Vooruitlopen op wetgeving, maar vooral niet te snel

door GB op 23/02/2012

in Grondrechten, Rechtspraak, strafrecht

Post image for Vooruitlopen op wetgeving, maar vooral niet te snel

Van de Rechtbank Amsterdam wordt nog wel eens gezegd dat deze liberaal en eigenzinnig is, en het niet al te nauw neemt met het geldende recht. Dat zou blijken uit de opstelling van deze rechtbank in bijvoorbeeld krakerszaken, arbeidsrechtelijke conflicten, straatverboden en beroepszaken van vreemdelingen (zie over deze stelling onder meer het boek Amsterdamse zaken van Ton van den Brandt). Wat hiervan ook zij, recentelijk heeft het Amsterdamse college weer eens van zich doen spreken met een aantal beslissingen in de Amsterdamse zedenzaak. De feiten van deze zaak zijn bekend. Hoofdverdachte Robert M. wordt beschuldigd van seksueel misbruik van tientallen kinderen op kinderdagverblijf Het Hofnarretje. De feiten zijn schokkend. Sommige slachtoffers waren nog baby’s.

Dat zorgt meteen voor een probleem dat de Amsterdamse rechtbank moet oplossen: de wet – om precies te zijn artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering – kent spreekrecht toe aan slachtoffers van (zware) misdrijven, maar het moge duidelijk zijn dat de slachtoffers in deze zaak vanwege hun leeftijd niet in staat zijn van dit recht gebruik te maken. Mogen de ouders dat dan wellicht doen, hetzij voor hun misbruikte kinderen, hetzij voor zichzelf omdat zij ook in zekere zin slachtoffer zijn?

Het Openbaar Ministerie concludeert dat de wet op dit punt geen aanknopingspunten biedt, maar doet een beroep op een op handen zijnd wetsvoorstel en vervolgt met een moreel appel. Dat zou de conclusie rechtvaardigen dat aan ouders het recht wordt toegekend namens hun kinderen het woord te voeren. Vanzelfsprekend is de advocaat van de verdachte het niet met deze conclusie eens. Anticiperen op een wetsvoorstel (dat dan nog niet eens is ingediend!) komt zijns inziens in strijd met rechtsstatelijke beginselen. De rechtbank heeft de weinig benijdenswaardige taak hier een knoop door te hakken. Zij constateert allereerst dat de ouders niet zelf als slachtoffer zijn aan te merken. Hun nadeel is evident ernstig, maar wel afgeleid van dat van hun kinderen en voor de wet is dat onvoldoende. Ook moet de rechtbank vaststellen dat bij de totstandkoming van het spreekrecht voor slachtoffers uitdrukkelijk is nagedacht over de situatie dat een slachtoffer fysiek of emotioneel niet in staat is zelf het woord te nemen. De wetgever, zo oordeelt de rechtbank, heeft destijds gemeend vertegenwoordiging van het slachtoffer te moeten afwijzen. Einde oefening voor de ouders in deze zaak? Nee, de rechtbank vervolgt:

De rechtbank is echter van oordeel dat de aard en de omvang van de strafzaak zo buitengewoon zijn, alsmede de mogelijke impact op de direct betrokkenen, dat het ervoor mag worden gehouden dat de wetgever, destijds bij de totstandkoming van de wet, deze niet in al hun aspecten voor ogen heeft gehad. Dit betekent dat voor een juiste interpretatie mede de achterliggende gedachte om tot een regeling te komen van belang is. Daarnaast is van betekenis dat de discussie bij de wetgever over bedoelde vertegenwoordiging recent weer is opgepakt, met het aannemen van de motie Gerkens in november 2009 en het daarop volgend voorstel van wet. Dit voorstel heeft de uitgesproken bedoeling om tot uitoefening van het spreekrecht te komen door een wettelijk vertegenwoordiger indien het slachtoffer niet in staat is om dit zelf te doen.

Conclusie: een ouder mag in deze zaak spreken voor zijn kind, en daarbij tevens betrekken de gevolgen voor hemzelf, zijn partner en de rest van het gezin. Dat ligt “geheel binnen het leidend beginsel van de wet”. Deze welwillende reconstructie van de ‘wil van de wetgever’, gecombineerd met een wetssystematisch argument, levert een nogal gewaagde uitkomst op voor een strafrechtelijke procedure. Zeker, het is een zaak die zijn weerga niet kent, maar het wetsvoorstel waarvan de rechtbank en het OM repten was op dat moment , in weerwil van wat in de uitspraak wordt gesuggereerd, nog niet eens ingediend. Dat gebeurde pas op 11 februari van dit jaar. Eerste en Tweede Kamer hebben zich er nog niet over uitgelaten, en hoewel verwerping misschien niet direct voor de hand ligt, gaat het wel erg ver om nu al op een positieve parlementaire beslissing vooruit te lopen. Bovendien is het nogal wrang dat de ouders in deze zaak wel spreekrecht krijgen, waar het ouders in andere zedenzaken klaarblijkelijk wordt onthouden.

Misschien vindt de Amsterdamse rechtbank het nu ook wel even mooi geweest met al dat vooruitlopen op wetgeving. Volgens berichten in de media staat de rechtbank de ouders namelijk niet toe hun advocaat het woord te laten voeren. Dat is inderdaad wel gek, want het recentelijk ingediende wetsvoorstel bepaalt niet alleen dat wettelijke vertegenwoordigers het spreekrecht namens minderjarige slachtoffers kunnen uitoefenen, maar ook dat ze een verzoek kunnen doen het spreekrecht te laten uitoefenen door een raadsman (zie het nieuwe artikel 258, zesde lid, Wetboek van Strafvordering). Een aanzienlijk aantal ouders wil dat hun advocaat het woord voert, aangezien ze daar zelf te emotioneel voor zijn. Als dat niet wordt toegestaan, staan deze ouders ondanks de eerdere, tamelijk revolutionaire uitspraak alsnog met lege handen. Hoe zou het “leidend beginsel van de wet” daar over denken?

Foto: Wikimedia Commons

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 23/02/2012 om 15:08

Zelfs zonder jury is spreekrecht voor slachtoffers een gotspe. Weg ermee, zo snel mogelijk. Strafrechtspraak dient niet om recht te halen voor het slachtoffer, maar om recht te halen voor de samenleving. Voor het slachtoffer is er de burgerlijke rechter.

2 Super De Boer 23/02/2012 om 23:41

@ Martin H.

Strafrechtspraak dient grofweg zo’n twee doelen, heeft men mij altijd geleerd. Vergelding en preventie. Bij het bepalen van hoeveel vergelding nodig is in een concreet geval, kan het relaas van het slachtoffer behulpzaam zijn, zeg ik als relatieve leek op strafrechtelijk gebied. De link met preventie zie ik inderdaad wat minder, al heb je natuurlijk altijd kans dat het relaas van en de confrontatie met het slachtoffer net dat duwtje in de rug geven om niet te recidiveren.

Als je stelt dat het strafrecht er louter toe dient dat de samenleving ‘zijn recht kan halen’, dan kun je ook het spreekrecht van de verdachte wel schrappen, toch?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: