Waar zijn de kleine partijen gebleven?

door MD op 07/04/2010

in Haagse vierkante kilometer

Volgens CDA-prominent Gerd Leers moet Nederland bij verkiezingen zo snel mogelijk een kiesdrempel invoeren van minimaal 5 procent. De fragmentatie van het politieke landschap is volgens hem namelijk uit de hand gelopen, hetgeen (in zijn ogen) het gezag van de politiek ondermijnt. Als voorbeeld noemt hij de gemeenteraad van Maastricht, die momenteel elf fracties kent. Omdat al die fracties zich willen profileren “vergroten ze”, volg Leers, “de verschillen uit en meestal niet in positieve zin” en “versterken ze het beeld bij de burger dat de bestuurders alles fout doen.”

Uit de volledige weergave van het interview blijkt dat het Leers vooral gaat om de verhouding tussen volksvertegenwoordigers en bestuurders enerzijds, en kiezers en het publieke debat anderzijds. Wat hij vooral mist zijn leiders met een Groot Verhaal waar anderen in kunnen geloven en waar ze achteraan kunnen lopen. Een verlichte dictatuur à la Plato’s Politeia is volgens hem dan ook zo gek nog niet. Politici hebben nu vooral een dagtaak aan het reageren op nieuws en op elkaar en zijn daarmee “loopjongens van consultants, opiniepeilers, adviesraden en commissies” geworden. Dat moet volgens hem anders. De leider met het Grote Verhaal op gemeenteniveau, de burgemeester, moet dringend direct gekozen gaan worden omdat hij anders veel te kwetsbaar is. Nationaal moet er, zoals gezegd een kiesdrempel van minstens vijf procent komen. Het effect hiervan zou volgens Leers zijn dat er vier of vijf grote stromingen zouden overblijven, hetgeen tot gevolg zou hebben dat er weer “logische coalities” te vormen zouden zijn. In beide gevallen moet het resultaat zijn dat politici weer leiderschap kunnen tonen en niet teveel gebonden zijn aan moeilijke coalities of aan teveel incidentenpolitiek.

Het schot voor open goal dat Leers vooral af zou willen van de overmatige(?) kritiek van kleine partijen, die ten onrechte het beeld wekken dat bestuurders alles fout doen, laat ik hier even liggen. Ik ben in plaats daarvan eens gaan afvragen wat (waarschijnlijk) het effect zou zijn van de voorgestelde kiesdrempel. Klopt het verhaal, met andere woorden, dat zo’n drempel als vanzelf leidt tot 4 à 5 stromingen? Als je verkiezingsuitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 bekijkt, lijkt er wel wat in de zitten. De SGP, de Partij voor de Dieren, D66 en de ChristenUnie haalden de afgelopen verkiezingen minder dan vijf procent van de stemmen. Samen bezetten die momenteel 13 zetels. Bovendien deden er nog 14 andere partijen mee, die alle de huidige kiesdrempel al niet eens gehaald hebben. Met een drempel van 5% zouden er in 2006 dus inderdaad maar 5 partijen zijn overgebleven in de Tweede Kamer (even voor het gemak het effect op de uitslag van een kiesdrempel negerend).

Een kleine rechtsvergelijking met het dicht bij Maastricht liggende Duitsland levert een vergelijkbaar resultaat op: De Duitse Bondsdag kent momenteel precies 5 fracties (bestaande uit 6 partijen als je CDU en CSU als twee verschillende partijen rekent). De vraag is daarbij alleen hoe groot het effect van de kiesdrempel is en hoe groot dat van het ‘districtselement’. Duitsers stemmen voor de Bondsdag immers zowel op personen als op lijsten en in plaats van 5% van het totaal aantal zetels mogen er ook 3 districten behaald worden. Anders dan ik vermoedde schijnt het effect daarvan echter erg klein te zijn. Vooraanstaande Duitse politicologen wijzen er namelijk kennelijk op dat de op lijsten uitgebrachte stemmen vooral het aantal zetels in het parlement bepalen. Voor zover het districtselement er dus al is, is dat slechts zichtbaar in het aantal Überhangmandate, en dat mag van Karlsruhe niet groter zijn dan 5% van het aantal Bondsdagzetels. So far so good voor Leers dus.

Dat ligt echter ingewikkelder als men de laatste peiling erbij pakt. Van de 11 partijen die erin genoemd worden behalen namelijk alleen de SGP, de Partij voor de Dieren en Trots op Nederland een lagere score dan 5%, terwijl die partijen slechts virtueel goed zijn voor 5 zetels. In het huidige politieke landschap zouden er dus acht partijen overblijven en zou coalitievorming met drempel niet vreselijk veel makkelijker gaan dan zonder. De moeilijkheid van coalitievorming zit ‘m volgens de laatste vituele uitslag dan ook eerder in een overschot aan ‘semi-grote partijen’ en een tekort aan ‘echt grote partijen’ dan aan de aan- of afwezigheid van enkele splinterzetels links en rechts. Maar misschien gaat dat nog veranderen als de campagnemachines weer op volle toeren gaan draaien. Grote verschuivingen in de peilingen vinden immers wel vaker plaats de laatste jaren.

En precies daar zit het hem volgens mij in. Er vanaf gezien dat ik ertegen ben om kleine partijen uit het parlement te weren, zijn de electorale verschuivingen de laatste jaren volgens mij zo groot dat het maar zeer de vraag is of een kiesdrempel echt zou helpen. Binnenkomen met minstens 7,5 zetel is weliswaar heel moeilijk (de Partij voor de Dieren zou dat bijvoorbeeld niet gered hebben), maar klacht die ook Leers heeft is juist dat de verschuivingen zo groot zijn. Wilders kwam (als zelfstandige partij) binnen met 9 zetels. De LPF daarvoor met 26. Verdonk heeft op 22 gestaan (terwijl ze momenteel op een schamele 1 staat). En ook D66 is niet qua zetelaantallen niet de meest stabiele partij te noemen. Mijn gok (als ik het effect wetenschappelijk kon vaststellen zou ik vandaag nog een NWO-aanvraag indienen) is daarom dat een kiesdrempel van 5% in de nabije toekomst niet de 5 stromingen gaat opleveren die Leers verwacht. Ook de Balkenende-Bosstrijd die de afgelopen keer plaatsvond heeft immers niet dat effect gehad. En misschien moeten we dat ook niet willen. Tenminste niet zolang Nederland nog stabieler is dan het linkse blok in Italië.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: