Wat kan Tjeenk Willink het beste doen?

door WV op 01/06/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Wat kan Tjeenk Willink het beste doen?

De kabinetsformatie gaat nu vanuit de beleefde slaapverwekkende verkenningsfase over in die van grommen grauwen, beschuldigende vingers, hakken, zand en touwtje trekken. De handschoenen gaan uit – tijd voor hard politiek onderhandelen. Om zo’n proces van politiek vuurwerk te begeleiden heb je geen procesbegeleider of afstandelijke voorzitter nodig maar een scheidsrechter met ervaring: eentje die zich niet gek laat maken, die zijn tanden durft te laten zien en die gezag heeft. Herman Tjeenk Willink dus. Minister van Staat, oud-voorzitter van de Eerste Kamer, oud vicepresident van de Raad van State, oud-van-alles, al oogt hij dat geenszins. Wat vooral gaat tellen, is zijn ervaring als informateur. Sinds 1994 is hij maar liefst vijf keer formeel informateur geweest. Als het op slot zit en alle wegen naar een kabinet lijken dood te lopen, dan bellen we Herman: de Haagse politieke loodgieter van dienst. De puzzel lijkt dit keer onmogelijk om te leggen. Er is een motorblok van partijen die wel met elkaar willen (VVD, CDA en D66), maar ze kunnen maar geen chassis en wielen vinden (laat staan dat ze het eens worden over een stuur). Na de eerste informatiepoging met GroenLinks lijkt er overal zand in de machine te lopen. Een mislukte tweede poging met de ChristenUnie zet alles, zo lijkt het, tegelijkertijd op slot en op scherp.

Wat kan zo’n ervaren man als Tjeenk Willink daar nou mee? De betrokken partijen onder druk zetten? De ‘koppen tegen elkaar’? Niet verstandig, want dan wordt hij zelf onderdeel van de snel verslechterende verhoudingen. Nee, de eerste stap die Tjeenk Willink gaat zetten is nog eens heel zorgvuldig nagaan wat de posities van de verschillende fracties zijn waar het gaat om een samenwerkingscombinaties. ‘Informeren is faseren’ is een gevleugeld gezegde van hem. Dat lijkt een wat raadselachtige boodschap, maar het is het medicijn tegen de psychologische val waarin iedereen die moet onderhandelen met verschillende partijen kan trappen: dat je vanuit een vooraf in je hoofd genomen eindresultaat (‘ik wil uitkomen op die combinatie’, of ‘ik wil in ieder geval dat’) blokkeert tijdens onderhandelingen, op een manier die eigenlijk voor de onderhandelingspartners niet goed zichtbaar is. Die kennen je eindplaatje niet en raken geïrriteerd en gefrustreerd. In wezen omdat ze niet genoeg informatie hebben over wat er in het hoofd van de ander omgaat. En ‘informatiegaten’ verklaren veel van de problemen bij onderhandelingen. Tjeenk Willink zal er dus voor gaan zorgen dat hij én de onderhandelingspartners buitengewoon gedetailleerde informatie over (elkaars) standpunten en tussenposities, compromisbereidheid, en inschattingen over combinaties gaan krijgen. Hij zeker hechten aan een hele zorgvuldige procedure – alle partners moeten alles van elkaar kunnen weten en hij moet als scheidsrechter worden vertrouwd.

Maar dan de tweede stap. Hoe gaat hij de puzzel leggen? Gaat hij aansturen op een vier- of vijfpartijenkabinet, of juist een minderheidskabinet? Over dat laatste hoor je nu veel. Centrumlinks of centrumrechts? Geen van die opties, denk ik. Dat soort oplossingen rondzwieren leidt eerder af van de oplossing dan er naar toe. Tjeenk Willink kent de parlementaire geschiedenis als geen ander en heeft ook eigen ervaring. Ik houd het voor heel waarschijnlijk dat hij de ‘Ven-diagram’ benadering na zijn eerste informerende werk inzet. Ga niet proberen een combinatie te verkennen aan de hand van de vraag of de partners tot een regeerakkoord (wel of niet op hoofdlijnen) kunnen komen – een akkoord dat ook vooraf de meerderheid in de Tweede Kamer achter zich weet (en bindt). Nee ga, in de huidige constellatie, eerst eens opschrijven wat de verschillende fracties delen (de gedeelde verzameling zoeken) en ga daarna kijken of dat ook kan leiden tot een soort programma (uiteindelijk een regeringsprogramma). Geen harde afspraak over van alles maar een soort richting. Als je zo’n gedeeld voornemen hebt, kun je daarna kijken welke partijen daarbij onder welke voorwaarden aan willen sluiten. Deze werkwijze biedt de mogelijkheid dat er een kabinet waarin enkele partijen zich volledig committeren (en dus ook ministers en staatssecretarissen voor de uitvoering ervan leveren) en andere partijen voor heel veel onderwerpen van het programma maar voor enkele principieel geachte punten niet. Dat zou inderdaad kunnen leiden tot een minderheidskabinet, maar dan wel een met gedoogsteun van andere partijen. Die hebben dan weliswaar niet het voordeel van daadwerkelijk meebesturen via ministers en staatssecretarissen in het kabinet, maar wel dat van een stem in het beleid, het daadwerkelijk realiseren van delen van hun verkiezingsprogramma, en – dat wordt vaak over het hoofd gezien – geprioriteerd partnerschap bij het kabinet: gedoogpartners hebben (of ze nu ‘constructieven’ of wat dan ook worden genoemd) een streepje voor bij het onderhandelen over het beleid. Nu is het tussen 2010 en 2012 niet lekker gelopen met dat ‘gedogen’, maar dat wil niet zeggen dat een combinatie van een minderheidskabinet met gedoogpartners niet alsnog aantrekkelijk kan zijn. Toen het politieke landschap er na de verkiezingen van 1972 al net zo onmogelijk versplinterd bij lag als op dit moment, is er na lang formeren (151 dagen) en boel gesoebat ook voor deze variant gekozen. D66 en PvdA maakten de hoofdmacht uit van het nieuwe DenUyl-kabinet, christelijke partijen deden mee via opt-out en opt-in constructies zonder in te tekenen op het volledige regeerakkoord. En, origineel, enkele van die ‘gedogende partijen’ leverden zelfs een bewindspersoon.

‘Only in the Netherlands’ zullen we maar zeggen, maar het kabinet zat bijna de volle rit uit tot 1977 en het had ook daadkracht – het voerde de agenda uit. Als net beginnend ambtenaar zal Tjeenk Willink zich deze polderformatie-oplossing van 1973 zeker nog herinneren. Ik vermoed zomaar dat die wel in zijn hoofd speelt. En hij zal zich ongetwijfeld herinneren dat een dergelijke route lang duurt, engelengeduld vergt, en dat het spannend blijft tot aan (en na) de benoeming van ministers en staatsecretarissen. In 1973 was er een preconstituerend en constituerend beraad nodig om alle portefeuilles ordentelijk op elkaar af te stemmen. Maar dan heb je ook wat. En we hebben nog tijd: met 76 dagen zijn we nog maar half weg van de duur in 1972/1973.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: