Wachtgeldregeling

door GB op 13/08/2009

in Haagse vierkante kilometer

Op veler verzoek hierbij een standpunt over wachtgeldregelingen voor politici. Wachtgeldregelingen worden gerechtvaardigd vanuit het idee dat politici een riskant (-er?) beroep hebben. Immers, een kabinetscrisis zit in een klein hoekje.

Ik vind dat een valide rechtvaardiging. Alhoewel een kredietcrisis ook in een klein sub-prime hoekje bleek te zitten, lijkt het me voor de selectie van de politici goed dat ze niet naast hun eer en goede naam ook nog eens hun bestaanszekerheid op het spel hoeven te zetten. (Dit argument kan overigens ook omgedraaid worden, en juist pleiten voor totale afschaffing van het wachtgeld. Het argument luidt dan: een ex-minister die jarenlang geen baan kan vinden moet dan ook als minister niet gedeugd hebben, en zou zich beter hebben laten afschrikken door de werkeloosheidsuitkering na het ambt.)

Uit deze grondslag vloeien echter ook beperkingen voort. Niet in alle gevallen dient het wachtgeld namelijk om een onverwachte situatie te compenseren. Om te beginnen zie ik niet in waarom kamerleden die aftreden als de maximale zittingsduur van de kamer is verstreken en die niet op enige lijst staan om te worden herverkozen, wachtgeld zouden moeten ontvangen. Evenzeer zie ik niet in waarom een minister die zelf besluit af te treden (al dan niet op aandringen van een partijleider) aanspraak zou moeten maken op de publieke middelen. Daar draait hij dan maar mooi zelf voor op, of desnoods de partij die deze minister heeft weggewerkt. Wachtgeld uit de rijkskas lijkt me verder vooral op zijn plaats als de Tweede Kamer je weggestuurd heeft en niet, zoals Donner bijvoorbeeld deed, wanneer je met allerhande hooggestemde retoriek het debat ontloopt en zelf de zaal al verlaten hebt.

Voor meer standpunten om deze zomer door te komen: mail: publiekrechtenpolitiek@gmail.com

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: