Waarin Baudet gelijk heeft (scroll voor het antwoord naar de voorlaatste alinea; voor zijn ongelijk begin hieronder)

door WJLH op 15/06/2011

in Haagse vierkante kilometer

Peter Bootsma vraagt zich af wat er nu onder die beruchte kloof tussen burger en politiek verstaan moet worden? Ik denk dat het heel gezond is dat niet iedereen zich met politiek gaat bezighouden, want dat betekent dat er heel veel mis is in het land.

Baudet werpt in zijn opiniestuk in NRC van 4 juni een clusterbommetje af boven het Nederlands politiek systeem en zoals alle clusterbommen treft een deel doel, maar een groot deel niet. Bovendien is een clusterbom bepaald geen precisie-instrument. Maar Baudet gaat het om de grote lijnen en vraagtekens bij zijn systeemkritiek moet dan ook in de eerste plaats deze grote lijnen betreffen. Hieronder bespreek ik een aantal stellingen of opmerkingen uit zijn artikel langs de grote lijn die mijns inziens relevanter zijn dan ‘de kloof’.

1) Baudet: ‘De essentie van democratische politiek is de afstand tussen het parlement en de regering – dualisme.’ Behalve de wat gratuite opmerking dat volgens sommige theorieën democratie juist per definitie monistisch moet zijn (de regering voert uit wat het parlement als spreekbuis voor de wil van het volk verordonneert), moet worden opgemerkt dat dit niet de essentie van democratische politiek is, zo mag ik hopen. Democrati(e)(sche politiek) veronderstelt in de eerste plaats dat alle mensen gelijk zijn en niemand een recht heeft macht over een ander uit te oefenen. In een democratie zijn alle mensen, bestuurders en bestuurden, zich bewust van hun feilbaarheid en de grenzen van het mogelijke. Democratie is een manier van leven, niet alleen een manier om besluiten te nemen.

2) Baudet: ‘De oppositie staat meestal buiten spel.’ Hierin heeft Baudet gelijk. De Duitsers mogen zich gelukkig prijzen met een grondwettelijk Hof dat (in het Lissabon-Urteil) aan een minderheid in de Bondsdag bepaalde bevoegdheden heeft toegekend op grond van de overweging dat oppositiepartijen ook de stem van het volk vertegenwoordigen en dat deze stem in belangrijke kwesties als de overdracht van bevoegdheden aan ‘Europa’ niet alleen gehoord moet worden, maar ook moet meetellen. Anders gezegd: een democratisch genomen besluit is iets anders dan een besluit genomen door een parlementaire meerderheid.

3) Baudet wil graag dat het woord ‘voorkeursstem’ een pleonasme wordt. Hiervoor is het een en ander te zeggen, zoals Peter Bootsma heeft gedaan, maar de schaduwkant van zijn voorstel is cliëntelisme. Om een idee te geven: de directeur van Pinkpop, Jan Smeets, verklaarde op radio 1 dat staatssecretaris voor Cultuur Frans Weekers, ‘Limburger zoals je weet’, sympathiseert met het verhaal om niet de BTW te verhogen op cultuur. In dit kleine zinnetje schuilt wat Nederlanders collectief zo verachtelijk vinden in landen met een knoflookcultuur, maar wat ons, menselijk als wij – soms – zijn, natuurlijk niet vreemd is.

4) Baudet vestigt zijn hoop op het ‘minderheidskabinet’. Alleen op deze manier kan het politieke debat, aldus Baudet, worden teruggebracht daar ‘waar het hoort – het parlement.’ Volgens mij hoort het politieke debat overal plaats te vinden, juist niet alleen in het parlement. Maar juist zijn getuige à charge, het huidige zgn. minderheidskabinet, bewijst dat een kabinet dat geen meerderheid in de Tweede Kamer ‘heeft’, niet garandeert dat het politieke debat in de Tweede Kamer plaatsvindt. Hoe vaak hebben we afgelopen tijd niet al gehoord dat de PVV geen behoefte heeft aan een debat – over hun verplichtingen die ze in het gedoogakkoord zijn aangegaan?

5) Met een gemakkelijke verwijzing naar Tocqueville en Thorbecke verklaart Baudet de gemeentelijke overheid tot de voor burgers belangrijkste overheidslaag die vooral zo goed zou zijn omdat zij de burgers tot directe democratische betrokkenheid in staat stelt. Ik denk dat de meeste burgers hier helemaal geen prijs op stellen en van de gemeente vooral goede dienstverlening tegen lage kosten verwachten. En als burgers van Nederland willen ze vooral niets merken van deze autonome overheidslaag: het kan en mag toch niet zo zijn dat de ene gemeente x wel vergoedt en y niet, terwijl de buurgemeente xyz vergoedt! Deze discussies gaan we de komende tijd weer vaker meemaken nu heel veel met name dure rijkstaken aan de gemeenten worden overgelaten.

6) Een door de kiezers rechtstreeks verkozen burgemeester is niet alleen voor de partijelites een bedreiging. Ook voor gewone burgers die niet nóg meer van hun belastinggeld uitgegeven willen zien worden aan subsidies voor balkunstenaars. En voor gewone burgers die vrezen voor politisering van de vérgaande bevoegdheden van de burgemeester op het terrein van bijvoorbeeld de  ‘openbare’ orde op straat en in de slaapkamer.

7) Baudet noemt zichzelf een conservatief en voelt zich verwant met Edmund Burke. Van zo’n iemand verwacht ik dat hij juist níet hamert op het aambeeld van individuele burgerwensen. Immers, als de wensen van het electoraat zo leidend gaan worden als Baudet voorstelt, kunnen we alle ministeries behalve EL&I en Volksgezondheid wel opheffen: de eerste blijft functioneren als brievenbus voor de industrie-, bouw- en landbouwlobby’s, de tweede als brievenbus voor burgers die hun rollators, dieetmargarine en afslankpillen komen declareren. In de vergrijzende en ontgroenende Nederlandse samenleving zal de keuze steeds meer zijn tussen geld voor de toekomst (onderwijs) en geld voor nu (zorg, losse-stoeptegel-loze wijken). Baudet heeft gelijk dat het ongezond is voor elke democratie als de feitelijke macht wordt uitgeoefend door een kleine club mensen, het wordt nog ongezonder (sic) als deze groep nóg homogener wordt: de bedreiging voor de democratie komt van de gerontocratie.

8 ) Baudet stelt boud dat Nederland op ondemocratische wijze wordt bestuurd. Dit lijkt mij wat al te kras. Zeker, het kan en moet democratischer. Hoe? Iemand als Ankersmit die hierover veel zinnige dingen heeft gezegd, zoekt het juist in de verstérking van de  invloed van leden in politieke partijen omdat dit de enige manier is om als burger invloed uit te oefenen op de agendering van problemen en de mogelijke oplossingen. Wat in ieder geval niet helpt zijn politici als Donner die elke kritische vraag (WOB) als aanval op het systeem opvatten.

9) Baudet heeft gelijk dat vertrouwen de crux is, en hij hoopt dat als politici burgers maar meer vertrouwen, zij hen ook meer zullen vertrouwen als vertegenwoordigers van ‘de politiek’. Maar ik denk dat de omhelzing tussen burger en overheid, tot uitdrukking komend in de wederzijdse afhankelijkheid van de verzorgingsstaat, beide niet in staat stelt tot het nemen van afstand en afstand is de uitdrukking van vertrouwen. Beide zullen de ander verwijten blijven maken en in die verwijten zich hechter aan elkaar verbinden.

10) In deze wereld zijn er geen simpele medicijnen voor complexe aandoeningen. Weet niet iedereen dat die de geschiedenis kent?

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 PB 15/06/2011 om 16:22

Een mooie verdere gedachtegang… misschien dat Baudet zelf ook reageert… Hier mijn gedachten:

1. “In een democratie zijn alle mensen, bestuurders en bestuurden, zich bewust van hun feilbaarheid en de grenzen van het mogelijke. Democratie is een manier van leven, niet alleen een manier om besluiten te nemen.” Ok, laten we niet aan termverwarring beginnen; maar Baudet heeft het over het systeem van democratie; uiteraard kan de democratie alleen functioneren met het juiste cultureel/godsdienstige fundament. Ik denk dat Baudet het daar van harte mee eens zal zijn. Besef van feilbaarheid, en grenzen van het mogelijk is eveneens een kernidee van het conservatisme, maar zeker niet van het huidige progressieve denken dat juist zegt dat de overheid verantwoordelijk is elk probleem op te lossen en ook elk probleem kan oplossen… Ik ben het eens met de auteur dat juist hier het grote probleem ligt. Het is niet zozeer de vraag ‘hoe’ wij als natie wetten maken, maar dat wij een natie zijn van ‘wetten’, i.e. die zich houden aan de wet en de beperkingen van overheidsgezag. En daarvoor heb je mensen nodig die zichzelf ook aan de wet (de norm) houden wat voor persoonlijke deugdzaamheid geld.

3. Clientelisme is een gevaar bij een meer persoonlijk mandaat (zoals ook ik net heb gereageerd op de blog over kloofdenken), maar dat ligt dan aan een democratisch tekort in de zin van de eerste opmerking; i.e. de politicus houdt zich persoonlijk niet aan de morele norm, en degene die hem omkoopt niet, en degene die hem kiest ook niet.

4. Een minderheidskabinet betekent dat het kabinet geen directe meerderheid heeft waardoor het moet discussieren. Dat kan beter bij een gekozen premier, die moet immers altijd steun zoeken omdat hij een apart eigen mandaat heeft. Het huidig kabinet is inderdaad geen echt minderheidskabinet.

7. Ik begrijp de kritiek in dit stukje niet helemaal als het gaat over conservatisme. De gerontocratie lijkt mij inderdaad ook eng. Maar helaas is die met het nieuwe ‘toekomstbestendige’ pensioenakkoord al een feit. Tussen neus en lippen door, ik pleit voor volledige afschaffing van de AOW, met onmiddelijke ingang.

8. Ik wil geen lid worden van een partij om invloed te hebben, ik wil stemmen op een persoon die ik in de ogen kan kijken. Ik wil niet alleen de hele tijd dezelfde partijleider zien op tv, maar alle vertegenwoordigers moeten hun verkiezing individueel verdienen. Democratisering d.m.v. politieke partijen is een illusie; niemand heeft zien daar zoveel tijd in te stoppen…

9. Dit vind ik een magnifieke opmerking die ik zal onthouden, dat afstand nodig is voor vertrouwen en dat de huidige verzorgingstaat dat in de weg staat omdat de burgers de overheid nodig hebben voor alles. Alleen die ‘wederzijdse’ afhankelijkheid begrijp ik niet…. Waarin is de overheid van de burger afhankelijk?? Mij lijkt eerder de conclusie terecht dat er dus geen echte vrije burgers meer bestaan, maar alleen mensen die afhankelijk zijn van de overheid (hetzij vanwege regulering, subsidies, bijstand, pensioenen, woningenmarkt, etc). Waardoor burgers zich voortdurend zorgen maken wat er over hun lot wordt beschikt.

10. Ja… In dit ondermaanse is alles onvolmaakt.

2 Pieter den Ouden 16/06/2011 om 13:08

Tot heden heb ik in de discussie over Baudets opiniestuk nergens aandacht gezien voor zijn pleidooi om gemeenteraadsverkiezingen niet langer nationaal te organiseren. Het lijkt mij dat een zeer voor de hand liggende – en zonder veel moeite te realiseren – mogelijkheid om de lokale democratie te versterken.

3 Reinier Bakels 16/06/2011 om 18:01

Als kiezers weinig in politiek geïnteresseerd zijn moet je misschien de mensen niet naar de politiek brengen maar de politiek naar de mensen. Politiek is nu vooral een gezelschapsspel onder de “Haagse stolp”, een show waarbij het vermaak voorop staat de feiten veelal met voeten worden getreden.

Baudet is een typische filosoof. Filosofen hoeven zich niets om feiten te bekommeren, lijkt het soms. Laat ik helpen: de “filosofische methode” moet je wel gebruik als dat passend is en niet als dat niet zo is. Kortom het hangt af van het probleem.

Een zinvol debat over politiek is moeilijk omdat dit meestal gedomineerd wordt door politici die het belang van politiek van nature niet kunnen relativeren, en publicisten in hun kielzog die al geen haar beter zijn.

Als het werkelijk waar is dat politici zich om electorale redenen alleen maar om de show moeten bekommeren en het voeren van een zakelijke discussie op basis van controleerbare feiten politieke zelfmoord betekent dan is de politiek failliet als systeem voor besluitvorming.

Misschien zou het goed zijn om de politiek te laten controleren door een constitutioneel hof. Zoals dat in de VS in Duitsland goed werkt. Maar daar is Baudet vast heftig tegen. Omdat ook hij een liefhebber is van politiek. Van liefhebbers moet je het niet hebben.

Ik doe mij best om mij af en toe door wetenschappers te laten voorlichten. En dan zie ik – om Beatrix te parafraseren – dat de onzin regeert..

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: