Voorbeeldige motivering

door SV op 19/04/2010

in Buitenland, Grondrechten

Het geluid van religies klinkt steeds vaker en steeds harder,” aldus het Humanistisch Verbond, voordat zij een noodoproep doet: “Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd.” De recente SGP-uitspraak van de Hoge Raad laat echter zien dat de seculieren nog op de helft van de gelovigen spelen. Bovendien laat het zien dat een zeer matige motivering daarvan weinig weerstand oproept.

Beide punten zijn vaak anders in de Verenigde Staten, waar grote aantallen procedures worden gevoerd over de piketpaaltjes rondom de vrijheid van religie. Een heel aardig voorbeeld werd vandaag voor de Supreme Court bepleit: Christian Legal Society v. Martinez. CLS vecht in deze zaak een besluit aan van de University of California at Hastings om CLS niet toe te laten als gesubsidieerde Registered Student Organisation (RSO), omdat CLS homo’s geen actief stemrecht geeft en niet toelaat tot leiderschapsfuncties. Ook de niet oplettende lezer van de processtukken treft de gelijkenis met de SGP-zaak: een vereniging die om religieuze redenen een specifieke groep uitsluit, meent dat de overheid hieraan geen financiele consequenties mag verbinden.

CLS en Hastings brengen sterke (en prachtig geformuleerde) punten op. Uit het stuk van Hastings valt op te maken dat het twee niveaus voor grondrechten onderscheidt. Op het meest basale niveau speelt de vrijheid om een overtuiging te kunnen aanhangen zonder dat de staat dat tegenhoudt. Daarnaast kan een (positieve) verplichting bestaan voor de staat om een achtergestelde op gelijke voet te brengen als de rest, bijvoorbeeld door bepaalde regelingen niet toe te passen.  Deze negatieve en positieve verplichtingen zijn niet altijd even gemakkelijk te onderscheiden, maar op beide niveaus van bescherming zal een rechter de belangen van betrokkenen afwegen.

Hastings wijst erop dat haar toelatingsbeleid CLS niet belemmert in haar vrijheid van godsdienst; ook zonder RSO status kan CLS haar activiteiten uitvoeren. Voor het wegnemen van een vermeende barriere – in de vorm van een uitzondering op de geldende regels voor RSOs – is volgens Hastings geen aanleiding. De doelstelling van het RSO-programma is iedere student van de Universiteit de gelegenheid te geven extracurriculaire vaardigheden te ontwikkelen, en daarbij past niet dat dergelijke clubjes niet iedereen toelaten.

Zowel Hastings als CLS gaan in op de gevolgen die het toelatingsbeleid heeft voor de vrijheid van de universiteit om haar doelstellingen na te streven en voor de vrijheid van CLS om zich te organiseren zoals zij dat wil. Voor een toch fundamentele inperking van de grondrechten van de SGP had het voor de hand gelegen ook in die zaak te onderzoeken wie op welke wijze en in welke mate nu wordt geschaad, door de situaties met en zonder discriminatie van vrouwen te vergelijken. Ik kan in het SGP-arrest echter niet meer analyse van de belangen van betrokkenen vinden dan de volgende platitutes:

“4.5.4 De algemeen vertegenwoordigende organen vertegenwoordigen de gehele bevolking zonder onderscheid tussen de burgers die daarvan deel uitmaken. Zij vormen het hart van de democratie en een waarborg voor het democratische gehalte van de staat. Het actief en passief kiesrecht zijn essentieel om het democratische gehalte van die organen te waarborgen.”

Een kaal beroep op de discriminatieverboden in het IVBPR overtuigt niet; de ook daarin verankerde bescherming van de vrijheid van religie wordt niet in de berekening betrokken.

Voor de lezer die zich afvraagt of de VS niet partij zijn bij hetzelfde IVBPR dat het SGP-vrouwenstandpunt de das om doet: ja en nee. De VS hebben het verdrag ondertekend, maar doorwerking ervan is geblokkeerd doordat de Amerikaanse senaat heeft verklaard dat het IVBPR geen rechtstreekse werking zal hebben; dat private partijen zich er niet op kunnen beroepen, werd geexpliciteerd door het congres.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: