkomen en zolang we ze geen nieuwe baan, nieuwe woonwijk, nieuwe familie en vrienden kunnen geven, geen geluk of zinvol geloof of kerkgang, moeten we de normen lager stellen. Juristen en gedragsdeskundigen kunnen geen nieuwe hemel en aarde scheppen, daarvoor hebben we de theologen nodig. We moeten een aarde scheppen met alle schepsels die al sinds mensenheugenis een mensengemeenschap uitmaken: mensen die elkaar last bezorgen en schade berokkenen. In exceptionele omstandigheden verdienen deze mensen geen straf maar behandeling. In vele situaties verdienen zij straf met een zorgcomponent. In de overige gevallen is louter straf op zijn plaats en daarvan moeten we niet afkerig zijn. Straffen is niet verkeerd, mensen eigen, en voorbehouden aan juristen, die het normatieve domein van oordelen en toerekenen niet teveel moeten overlaten aan de psychiater en psycholoog.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem

Verkort weergegeven lezing, uitgesproken op het congres Verslaving en TBS 28 november 2012. De volledige tekst is hier te vinden.

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: