VG: ‘Voorstellen over kiesdrempel en voorkeurdrempel werken averechts’

door Ingezonden op 09/05/2013

in Haagse vierkante kilometer

Post image for VG: ‘Voorstellen over kiesdrempel en voorkeurdrempel werken averechts’

De regering neemt grote instabiliteit in het politieke landschap waar. Nieuwe partijen komen op en verdwijnen weer, kabinetten wisselen elkaar in hoog tempo af. Deze ontwikkeling heeft zich volgens de regering met name voorgedaan in het afgelopen decennium. Sinds 2002, na de val van Paars II, heeft Nederland evenveel kabinetten gekend als in de voorafgaande twintig jaar. De snelle opeenvolging van regeerakkoorden, nieuw beleid en nieuwe bewindspersonen leidt tot een algemeen gevoelen van richtingloosheid, stuurloosheid en ontheemdheid bij de kiezer, wat zijn vertrouwen in de politiek geen goed doet. Tot zover kan de VG-fractie de regering volgen. De j’accuse die de regering vervolgens op het kiesstelsel richt, verwerpen wij echter. In haar bijdrage aan het verslag is de VG uitgebreid ingegaan op de redenen waarom deze beschuldiging onterecht is. Deze kritiek heeft zowel een principieel als een pragmatisch karakter.

Nederland kent voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer een stelsel van evenredige vertegenwoordiging met een kiesdrempel die gelijk is aan de kiesdeler. Dit stelsel stelt nieuwe partijen in staat op relatief eenvoudige wijze toegang te verwerven tot het parlement. De kandidatenlijst, zoals die is opgesteld door partijen, is leidend voor de verdeling van de zetels over de verkiesbare kandidaten. Een beperkte inbreuk op het lijstenstelsel wordt gemaakt door een voorkeurdrempel van 25 procent van de kiesdeler. Voor de VG-fractie is dit stelsel een groot goed: het verzekert dat de samenstelling van de Tweede Kamer een zo getrouw mogelijke afspiegeling is van de politieke opvattingen die onder de bevolking leven. Deze gedachte is, anders dan de regering beweert, niet ‘doorgeschoten’. Hoewel afspiegeling als beginsel aan een groot aantal, onderling zeer verschillende, kiesstelsels ten grondslag kan worden gelegd, is de vraag welke van deze stelsels voor de Nederlandse situatie het meest passend is. Ons politiek landschap wordt tegenwoordig weliswaar minder dan tijdens de invoering van het huidige stelsel gekenmerkt door ‘stabiele collectiviteiten’, maar wel nog steeds door duidelijk definieerbare en stabiele minderheden, zoals christelijk-conservatieven, christelijk-socialen, progressief-liberalen en progressief-socialen. Nederland blijft een minderhedenland, ook al zijn de wanden tussen de afzonderlijke groepen poreuzer dan voorheen.

De afspiegelingsgedachte vindt in het bestaande stelsel van evenredige vertegenwoordiging zijn meest getrouwe uitdrukking. Beperkingen van het huidige kiesstelsel dienen daarom zorgvuldig te worden gemotiveerd. Des te zorgelijker is het dat de keuze voor met name de verhoging van de kiesdrempel nagenoeg niet door de regering van een gedegen argumentatie wordt voorzien. De regering legt een link tussen politieke instabiliteit en partijversplintering en geeft aan dat een hogere kiesdrempel die versplintering tegengaat, met stabiliteit als gevolg. De relatie tussen een divers samengesteld parlement (zoals de VG-fractie het graag zou willen noemen) en instabiel bestuur is echter niet zo eenvoudig als de regering ons voorspiegelt. Het afgelopen decennium heeft een reeks kabinetscrises opgeleverd waaraan niet de kleine partijen schuldig waren, maar die eerder te wijten waren aan onrust binnen de grote gevestigde partijen (Balkenende II en IV) en binnen snel opkomende politieke bewegingen (Balkenende I en Rutte I). Geen van deze partijen zal worden geraakt door een kiesdrempel van vijf procent. Slachtoffers zijn de kleine partijen die tijdens hetzelfde decennium in coalitieverband en middels gedoogsteun coalities in het zadel hebben gehesen dan wel gehouden en daarmee vermoedelijk hebben voorkomen dat de kiezer nog vaker de gang naar de stembus had moeten maken om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. De vrees is voor ons vooral dat de kleine christelijke partijen de voorgestelde kiesdrempel niet zullen overleven. Deze partijen, die bij Tweede Kamerverkiezingen op de stem van een klein, maar stabiel deel van het electoraat kunnen rekenen, zullen vermoedelijk de nadelige gevolgen ondervinden van strategisch stemmen. De christelijke kiezer zal zijn stem uitbrengen op de grotere christelijke partij, omdat hij dan zeker is dat zijn stem telt. Het christelijk-sociale en christelijk-conservatieve geluid zal daarmee verdwijnen dan wel slechts een marginale rol spelen binnen een grote christelijke fusiepartij.

Ook voor wat betreft de verlaging van de voorkeurdrempel ziet de VG-fractie niet in hoe deze maatregel het vertrouwen in de politiek zal herstellen. Onze fractie hecht aan het huidige lijstenstelsel: het garandeert dat bij verkiezingen de ideeën van een partij over de toekomst van het land centraal staan, niet de persoon van de kandidaat. Die ideeën verwoorden een gedachtegoed waar de kiezer zich mee kan identificeren, en bieden stabiliteit en vertrouwen. Door versterking van het persoonlijke element zal de mening van de kandidaat en de mate waarin zij zich onderscheidt van de opvattingen van zijn medekandidaten meer op de voorgrond treden. Een coherente visie op de samenleving is dan moeilijker te formuleren en uit te dragen, wat de stabiliteit binnen en het vertrouwen in de partij kan schaden. Het wordt, met andere woorden, minder helder waar de partij voor staat. Daarnaast wijzen wij op de beperkte gevolgen die de vorige verlaging van de voorkeurdrempel (van 50 naar 25 procent van de kiesdeler) heeft gehad: slechts enkele Kamerleden hebben sindsdien via voorkeurstemmen een zetel in de Tweede Kamer veroverd. Dit gegeven kan erop wijzen dat de kiezer kennelijk geen behoefte heeft aan een voorkeurstem of dat hij onbekend is met de mogelijkheid een dergelijke stem uit te brengen. Deze mogelijke oorzaken pleiten ofwel voor algehele afschaffing van de voorkeurdrempel ofwel voor een betere informatievoorziening, maar niet voor nog een halvering van de drempel naar 12,5 procent van de kiesdeler.

De VG-fractie kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de regering met deze voorstellen wegkijkt van echte oplossingen om de stabiliteit in de landelijke politiek te herstellen. De regering komt met aanpassingen van het systeem, waardoor kleine partijen uit het politieke landschap zullen verdwijnen. Daardoor zal de identificatie met en het vertrouwen in de politiek afnemen. En dat vertrouwen poogt de regering juist te versterken! Dezelfde gevolgen treden in bij de voorgestelde verlaging van de voorkeurdrempel. Het voorstel werkt dus averechts. De VG-fractie zou dan ook zeggen: laat de kies- en voorkeurdrempel voor wat ze zijn en onderzoek alternatieven die werkelijk tot stabiliteit en herstel van vertrouwen kunnen leiden. De door ACS in haar verslag opgeworpen suggesties, waar de regering blijkens de Nota welwillend tegenover staat, kunnen daarvoor een beginpunt zijn.

Fractie Vrije Gereformeerden, Vrije Universiteit

Noot van de redactie: Op 31 mei 2013 vindt de plenaire sessie van het studentenparlement plaats. Studenten-fracties van verschillende universiteiten debatteren dan in de zaal van de Tweede Kamer met elkaar over een door een regering van hoogleraren staatsrecht voorbereid voorstel. Deze post is in dat kader. Andere fracties die een bijdrage willen laten plaatsen kunnen mailen naar redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 freedomandpower 25/05/2013 om 15:20

Zovéél landen hebben kiesdrempel, maar niemand die zo moeilijk doet als deze club.

2 Super De Boer 27/05/2013 om 00:08

8) Ben het geloof ik wel eens met de Vrije Gereformeerden, al vind ik dat instinctief niet bijelkaar passen, ‘Vrij’ en ‘Gereformeerd’. Maar goed, daar gaat het nu niet om. Politiek is all about gelegenheidsverbonden immers.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: