Vredesproces: men must become like angels

door GB op 07/04/2009

in Buitenland

Zo af en toe sijpelt er wat Israelische politiek door in de Nederlandse pers. Op TV wordt dat dan voorzien van een eigen ‘beeld-idioom’: de onnodig grote bruine leren zetels van de Knesset met daarin verveeld kijkende of scheldende politici tegenover een onverstoord voorlezende ‘spreker’ die ergens vanachter een verschansing staat uit te leggen wie er nu weer erger zijn dan de nazi’s. De continuiteit van de beelden wordt verder versterkt doordat het al een tijdje om dezelfde gezichten gaat. Men raakt – kortom – al snel de mening toegedaan dat ze daar om de haverklap verkiezingen hebben, maar toch niet in staat zijn andere gezichten naar voren te schuiven.

Aanleiding voor het recyclen van deze beelden was dit keer de vorming van de regering van Netanyahu, ‘Bibi’ voor fans zoals Marc-Marie Huijbregts. Interessant is dat Bibi wel de verkiezingen ‘won’ maar niet de grootste partij werd. Dat bleef Kadima, (de club waar Sharon destijds mee begonnen was, en die door Olmert in zompig moeras is getrokken) zij het met één zetel voorsprong. Kadima kreeg helemaal geen voet tussen de deur in het formatieproces, omdat president Peres meteen al aan Netanyahu de formatieopdracht gaf. Daarmee was voor het eerst in de Israëlische geschiedenis de grootste partij niet op de eerste hand. Netanyahu grabbelde wat rechtse partijtjes bij elkaar en formeerde zo een kabinet.

Deze formatie biedt een voorbeeld van een versplinterde volksvertegenwoordiging, waar uiteindelijk een politieke flank de macht heeft en niet de grootste partij. Ondertussen blijft het een instabiel vecht-kabinet, wat in Israelische context helaas meerdere betekenissen kan hebben.

Want beslissende stappen in het vredesproces vallen van dergelijk instabiel leiderschap niet te verwachten, signaleert professor Yehezkel Dror in De Volkskrant. Het gaat eerder de andere kant op. De meerderheid is verdeeld over de vraag wanneer de twee-staten-oplossing er moet komen, waardoor een uitgesproken minderheid de doorslag geeft.

Dror vindt het daarom tijd voor krachtiger bestuur: beslissingen over de vrede kunnen eigenlijk alleen worden genomen door een krachtige president. Israel heeft al ervaring met een gekozen minister-president (dat was, jawel, Netanyahu) maar dat was geen succes. Omdat de Israëliers rechtstreeks konden kiezen voor hun premier viel de noodzaak van het strategisch stemmen weg, waardoor de Knesset nog meer versplinterde en regering en parlement elkaar in een stevige houdgreep namen. De klassieke lock-down van het presidentiele stelsel dus, sinds 2003 weer afgeschaft. Toch zal alleen krachtig leiderschap het vredesproces kunnen vlottrekken en niet een regering die in zijn bestaan afhankelijk is van een hele serie partijtjes met hun eigen belangen.

Dror, oprichter van een of andere denktank die ik nog niet kan plaatsen, zit dan ook op een veel meer principiële koers, namelijk die van ‘The new ruler’. Daarover heeft hij een paper geschreven die eigenlijk vertrekt vanuit de eenvoudige vraag: als verschillende leiders van tegenwoordig beschikken over de macht om de mensheid in zijn geheel te vernietigen, welke eisen stelt dat aan het constitutionele systeem? Daarvoor is nodig dat er een soort nieuwe Philadelphia Convention bij elkaar komt van figuren met een Founding-Father statuur, waarin enerzijds ruimte wordt gemaakt voor effectief bestuur maar waarbij anderzijds vooral wordt gewerkt aan de trainig en vorming van de leiders.

Daarmee heeft Dror een interessant spoor te pakken. Madison zou gezegd hebben dat de Amerikaanse Constitutie zo in elkaar zit, dat die ‘essentially could be run by devils’. Dat uitgangspunt voelt niet echt comfortabel, als de feitelijke macht van een van die ‘devils’ inmiddels bestaat uit de rode knop in het Witte Huis. De eigenschappen en het karakter van de leiders doen er dus wel degelijk en zelfs steeds meer toe. Niet alleen in de checks and balances van het systeem moeten we ons vertrouwen stellen, maar vooral in de vorming van de leiders. Dror doet in zijn essay een poging het functieprofiel en het trainingsprogramma van de ‘New Ruler’ wat verder uit te diepen. Dat gaat van technische tips (gebruik YouTube) naar organisatorische (organiseer tegenspraak om je heen, laat niemand je naar de mond praten) tot een advies voor een persoonlijke filosofie: stoic enthousiasm.

In zijn focus op de kwaliteit van de leiders, stuit het betoog van Dror eigenlijk op een belangrijk uitgangspunt van de Federalist Papers. Die stellen:

It may be a reflection on human nature, that such devices should be necessary to control the abuses of government. But what is government itself, but the greatest of all reflections on human nature? If men were angels, no government would be necessary. If angels were to govern men, neither external nor internal controls on government would be necessary. In framing a government which is to be administered by men over men, the great difficulty lies in this: you must first enable the government to control the governed; and in the next place oblige it to control itself.

De Joodse traditie voorziet in een veel optimistischer mensbeeld dan de traditie die de Pelgrim Fathers naar Amerika hebben gebracht. De mens is in Joodse ogen slechts een ‘klein beetje minder dan de engelen’. Als government inderdaad ‘the greatest of all reflections on human nature’ is, werkt dit verschil misschien hier wel door.

Het is natuurlijk ondenkbaar om ‘stoic enthousiasm’ als voorwaarde voor het passief kiesrecht te stellen. Dat is ook de zwakte van het verhaal van Dror: erg concreet wordt het allemaal niet. Maar een herwaardering van de klassieke constitutionele theorie waarin de deugden van de leiders onderdeel zijn van de staatsvorm lijkt me winst.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: