Wanneer ben je een goede minister?

door SvdL op 13/10/2010

in Haagse vierkante kilometer

Rutte heeft weinig vrouwen in zijn eerste kabinet. Het debat dat daarover is los gebarsten gaat over de vraag of er wel goede kandidaten zijn versus de vraag of wel goed genoeg wordt gezocht. Ik stel de vraag die daar nog boven hangt: wanneer ben je eigenlijk een goede minister?

Wees eens eerlijk: hoeveel goede vrouwelijke ministers kent U? Marga Klompé – was dat nou een ‘goeie’? Neelie (toen nog) Smit-Kroes? Ien Dales? Van der Hoeve dan? Of Huizinga? Roept u maar. Het is in de eye of the beholder. Is goed en slecht een kwestie van smaak? Als we zo graag willen breken met het cultuurrelativisme, dan ook met het lafhartige, vriendelijke woordje  op de afscheidsreceptie van bewindspersonen. Dan ook een rapportcijfer of in ieder geval een klinkende classificatie: uitstekend, goed, gemiddeld, matig, slecht.

Gevoelsmatig zou ik van de huidige ministers zeggen: Hirsch Ballin is een goede minister (niet uitstekend, maar goed). Hij mocht op zeer hoge leeftijd terugkomen om Justitie te leiden. En zonder zichtbaar gemor. Donner: uit-ste-kend. Volgens het terugkeercriterium tenminste. Hij is toe aan zijn derde ministerie. Balkenende: buitencategorie. Vier keer premier geworden. Vier keer! En we stuiten op het eerste bezwaar tegen het terugkeercriterium. Geen van de keren maakte Balkenende zijn tijd vol. Kan je dan nog ‘goed’ zijn? Laat staan uitstekend of zelfs buitencategorie? Tweede bezwaar: alle nieuwe gezichten zouden geen goed minister zijn. Ze komen immers niet terug.

Ervaring dan? Maar: waarin? In beleidsgerelateerde onderwerpen? Rosenthal is hoogleraar crisismanagement. Maakt je dat een goed minister van buitenlandse zaken? Opstelten is oud-burgemeester van Rotterdam. Daarvan hebben we er al eens een verloren (Bram Peper). Verstandig? De voormalige voorzitter van de vakvereniging voor verpleeghuisartsen (excuus voor de lange titel): Veldhuijzen van Zanten-Hyllner. Ze wordt staatssecretaris van VWS. Is ze geschikter voor die baan dan een ministerschap bij Defensie (overigens in handen van Hans Hillen – oud-journalist). Voor de buitenstaander past de CV maar moeilijk op de nieuwe baan. Ervaring zal een rol spelen in de keuze, maar kan geen kwalificatie van goed of slecht zijn. Het geeft iemand handvatten om zijn werk te kunnen doen, maar bepaald niet het niveau waarop dat gebeurt.

The eye of the beholder dan? Degenen waar zaken mee gedaan moet worden. Hans Hillen zal met militairen om tafel moeten. Laat hun maar zeggen of de minister hun meevalt of tegenvalt. Als polderen onze politieke modus operandi is, dan moet de polder maar bepalen welke kwalificatie op de ministers past. En dan nog ligt er een addertje onder het gras. Ik neem U mee in een gedachte-experiment. U heeft een bijzonder lastig regeerakkoord op uw bureau liggen. Zeg, een bezuiniging van 18 miljard. U kijkt uit het raam van uw ministerie en u ziet een woedende menigte. Onderhandelaars hebben hun messen geslepen – ze kunnen uw bloed wel drinken. iedereen spuugt u uit. In sommige blogs valt het woord ‘haat’. Toch krijgt u uw paragraaf van dat lastige akkoord er doorheen. Bent u dan een slechte minister?

Kom maar door. Ik weet het niet.

Sebastiaan van der Lubben

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 Yoeri Roosendaal 13/10/2010 om 20:23

Eerst even een formeel puntje: Balkenende maakte in het derde naar hem genoemde kabinet wel degelijk ‘zijn kabinet vol’. Dat Balkenende III een overgangs- en een rompkabinetje was en ook nog wat problemen met een vervelende Verdonk had, doet daaraan op zichzelf niet af.

Bij de beantwoording van de vraag of een politicus goed is, kun je afgaan op wat autoriteiten zeggen (maar ja, wanneer ben je een autoriteit, ik zie het ‘drosteplaatje’ alweer opdoemen). De voorzitter van de Eerste Kamer, René “Paspoort” van der Linden, zei bijvoorbeeld afgelopen dinsdag nog hoe trots hij was op de aanstaande benoeming van twee senatoren tot minister:

“Dit zegt zonder twijfel iets over de capaciteiten van onze leden. Het zegt naar mijn opvatting ook iets over de kwaliteit van de Eerste Kamer als instituut en de bijdrage die vanuit deze Kamer geleverd wordt aan de wetgevende, beleidsmatige en politieke sturing van ons land.”

Kortom, als je in het kabinet wordt benoemd, dan heb je kwaliteit. Nu 10 van de aanstaande bewindslieden uit de Tweede Kamer afkomstig zijn, is de kwaliteit van dit instituut bewezen. Waarvan akte.

2 Renee van Aller 14/10/2010 om 10:53

In het kader van het meten van kwaliteit maakt niemand duidelijk hoe die kwaliteit wordt gemeten, ook Mark Rutte niet. Wat is een goede bestuurder voor rechts of links voor nu of later? Wisselt dat met de politieke kleur en inzichten? Wie heeft daarover de waarheid in pacht? Zeker is dat het nieuwe kabinet kwalitatief zéér hoogwaardig is. Mark Rutte zegt het ministens tien keer per dag, dus is het zo. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam het begrip kwaliteit serieus in de mode, men kon er zelfs op afstuderen. Het begrip had guru’s, vele wetenschappers maakten aangrijpende stroomschema’s á la Etzioni en de cybernetica om te bewijzen dat kwaliteit wetenschappelijk kon worden gemeten, bij voorkeur zonder criteria. Als eerste werd het begrip kwaliteit gebruikt in de gezondheidszorg omdat de kosten de pan uitrezen. Menig wazige vergadering heb ik daarover moeten bijwonen. De filosoof Kant draaide zich onrustig in zijn graf om, omdat hier zijn en behoren zo onvergefelijk werden misplaatst en misbruikt. Thans doet zich op hoog niveau hetzelfde voor. Krachtig galmt het kwaliteitscredo door de gelederen van de regeringsmannenbroeders zonder enige onderbouwing. Ik kan u verzekeren dat u bij mij terecht kunt voor uw kwaliteitsmetingen. Met prachtige criteria die passen bij uw situatie. Wetenschappelijk verantwoord kan alles en iedereen kwalitatief bekwaam ver onder de norm worden gemanipuleerd of kwalitatief juist hoog scoren zonder dat het opvalt. Daarbij wordt uw kwaliteitsmeting ontologisch en deskundig verlucht met tabellen, schema’s en berekeningen.

3 Hans Klok 15/10/2010 om 11:40

Dit is wat de Vice-President van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, er over zei bij zijn Algemene Beschouwingen in het Jaarverslag van de Raad van State over 2008:

“Een goed bewindspersoon kan omgaan met paradoxen
en dilemma’s. Hij moet burgers motiveren, meekrijgen,
hun problemen serieus nemen, maar ook afstand
bewaren en een eigen visie ontwikkelen op de aanpak
van maatschappelijke vraagstukken en daarvoor verantwoordelijkheid
durven nemen. Hij moet bereid zijn aan
consensusvorming bij te dragen, maar ook niet bang zijn
het conflict aan te gaan als dat nodig is. Hij moet naar
buiten toe loyaal zijn aan de ambtelijke medewerkers,
maar ook intern in staat zijn hard in te grijpen bij
ambtelijk disfunctioneren. Hij moet al zijn handelen
afmeten aan de eisen van democratie en rechtsstatelijkheid,
in het bijzonder aan de regels en beginselen van
behoorlijk bestuur en integriteit en hij moet bereid
zijn de consequenties van zijn verantwoordelijkheid
te aanvaarden.”

Tjeenk Willink noemde in de bijlage bij het eindverslag van de informateur financieel-economische geletterdheid als eis voor bewindslieden.

4 Sebastiaan 15/10/2010 om 14:33

Ik vind het een prachtige verzameling paradoxen in de trant van: een individualist die kan samenwerken, een theoreticus met gevoel voor de praktijk, een einzelgänger die niet mensenschuw is … Tjeenk Willink (voor wie ik diep respect koster) formuleert hier onmogelijke eis.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: