Waarom de vordering van het Forum voor Democratie sneuvelde

door GB op 14/04/2017

in Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Waarom de vordering van het Forum voor Democratie sneuvelde

Onlangs deed de Haagse rechtbank uitspraak in de zaak van het Forum voor Democratie over de nasleep van het Oekraïne-referendum. Het Forum verloor zijn zaak, en niet zo’n beetje ook. De rechter wil zijn eigen forum voor rechtsbescherming reserveren en probeerde daarom de deur voor foeragerende politici zo hard mogelijk in het slot te gooien.

Dat kon niet omdat de rechtsvraag die het Forum aan de orde stelde juridisch nou zo ingewikkeld is. De regering moest volgens artikel 11 van de Wet raadgevend referendum ‘zo spoedig mogelijk’ een wetsvoorstel indienen. Weliswaar laten de woorden ‘zo spoedig mogelijk’ enige ruimte voor interpretatie, maar daar weet de rechter in de regel wel raad mee. In de Nederlandse rechtsorde zijn veel verplichtingen waaraan ‘zo spoedig mogelijk’ moet worden voldaan. Een schuldenaar die bij de civiele rechter een beroep op een vernietigingsgrond doet, is bijvoorbeeld verplicht daarvan ‘zo spoedig mogelijk’ mededeling te doen aan de partijen bij de rechtshandeling die niet in het geding zijn verschenen (artikel 3:51 lid 3 BW). Achterstallige kinderbijslag moet ‘zo spoedig mogelijk’ alsnog worden betaald (artikel 18 Algemene Kinderbijslagwet). En zo voort. In al deze gevallen acht de rechter zich prima in staat om in een concreet geval te oordelen of aan het vereiste van ‘zo spoedig mogelijk’ is voldaan. Naast dat de rechtsvraag dus niet zo moeilijk was, deed het Forum een beroep op een soort overheidsaansprakelijkheid die al heel lang in de boeken staat. Wie schade lijdt vanwege onrechtmatig nalaten van de Staat kan zich voor vergoeding daarvan melden bij de civiele rechter, ook als die schade werd veroorzaakt door het uitblijven van formele wetgeving. Dat was de conclusie van het zogenaamde Trias-arrest en die geldt nog steeds.

De vordering van het Forum was dus op zichzelf niet zo bijzonder. Toch wordt hun betoog op praktisch alle punten door de shredder getrokken. Hoe zit dat dan? Dat komt door de zogenaamde institutionele dimensie van de rechtspraak. Het gaat namelijk niet alleen om de vraag of de rechter het antwoord op een rechtsvraag weet, maar ook om de vraag of het staatsrechtelijk wel aan de rechter is om dat antwoord te geven. Niet iedereen die het weet, mag het meteen zeggen. Meestal gaat de rechter nauwelijks in op de institutionele dimensie van zijn uitspraken. Het vonnis in deze zaak is een zeldzaam voorbeeld waarin het praktisch alleen maar om de institutionele dimensie gaat. Daar vallen dan ook stevige woorden. In overweging 4.3 poneert de rechtbank min of meer dat de rechter zich nooit mag uitlaten over procedurevoorschriften zoals artikel 11 Wrr.

De rechtbank is van oordeel dat de op de Grondwet berustende verdeling van bevoegdheden van de verschillende staatsorganen eraan in de weg staat dat zij de vorderingen van Forum voor Democratie inhoudelijk beoordeelt. Voor een dergelijke beoordeling is immers noodzakelijk dat de rechtbank oordeelt over de vraag of het in artikel 11 Wrr vervatte procedurevoorschrift is geschonden doordat niet zo spoedig mogelijk een voorstel van wet is ingediend, welk oordeel haar – gezien het onder 4.2 geschetste toetsingskader – niet toekomt en aan de formele wetgever is voorbehouden.

Dit is een nogal breed opgezette overweging, die maar matig uit het geschetste toetsingskader volgt. In plaats van zelf een soort toetsingsverbod in elkaar te klussen, had volgens mij kunnen worden volstaan met wat de rechtbank aan het einde van zijn vonnis constateert. De procesmotieven van het Forum ongebruikelijk indringend toetsend, geloven de rechters geen barst van de schade die het Forum zegt te vrezen. Het Forum ziet geen schade, maar winst voor zichzelf. Baudet en zijn makkers probeerden de rechter voor hun politieke karretje spannen. De rechtbank, licht verontwaardigd:

Uit de eigen stellingen van Forum voor Democratie blijkt dan ook dat met de vorderingen (voornamelijk) wordt beoogd (indirect) in te grijpen in het wetgevingsproces, en zelfs in toekomstige wetgevingsprocessen. Het verbod voor de rechter om in te grijpen in het wetgevingsproces, zoals onder 4.2 bedoeld, staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook in de weg aan inhoudelijke beoordeling.

Op basis van hiervan had niet-ontvankelijkheid van het Forum voor Democratie moeten volgen, zoals de Juristen voor de Vrede de civiele rechter van de Hoge Raad ook niet mochten inzetten voor hun politieke campagne tegen kernwapens. Dan had de rechtbank de vraag of hij in voorkomend geval mag toetsen of de Staat schade veroorzaakt door artikel 11 Wrr te schenden, kunnen laten rusten tot het moment dat die vraag wel terecht gesteld wordt. De boodschap voor Baudet was dan nog duidelijker geweest terwijl het forum voor rechtsbescherming compleet intact was gebleven.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 Marijn 14/04/2017 om 12:54

Had de rechter niet veel makkelijker Baudet de zaal uit kunnen gooien door te wijzen op het feit dat artikel 11 Wet Raadgevend Referendum geen specifieke verplichting bevat jegens de regering? Artikel 11 zegt dat een wetsvoorstel ingediend moet worden, maar niet wie dat zou moeten doen.

De MvT zegt hierover: “Artikel 11 verplicht de regering tot indiening van een wetsvoorstel tot intrekking of tot regeling van de inwerkingtreding van de wet waarover een referendum is gehouden maar sluit niet uit dat de Tweede Kamer een initiatiefvoorstel indient.”

Behalve dat de MvT een interpretatie geeft die mijns inziens niet strookt met de tekst van de wet, lijkt me dat met de indiening van het wetsvoorstel door Wilders en Bosma op 12 april 2016 tot intrekking van de goedkeuringswet al ruimschoots is voldaan aan de verplichting uit artikel 11 Wet Raadgevend Referendum.

Een verweer zou kunnen zijn dat artikel 11 vraagt om een voorstel nadat de uitslag van het referendum onherroepelijk is vastgesteld. Dit was op 19 april 2016 (6 dagen na bekendmaking van de uitslag door de Kiesraad) In die zin was het initiatiefvoorstel van Wilders dus zelfs te vroeg! Maar dit lijkt me toch geen onoverkomelijk probleem.

Ik snap dat rechters graag constitutioneel willen oreren, zelfs om te bevestigen dat ze niet zo veel mogen zeggen, maar hier had de rechter zich beter kunnen beperken tot de feiten en de wet.

2 GB 14/04/2017 om 13:25

@ Marijn

Voor zover FvD geen belang zou kunnen hebben bij een eventuele specifieke inspanningsverplichting van de regering, had dat wellicht gekund. Maar juist daarom hadden ze de grondslag van hun eis vermeerderd met dat verhaal over de schade. Dat moet dan ook worden doorgeprikt.

Voor zover je betoogt dat er geen verplichting voor de regering is, lees ik vooralsnog de MvT zo dat men een initiatiefwet ‘in theorie’ een mogelijkheid achtte. Het bedoeling van artikel 11 Wrr is dan om niet van de theoretische mogelijkheden afhankelijk te hoeven zijn en de betekenis dus een verplichting die logischerwijs op regering rust. Vond het verhaal van het Forum op dit punt juist wel weer overtuigend, eigenlijk…

3 Marijn 14/04/2017 om 14:08

Dat er een verplichting zou zijn geweest indien er geen initiatiefvoorstel was ingediend door Wilders, valt misschien nog wel te verdedigen. Maar dat er een verplichting rust op de regering om een voorstel in te dienen zelfs als er al een voorstel in de Kamer ligt, is zeer onwaarschijnlijk.

Wat als de regering uiteindelijk van mening was geweest dat de goedkeuringswet moet worden ingetrokken, moest het dan bovenop het voorstel van Wilders nog eenzelfde wetsvoorstel indienen? Of ligt er dan een juridische verplichting op de regering om zich uit te spreken als voorstander van dit wetsvoorstel?

Dat de schade relevant is voor het belang van Baudet lijkt me juist. Maar daar hoeft de rechter toch niets meer mee, zodra de conclusie getrokken is dat er geen verplichting (meer) rust op de regering?

4 RdG 14/04/2017 om 14:24

Interessant dat uitgerekend Forum voor Democratie zich in deze procedure beriep op rechtspraak waarin het internationale recht een grote rol speelde (SGP, Urgenda) en ook de artikelen 6 en 13 EVRM en 47 EU-Handvest in stelling bracht.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: