Vrijheid en populisme II

door PWdH op 23/05/2009

in Uncategorized

Deel II: Populisme

Over populisme gesproken: er mist iets in de uitzending van Tegenlicht. Wat als de populisten gelijk hebben, of althans gedeeltelijk? In Trouw spreekt Bart-Jan Spruyt samen met Amanda Kluveld in ‘Voxpop’ nog eens zijn ongenoegen uit over de zelfgenoegzame elite, de ‘weldenkenden’, die zo vaak conferenties over populisme bevolken. Blijkens hun stuk was dat op een onlangs gehouden conferentie weer het geval.

Wat opviel in Leiden, vooral in de beschouwingen over het hedendaagse niet-linkse populisme, was dat het verschijnsel overwegend negatief werd geduid en zelfs geridiculiseerd. Kort gezegd komt het erop neer dat de politieke, culturele en intellectuele elite van Nederland – dat wil zeggen, de mensen die zich in het publieke en politieke debat mengen, zichzelf tot de weldenkenden rekenen en doorgaans bij conferenties over populisme aanwezig zijn – van mening is dat we hier te maken hebben met een moeilijk te definiëren, maar voor iedereen toch min of meer gemakkelijk als ’fout’ te herkennen politieke stijl, en met een volgens sommigen zelfs gevaarlijke ideologie.

Lees verder

Hoewel Spruyt me vaak wat te radicaal is voel ik hier toch wel met hem mee. Populisme heeft een uitgesproken pejoratieve betekenis: vorm boven inhoud, een leidersfiguur die een direct beroep doet op de massa, charisma en persoonlijkheidscultus. Voor je het weet is de open samenleving in gevaar en marcheren de spreekwoordelijke laarzen weer door de straten. Natuurlijk maak ik er nu een beetje een karikatuur van, maar de extreemrechtse associaties zijn vaak niet van de lucht. Denk maar aan Melkert, die Fortuyn met de officieel erkende gewelddadige fascist Le Pen vergeleek, en De Graaf, die meende Fortuyn met Anne Frank de mond te moeten snoeren.

In plaats van het afserveren van bepaalde denkbeelden op gepretendeerd objectieve gronden – door deze als populistisch en daarom verwerpelijk te kwalificeren en de onderliggende maatschappelijke vraagstukken te negeren – zou de weldenkende elite er ook naar mijn smaak beter aan doen te onderzoeken waarom de door hen verfoeide politici op zoveel steun kunnen rekenen. Spruyt en Kluveld doen dat door het argument om te draaien: niet de vermeende populisten vormen het gevaar, maar de zelfgenoegzame elite doet dat. Juist die elite brengt de democratie in gevaar door de problemen te negeren die Fortuyn en Wilders aan de macht brengen.

Over de inhoudelijke tekortkomingen van de politieke elite schrijven Spruyt en Kluveld:

In de tweede plaats valt de periode van morele en sociale anarchie in Nederland uitgerekend samen met een periode van immigratie en van de integratie van (vooral islamitische) nieuwkomers. Dat is een grote culturele kwestie waarvoor de leiders van de traditionele politieke partijen niet zijn opgeleid. Die kunnen heel goed met elkaar om de tafel zitten om hier een procentje te plussen en daar wat te minnen ten einde de inkomensplaatjes rond te krijgen. Maar zij zijn niet de virtuozen die een visie op cultuur en identiteit verwoorden. Bovendien zijn hun partijen ontstaan op grond van een fundamentele overeenstemming over heel andere zaken; een interne discussie over immigratie en integratie zal alleen maar tot verdeeldheid leiden. Dat was bij de VVD en de PvdA en recentelijk ook bij het CDA al te zien. Om scheuringen te voorkomen, wordt er gezwegen, en zo lopen de spanningen op.

Ook Goslinga constateert dat de middenpartijen verhinderen dat de spanningen als gevolg van onder meer de massaimmigratie zich in het politieke bestel kunnen ‘ontladen’. Goslinga:

Dat kan de toevlucht verklaren tot politici die de hartklop van deze tijd scherper aanvoelen, zo goed als ook de weerzin en zelfs de haatgevoelens jegens de ‘oude politiek’. Op hun beurt vluchten de polderpolitici steeds meer in beeldvorming, wat een onechtheid creëert die de politiek haar slechte reputatie bezorgt. Het meest recente voorbeeld: het gespeelde medeleven van de premier met de breuk tussen de Volendamse zanger Jan Smit en het boulevardsterretje Yolanthe.

Ik weet niet of de ‘verworvenheden van 1968’ inderdaad ‘morele en sociale anarchie’ in Nederland hebben gebracht, dat lijkt me eerlijk gezegd wat overdreven. Maar ongetwijfeld is het zo dat de ontzuiling en individualisering om een antwoord vragen, evenals de massaimmigratie een integratievraagstuk heeft doen ontstaan.

Ongetwijfeld zullen de middenpartijen zich verweren onder verwijzing naar al het beleid dat in gang is gezet sinds de Fortuynrevolte, om immigratie en integratie in goede banen te leiden. Maar daarmee miskennen ze nu juist dat hier politiek leiderschap nodig is dat niet bestaat in beleid en – zoals Spruyt en Kluveld treffend schrijven – inkomensplaatjes, maar in toespraken, opiniestukken en publiek debat. Om eens een groteske vergelijking te maken: het type toespraken dat Obama houdt, zoals de 2004 Democratic Convention keynote address, of ‘A more perfect union‘.

Conclusie van dit associatieve verhaal: Spruyt en Kluveld hebben een punt. Laten we het stempel populisme opbergen in een la. Het etiket levert alleen maar klein bier discussies op over cordons sanitaire, hun-lidmaatschap-opzeggende-partijideologen en – uiteraard – de fameuze toon van het debat, die afleiden van de onderliggende problematiek. Beter springen de middenpartijen in het ontstane gat, door hun ‘virtuozen’ naar voren te schuiven om een thuishaven te definiëren voor de op drift geraakte Nederlandse samenleving anno 2009. Hoe die thuishaven er uit moet zien, moet onderwerp zijn van voortdurend politiek debat, waarvan niemand en geen bijdrage wordt uitgesloten.

Zelf voel ik overigens meer voor de richting die Paul Scheffer schetst in het Het land van aankomst. Zijn voornaamste bevindingen in een notedop: de vermeende populisten tonen juist de vitaliteit van het democratisch bestel, conflict is een noodzakelijke fase in de integratie waarvoor ruimte moet zijn, zowel de immigranten als de ontvangende samenleving zullen zich moeten aanpassen, en dat integratieproblematiek samenhangt met de tekorten van de verzorgingsstaat. Dat alles lijkt me voldoende stof om het politiek debat voortdurend te vullen.

Deel I volgt.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: