Wat is godsdienst? II

door GB op 19/10/2009

in Varia

Post image for Wat is godsdienst? II

De godsdienstvrijheid is op dit blog met enige regelmaat aan de orde. Is thee drinken onder omstandigheden een te beschermen (uiting van) godsdienst? Klokken luiden? Paddo’s gebruiken? Een bordeel runnen? Roken in een rokerskerk? De rechter ploetert zich (vaak met rugdekking van een leger ‘deskundigen’) van geval naar geval, maar de taaie vraag van FTG blijft onbeantwoord: wat is een hanteerbaar criterium als ‘godsdienst’ geen (duidelijke) essentie heeft maar een familiegelijkenis is?

Op het Social Science Research Network (SSRN) is over die vraag een moeizaam geschreven maar interessante paper verschenen van de hand van László Blutman (Universiteit van Szeged, Hongarije) (h/t Legal theory blog) Zijn antwoord op de vraag van FTG: we zullen het moeten doen met het uiteindelijk onbepaalde begrip ‘godsdienst’, maar onder bepaalde voorwaarden valt via de ‘analogical approach’ nog wel een onderscheidende functie aan het begrip ‘godsdienst’ toe te kennen.

Een vastomlijnd begrip van ‘godsdienst’ valt niet te geven, omdat zowel een functionele als een inhoudelijke benadering gedoemd zijn te mislukken.

Functionele definities bouwen vooral verder op de stelling van Paul Tillich dat het moet gaan om iemands ‘Ultimate Concern’. Een variant daarop is het vervangen van religie door ‘identiteitsvorming’; ook geschikt om gedrag te omvatten dat niet meteen iemands ultimate concern heeft maar wel belangrijk is voor zijn persoonlijkheid. Er kleven echter nogal wat bezwaren aan deze functionele benadering. Het is wel erg subjectief (en daarmee onhanteerbaar ten opzichte van iemand die in verband met zijn nieuw te vormen identiteit geen belasting wenst te betalen) en het is misschien wel te individueel om het onmiskenbare sociale aspect van een religie te dekken.

Inhoudelijke benaderingen zijn evenzeer heilloze wegen. Er blijkt immers in de praktijk geen sluitende definitie (in de zin van een Aristotelische essentie) te geven, zeker als het de bedoeling is om ook nieuwe openbaringen te beschermen. De neutraliteit van de staat – en de rechter – verzet zich tegen al te inhoudelijke stellingnames. Want het blijft een gevaarlijk spoor. ‘The ability to define religion is the power to deny freedom of religion’.

Het fundamentele probleem met deze benaderingen is dat ze allebei niet overeenkomen met de breed gedeelde consensus (‘every day conception’) over wat religie is. Dat komt omdat ‘godsdienst’ in de werkelijkheid een familiegelijkenis is. Hoe moet het recht daarop aansluiten? Kan het recht wel werken met zulke begrippen?

Blutman ziet wel mogelijkheden in (vormen van) een analoge benadering. Als er voldoende analogie bestaat tussen bepaald gedrag en een soort onbetwiste kern van religieus gedrag dan kan de rechter daar ‘godsdienst’ op plakken.

De rechter zal dus – het is niet anders – van geval tot geval moeten blijven voortploeteren.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: