VPU: ‘De Democratie in zwaar weer’

door Ingezonden op 27/03/2013

in Haagse vierkante kilometer

Post image for VPU: ‘De Democratie in zwaar weer’

Er vaart een schip op zee. Vanuit de verte ziet het er gaaf uit, het lijkt gemaakt met Oer-Hollandse degelijkheid en het bezit een bemanning waar je van op aan kan. Naarmate het schip echter dichterbij komt, begint dit beeld te veranderen. Het schip vaart met een bescheiden snelheid voort, al lijkt het soms zelfs stil te liggen, overgeleverd aan golven die eigenlijk te groot zijn voor het schip. Het is dan ook een oud schip, de romp vertoont hier en daar wat gaten en de verf bladdert van de zijkanten af. Hoewel slecht leesbaar, kan de naam nog net van de boeg nog worden afgelezen. Met sierlijke krulletters staat er: ‘De Democratie’. Wat ooit het trotse toonbeeld van de Nederlandse staatsstructuur was, is verworden tot een trage, oude ark. Dit zou zomaar de eerste scene van een film kunnen zijn, geen A-film of Oscar-kandidaat, maar een film met weinig fantasie gemaakt door één van de vele cultuurfondsen die de Nederlandse belastingbetaler in stand mag houden.

Na de inleidende scène verplaatst de camera zich naar de brug van het schip. In vroeger tijden werd de kapitein van dit schip gekozen door alle opvarenden, maar die tijden zijn al lang voorbij. Tegenwoordig wordt de kapitein in de achterkamertjes van het schip benoemd uit de elite, wat er feitelijk op neerkomt dat het een grote uitruil en verdeling van baantjes is geworden. De gewone opvarende heeft er niets meer over te zeggen en wordt met valse beloften overgehaald om zijn stem uit te brengen op een kandidaat. De uiteindelijk gekozen kapitein bekommert zich vervolgens niet meer om de kiezer, maar wil vooral het met pluche beklede stuurwiel weer in handen krijgen. De koers van het schip wordt verder van buitenaf uitgezet door iets wat Europa heet. Wat dit orgaan is en wat zij verder doet weet niemand. Feit blijft dat het schip sinds de dag dat de politieke elite in de stuurhut verscheen, nimmer de richting van het volk heeft gevaren.

Tot zover kan de Vrijheidspartij Utrecht (hierna: VPU) niets anders dan gruwen van hoe treffend de gelijkenis is tussen wat er op De Democratie gebeurt en de huidige Nederlandse situatie. De VPU heeft de democratie namelijk hoog in het eigen vaandel staan; zij is immers altijd een warm voorstander geweest van directere vormen van democratie. Zo zou volgens de VPU het bestaande staatsbestel verder gedemocratiseerd moeten worden door middel van referenda, een gekozen burgemeester en minister-president, de afschaffing van de indirect gekozen Eerste Kamer en door van het koningschap louter een ceremoniële functie te maken. Helaas blijkt het volk enkel invloed te hebben op de samenstelling van de Tweede Kamer, die daarna, net als aan boord van De Democratie, lijdzaam moet toekijken hoe de politieke elite aan de haal gaat met de stem van de kiezer.

De VPU krijgt scheurbuik van dit soort schijndemocratie en vind dan ook dat het Nederlandse volk de hoogste macht behoort te hebben. De VPU is dan ook voorstander van het herstel van de volkssoevereiniteit. De soevereine macht moet weer bij het Nederlandse volk komen te liggen. De VPU is derhalve van mening dat de regering een zo sterk mogelijke democratische legitimatie dient te hebben en, in geval van een regeringscrisis, de Kamer dient te ontbinden zodat de burger zich opnieuw kan uitspreken. Hierdoor wordt de algemene volkswil weer leidend in het geval dat de regering er zelf niet uitkomt. Deze opvatting sluit aan bij het huidige kader van artikel 64 Grondwet, waar de regering de mogelijkheid heeft gekregen om zelfstandig de Kamer te ontbinden en verkiezingen uit te schijven.

Inmiddels is De Democratie in zwaar weer beland, de golven van de eurocrisis en de toestroom immigranten komen regelmatig boven de boeg uit. De kapiteins van het schip missen de stuurmanskunsten om het schip naar veiliger water te begeleiden en verspillen hun tijd met het bouwen van bruggen en oeverloos overleg. Op de achterplecht staan een paar zelfbenoemde democraten grote zakken belastinggeld over de reling te gooien, in de ijdele hoop het tij te keren. Op het moment dat de regering een wijziging van het kamerontbindingsrecht voorstelt, loopt het schip krakend vast op een zandbank.

Het wetsvoorstel beoogt namelijk een ingrijpende aanvulling op artikel 64 Grondwet. Indien er een onoplosbare regeringscrisis dreigt, wil de regering zelf oordelen over de wenselijkheid van het ontbinden van de Kamer en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Als voordeel hiervan wordt genoemd dat dit een soort afkoelingsperiode is, omdat pas op een later moment wordt beslist over eventuele ontbinding. Daarbij biedt dit de mogelijkheid om zonder verdere legitimatie op zoek te gaan naar andere oplossingsmogelijkheden dan de ontbinding. Het voorstel heeft dan ook veel weg van een truc die ervoor zorgt dat de politieke elite opnieuw de baantjes kan verdelen zonder de kiezer te raadplegen. De leden van de VPU achten echter maar één oplossing mogelijk en dat is: de burger raadplegen! Niemand zit te wachten op Kunduz-taferelen. Indien er een dusdanig conflict is binnen de regering dat zij tot ontbinding over wil gaan, moet de burger zich over dit punt kunnen uitspreken! Uiteindelijk blijft het namelijk de burger zelf die drager is van de volkssoevereiniteit. De burger moet dus de koers kunnen bepalen als de hoge heren in de stuurhut het niet meer weten.

Voorts zijn de leden van de VPU van mening dat – indien toch wordt besloten om het wetsvoorstel doorgang te laten vinden – gekozen moet worden voor een andere procedure. Het is namelijk gebruikelijk dat een eventuele beperking van een grondwetsbepaling, ook in de Grondwet zelf wordt opgenomen. Er staat in de Grondwet immers niet opgenomen dat de wetgever bevoegd is om een dusdanige wijziging via een formele wet te regelen. Daarnaast raakt de voorgestelde wijziging aan de kern van ons nationale staatsbestel. Om die reden moet een dergelijke wijziging zijn beslag vinden in onze hoogste en meest fundamentele wet. Door het artikel in een formele, normale, wet te zetten zijn de leden van de VPU van mening dat geen recht wordt gedaan aan de functie van de Grondwet en de oorspronkelijke ratio achter artikel 64 Grondwet. Gebeurt dit niet, dan verliest de Grondwet haar positie en blijkt zij niet meer opgewassen om tegenstand te bieden aan vergaande Europeanisering.

De vergaande sturing van Europa, de slechte stuurmanskunsten van de politieke elite en de hoge golven die de eurocrisis met zich meebrengt, hebben er voor gezorgd dat de ooit zo trotse Nederlandse democratie in zwaar weer terecht is gekomen. Om te voorkomen dat de Nederlandse burger tussen wal en schip terechtkomt, dient de regering zich te richten op de versterking van de democratische grondslag van de overheid. De voorgestelde inperking van artikel 64 Grondwet werkt hier tegengesteld aan. Daarom bepleit de VPU-fractie dat het volk zelf weer aan het roer moet komen te staan en dat, in geval van een regeringsconflict, meteen Kamerontbinding en verkiezingen moeten blijven volgen. Pas dan, en alleen dan, komt de democratie in rustiger vaarwater.

Fractie Vrijheidspartij Utrecht (VPU), Universiteit Utrecht

Noot van de redactie: Op 31 mei 2013 vindt de plenaire sessie van het studentenparlement plaats. Studenten-fracties van verschillende universiteiten debatteren dan in de zaal van de Tweede Kamer met elkaar over een door een regering van hoogleraren staatsrecht voorbereid voorstel. Deze post is in dat kader. Andere fracties die een bijdrage willen laten plaatsen kunnen mailen naar redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Sarafina 27/03/2013 om 12:50

Krachtige metafoor! Ik ben benieuwd naar de plenaire sessie van het studentenparlement.

2 Lucas 31/03/2013 om 14:44

De democratie zit inderdaad in zwaar weer. Tijd voor een referendum over Europa.

3 Martin Holterman 01/04/2013 om 01:19

Want alleen referenda zijn democratie?

4 Alexander 02/04/2013 om 21:26

Dat lijkt me niet, maar als ik het goed begrijp bedoelt de VPU hier dat referenda een directere democratie mogelijk maken, in tegenstelling tot het aanpassen van art. 64, wat juist een inperking van de invloed van de kiezer blijkt te zijn.

5 a.zecha 21/06/2013 om 15:47

Graag haak ik in op het tableau dat de auteur de lezer voorhoudt. Een “oud schip” dat in “sierlijke krulletters” de naam “De Democratie” voert.
Door vanuit een evolutionaire invalshoek naar het “schip” te kijken stellen zich vragen als: wat, hoe en waardoor is “De Democratie” niet meer het schip dat zij vroeger was.
Dan kan vastgesteld worden dat de Nederlandse rechtsstaat in feite tot een heel ander soort rechtsstaat is geëvolueerd terwijl intussen de passagiers via de scheepsmedia wordt voorgehouden en/of in de waan wordt gebracht dat zij nog op het oude schip “De Democratie” varen.
Dat oude schip is al vele jaren geleden tot schroot verwerkt. Het huidige varend schip is nieuw en heeft slechts de naam van het oude schip overgenomen om de passagiers niet te verontrusten. Het nieuwe schip is een partij schip van een nationale socialistische oorsprong dat de laatste decennia in neoliberale richting evolueerde. De hoofdregel van deze nationale neoliberale ideologie is dat elke passagier voor zichzelf moet zorgen en zij moeten bovendien elke strikt persoonlijke informatie uit handen geven. Daarnaast worden de passagiers onderworpen aan het regime van de vrije markt (hoe lager de lonen zijn hoe beter …., hoe langer er wordt gewerkt hoe beter ….. en hoe hoger de werklast hoe beter …… alles voor een bloeiende rupsje-nooit-genoeg economie).
De aanmonstering van bemanning en officieren geschiedt door de diverse partijen en hun afgevaardigden in de Staten Generaal.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: