Vervolging van minister Van der Laan?

door PJK op 05/10/2009

in Haagse vierkante kilometer

De kamerleden Wilders, Fritsma, Agema, De Roon en Bosma (allen PVV) hebben een aanklacht ingediend tegen minister Van der Laan. Reden: Van der Laan zou opzettelijk geen antwoord heeft gegeven op de Kamervragen van het lid Fritsma. Dat is strafbaar gesteld in artikel 355 ten vierde Wetboek van Strafrecht: het opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan bepalingen van de Grondwet. Over de vraag of artikel 68 Grondwet daadwerkelijk geschonden is, werd eerder gepost. Of Wilders zich zelf aan ambtsdelicten schuldig maakt trouwens ook.

Ministers staan volgens artikel 119 Grondwet in eerste en enige aanleg terecht voor de Hoge Raad. (zie ook 484 lid 1 onder 6 Sv.) Een opdracht tot vervolging kan echter alleen komen van de regering of van de Tweede Kamer. De Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid uit 1855 (WMV) bepaalt de details van de procedure.

Artikel 7 WMV biedt de grondslag voor de actie van de PVV: een aanklacht in te dienen door 5 leden. Daarbij moeten de feiten worden opgegeven. De leden noemen in hun brief wel feiten, maar behoorlijk summier. Zo blijkt bijvoorbeeld niet uit de aanklacht welke specifieke vragen Van der Laan niet heeft willen beantwoorden.

Na de indiening overweegt de kamer ‘in de afdelingen’ (artikel 8 WMV) of de aanklacht nader zal worden onderzocht. Besluit de kamer om er mee verder te gaan, dan wordt er een ‘commissie van onderzoek’ ingesteld door de Tweede Kamer. Deze commissie van onderzoek is belast met het opsporen en verzamelen van alle bescheiden, inlichtingen en bewijzen, die tot opheldering van de feiten, in de aanklacht vermeld, kunnen leiden. De minister kan op eigen verzoek op worden gehoord, maar kan niet worden verplicht tot het afleggen van een verklaring. Over de bevindingen van de commissie van onderzoek vindt beraadslaging plaats, waarbij de minister, op eigen verzoek, gehoord kan worden. De Tweede Kamer moet binnen drie maanden de aanklacht toetsen aan het recht, de billijkheid, de zedelijkheid en het staatsbelang.

Als de kamer van mening is dat er ‘genoegzame gronden’ tot vervolging aanwezig zijn, dan stelt de kamer nauwkeurig de feiten vast waarop de aanklacht gebaseerd is en stuurt deze toe aan de Procureur-generaal. Deze moet dan vervolgens onmiddellijk tot vervolging over gaan.

Het eerste struikelblok is de eis dat de kamer ‘in de afdelingen’ overweegt of de aanklacht een onderwerp van nader onderzoek zal vormen. Naar het voorkomt is dit de verplichte wijze van behandeling van een aanklacht. Maar de werkwijze waarnaar verwezen wordt bestaat niet meer. De kamer verdeelde zich vroeger in (vijf) afdelingen, waarbij de samenstelling werd bepaald door loting. De verplichte voorbereiding van wetsvoorstellen in afdelingen werd al in 1887 afgeschaft, waarna de commissies de taken van de afdelingen overnamen. Sinds 1966 kent de het Reglement van Orde van de Tweede Kamer niet eens meer de mogelijkheid om de kamer te verdelen in afdelingen.

Om aan de eis van de WMV te voldoen zal de Tweede Kamer dus gebruik moeten maken van de bevoegdheid om af te wijken van het reglement van orde. (art. 154 RvO TK) Dat kan echter alleen, ‘als geen van de leden zich ertegen verzet.’

Dat kan nog lastig worden. Maar dat is het gevolg van het slordig omgaan met de WMV. Er zitten nog wel schaamtelozere relieken in. De verwijzing naar ‘overzeesche bezittingen’ (art. 16 lid 2 WMV) bijvoorbeeld. (ervan uitgaande dat hiermee geen vakantiehuizen in Afrika worden bedoeld)

{ 8 reacties… read them below or add one }

1 Ans Hengels 05/10/2009 om 15:11

Een heel aardige analyse. Het lijkt mij dat artikel 355 Sr zelf ook een onneembare hindernis bevat. Het artikel spreekt immers van 'de hoofden van ministeriële departementen'. Als minister zonder portefeuille staat Van der Laan niet aan het hoofd van enig departement. Het artikel is dus logischerwijs niet op hem van toepassing. In het strafrecht mogen we best de scherpslijper uithangen.

2 FJJ 05/10/2009 om 16:02

Mooie analyse. Toen ik dit bericht hoorde heb ik de betreffende wet er weer eens bijgepakt. Smullen voor de fijnproever. Wellicht kunnen de vaste Kamercommissies fungeren als afdelingen? Al lijkt dat inderdaad niet te stroken met de wetsgeschiedenis van de wet op de ministeriële verantwoordelijkheid.

Was zelf erg verbaast dat er maar een verzoek van vijf leden noodzakelijk is om een onderzoek aan te vangen. Het zou overigens – zoals wellicht bekend – een primeur zijn dat een minister voor een ambtsmisdrijf wordt vervolgd.

Dit is wel geprobeerd bij Donner en Verdonk n.a.v. de Schipholbrand maar dit stuitte af op het ontbreken van een vervolgingsbeslissing door de Kroon of de Kamer.

Bijzonder is overigens verder dat de Kroon een vervolgingskb kan maken dat zonder bemoeienis van de Kamer tot vervolging van een "hoofd van een ministerieel departement" moet leiden.

3 Anonymous 05/10/2009 om 16:08

Aan wie wordt de opdracht tot vervolging eigenlijk gegeven? Ik neem aan de advocaat-generaal? Het opportuniteitsbeginsel geldt bij een dergelijke vervolging zeker niet?

4 GB 05/10/2009 om 16:11

Aan de procureur generaal van het parket bij de Hoge Raad. (dat om deze reden geen aanwijzingen van de minister hoeft op te volgen) Het opportuniteitsbeginsel geldt dan inderdaad niet. De Tweede Kamer (of de regering) beoordelen de wenselijkheid van de vervolging.

5 FJJ 05/10/2009 om 16:13

Dat gebeurt aan de procereur-generaal bij de Hoge Raad. Die normaalgesproken slechts fungeert als onpartijdig adviseur maar in dit geval de rol van Officier van Justitie danwel Advocaat-generaal krijgt aangemeten.

Ministers staan in eerste en enige aanleg terecht voor de Hoge Raad. Het opportuniteitsbeginsel is niet van toepassing, de PG moet aan het bevel van de Kroon/Kamer gevolg geven. Hij heeft geen zelfstandige beslisruimte gezien het bijzondere karakter van de vervolging. De Hoge Raad bestaat in dit geval uit 10 leden. Ze komt bijeen in de zogenaamde 1e kamer. (Die wordt alleen gebruikt als er rechters moeten worden ontslagen en in dit soort gevallen)

6 GB 05/10/2009 om 16:18

Het is lastig te duiden wat er nu precies eerst moet worden besloten(na de behandeling in afdelingen). De conclusie is in ieder geval het al dan niet besluiten tot 'nader onderzoek'. Pas dan komt de Commissie (let wel, de WMV spreekt in een ander verband wel van een commissie) van Onderzoek eraan te pas en wordt het serieus.

7 Joke Mizée 05/10/2009 om 19:23

Ter aanvulling, eerlijk gevonden op een weblog (t.w. http://www.vkblog.nl/bericht/259712/Strafrechtelijke_vervolging_van_staatshoofden_en_politici):

In 2003 ging de Amerikaans-Britse oorlog tegen Irak onder luid protest van de wereldgemeenschap van start. Nederland verleende bij monde van minister-president Balkenende ‘politieke steun’ aan de aanvalscoalitie. Op internet gingen stemmen op om de premier strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor de illegale oorlog, waarvoor de volkenrechtelijke basis immers ontbrak.
Voorafgaande aan de beantwoording van de vraag of en welke strafrechtelijke normen de premier zou hebben geschonden door het uitspreken van politieke steun aan een illegale oorlog, zijn er procedurele hobbels te nemen. En juist die staan in Nederland een inhoudelijk rechterlijk oordeel in de weg. Dat bleek toen ex-advocaat en Balkenende stalker en belediger Jeroen de Kreek in 2003 aangifte deed tegen Balkenende. Aangezien de officier van justitie weigerde tot vervolging over te gaan, begon de aangever een art. 12 Sv beklagprocedure bij het hof Den Haag. Het hof achtte zich onbevoegd en verwees de klacht naar de Hoge Raad. Dit rechtscollege besliste op 7 april 2006 dat ‘de beweerde strafbare feiten waarop klager het oog heeft, door de minister-president slechts kunnen zijn begaan hetzij met schending van een bijzondere ambtsplicht, hetzij met gebruikmaking van macht, gelegenheid of middel, hem door zijn ambt geschonken, zodat bij een eventuele vervolging het bepaalde in art. 44 Sr. niet buiten beschouwing kan worden gelaten. De opdracht tot vervolging ter zake van zodanige ambtsmisdrijven kan slechts worden gegeven bij Koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer, derhalve niet door de Hoge Raad. Nu de Hoge Raad niet bevoegd is opdracht te geven tot vervolging van ambtsmisdrijven als hiervoor bedoeld, is het beklag kennelijk niet-ontvankelijk’.
De Procureur-Generaal gaf in zijn conclusie nog een tweede reden voor niet ontvankelijkheid: ‘Ook om een andere reden is klager kennelijk niet-ontvankelijk: het beklag als bedoeld in art. 12 (jo 13a) Sv kan alleen worden gedaan door de rechtstreeks belanghebbende. Als zodanig wordt aangemerkt: degene die door het achterwege blijven van een strafvervolging is getroffen in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat. Klagers stelling dat hij zich slachtoffer acht en door het handelen van de minister-president m.b.t. de deelname aan de oorlog in Irak in gevaar wordt gebracht brengt niet mee dat aan dit wettelijk criterium is voldaan’.
Anders dus dan in de VS, waar volgens Bugliosi iedere aanklager de voormalig president voor de strafrechter kan brengen, is in Nederland slechts de voor het leven benoemde Procureur-Generaal bij de Hoge raad bevoegd ná last te hebben ontvangen van ofwel de Tweede Kamer ofwel de regering. Het zal duidelijk zijn dat met een dergelijke procedure een zittende premier in dit land, zij het om een formele reden, niets heeft te vrezen. Iedere jurist zal beamen dat procedures belangrijk zijn, en de ratio van de regeling, het voorkomen van lichtvaardige vervolging van hoge ambtenaren verdedigen.
Soms zou je echter wensen dat een rechter wel toekomt aan een inhoudelijk oordeel over aan de premier ten laste gelegde feiten, zodat werkelijk aanschouwelijk wordt gemaakt dat niemand boven de wet staat en bovendien de democratie aan kracht en geloofwaardigheid wint.

De aangiftes, de reactie van justitie en het arrest van de Hoge Raad zijn gedocumenteerd op deze website: http://www.hetbeklag.nl/.

8 FJJ 06/10/2009 om 09:44

Er moet natuurlijk goed in het oog worden gehouden dat ministers (en overige) gezagsdragers alleen voor zover het gaat om ambtsmisdrijven door die speciale procedure moeten. Dat is niet vreemd als bedacht wordt dat ze al onderworpen zijn aan een systeem van verantwoording, namelijk de democratische controle van volksvertegenwoordigers.

Het is dan inderdaad heel hinderlijk, en daarom ook moeilijk gemaakt, als daardoorheen strafrechtelijke vervolging gaat lopen.

Voor alle andere misdrijven die wie dan ook zou plegen kan gewoon vervolging plaatsvinden. Zie de bekende casus van Wilders, hij heeft geen ambtsmisdrijf gepleegd dus geen speciale procedure maar gewoon naar de strafrechter.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: