‘Weekendje Weg’, the Sequel

door Redactie op 17/12/2009

in Grondrechten, Rechtspraak

Nog even een nabrander over het ‘Weekendje Weg’. Onder die post ontstond een leuke discussie, reden om nog even dieper op de zaak en die discussie in te gaan.

Vooropgesteld: ook de Officier van Justitie was in deze zaak van mening dat er sprake was van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. En terecht! De uitreiking van de dagvaarding en de invrijheidstelling hebben pas 20 uur na de laatste onderzoekshandeling plaatsgevonden. Dit terwijl het wetboek van strafvordering niets aan duidelijkheid overlaat: zodra er geen onderzoeksbelang meer is moet de verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld worden. Als het onderzoeksbelang enkel bestaat uit het uitreiken van de dagvaarding, dan moet dit zo spoedig mogelijk gebeuren (art. 57 lid 5 Sv). Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat het OM heeft kunnen menen dat ze dit wel kunnen maken.

Hoe zat het ook alweer met die vormverzuimen? Art. 359a Strafvordering somt de mogelijke gevolgen op bij onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek: strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie (het enkel vaststellen van het vormverzuim wordt vaak ook als sanctie genoemd, maar dat lijkt meer op: ‘niet meer doen hè, Jantje!). De rechter moet bij de keuze tussen de ‘sancties’ rekening houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

De rechtbank Breda (LJ BI0732) en het Hof in Den Bosch (BK1796) hebben, uiteraard, al vastgesteld dat dit ‘weekendje weg’ onrechtmatig is. Beiden kwamen echter niet tot een niet-ontvankelijk verklaring. De rechtbank Breda met de redenering “Niet gesteld kan worden, zoals de raadsman van verdachte heeft gedaan, dat er sprake is van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Er is slechts sprake van een aftasting door het Openbaar Ministerie van de wettelijke mogelijkheden. Op die grond kan mitsdien geen niet-ontvankelijkheid volgen.” Dit lijkt mij onjuist. Ten eerste begrijp ik niet hoe de rechtbank kan stellen dat er geen sprake is van een doelbewuste inbreuk op de rechten van de verdachte. Het is immers niet zo dat de beste man door de dienstdoende agenten vergeten is en pas na 20 uur werd gevonden door de schoonmaker. Dit is beleid dat is opgesteld door politie, justitie en de gemeente, met als doel om iemand langer vast te houden van wettelijk toegestaan is. Dat de verdachte niet in zijn recht op een eerlijke behandeling is geschaad lijkt mij onzin: deel van die eerlijke behandeling is een opstelling van de officier van justitie die notabene behoort tot de magistratuur!

Ten tweede: inherent aan het aftasten van de wettelijke mogelijkheden is dat het OM een keer buiten de wettelijke mogelijkheden zal treden. Eén van de sancties die daarop kan staan is nou eenmaal de niet-ontvankelijkheid. De redenering wordt dan als volgt: het openbaar ministerie moet zich aan de wet houden. Als ze dat niet doen kunnen ze niet niet-ontvankelijk verklaard worden. Maar als ze doelbewust de grenzen opzoeken en dus de kans op overtreding ernstig vergroten kunnen ze niet langer niet-ontvankelijk verklaard worden. Beats me! De rechtbank verlaagt de straf van 40 naar 28 uur (oftewel: 20 uur zitten ingeruild voor 12 uur werken), het hof de boete van 500 naar 395 (het standaard bedrag voor een dag onrechtmatig voorarrest in een politiecel).

Had de rechtbank Leeuwarden nou ook moeten volstaan met strafvermindering? Volgens mij niet.

Lees verder

Het feit dat het beleid is voortgezet nadat dit onrechtmatig verklaard is door de rechter is een wel heel grove schending van de rechtsstatelijkheid en een schoffering van de rechtelijke macht. Het heeft er de schijn van dat het OM de strafvermindering voor lief neemt en graag eerst even zelf, in strijd met art. 113 GW en het EVRM, een eigen straf oplegt. Daar zijn ze nog mee weggekomen ook, want de verdachte uit de Tilburgse zaak heeft 20 uur langer moeten zitten ‘in ruil’ voor 12 uur minder werken. In hoger beroep werd dat 20 uur zitten voor 105 euro. Nu weet ik niet of u wel eens in een politiecel heeft gezeten, maar ik betaal stukken liever 105 euro extra boete!

De pogingen van de rb. Breda en het hof Den Bosch om dit onrechtmatige gedrag af te straffen met strafvermindering hebben niet geholpen (ging het een paar jaar geleden nog over de ‘calculerende burger’, nu hebben we daar het ‘calculerende OM’ bij gekregen!), en dan zit er uiteraard meer één ding op: niet-ontvankelijk verklaren.

Dat brengt mij bij de discussie die onder de vorige post over dit onderwerp losbarste. Zijn er geen andere mogelijkheden om het OM te sanctioneren dan niet-ontvankelijk verklaring? De belangrijkste argumenten daarvoor zijn de ‘bevoordeling’ van de verdachte en de positie van het slachtoffer, die wellicht graag een vergelding zou zien voor datgene dat hem of haar is aangedaan. Deze argumenten gaan beide meer op voor de niet-ontvankelijk verklaring dan voor de strafvermindering, dus ik zal me op die niet-ontvankelijkheid focussen.

Het moge duidelijk zijn dat er een zware manier nodig is om het OM af te stoppen wanneer deze onrechtmatig handelt. Het enkel vaststellen van de onrechtmatigheid of het verminderen van de straf blijken dus niet voldoende te zijn. Zoals gezegd is het OM brutaal genoeg om gewoon lekker door te gaan en de strafvermindering voor lief te nemen. Maar welke sancties komen dan in aanmerking om het OM wel af te stoppen, zonder de verdachte te bevoor- of het slachtoffer te benadelen?

De eerste optie lijkt het strafrechtelijk aanpakken van de Officier van Justitie. Stelt het doelbewust en grof schenden van processuele voorschriften strafbaar. Dan kan het achterhouden van ontlastend bewijs, onder druk zetten van verdachte en de rest van de justitiële trukendoos daar ook meteen mee worden aangepakt. Nadeel is de onafhankelijkheid van het OM bij de vervolging van zijn eigen officieren. Bovendien vrees ik dat er weinig officieren buiten schot blijven en die strafrechter heeft het al zo druk (wellicht is een bestuurlijke boete hier nuttig, ik zal het meenemen in mijn proefschrift!).

Een tweede optie is het aanpakken van het OM via de civiele weg. Juridisch gezien wordt de verdachte niet bevoordeeld, hij krijgt immers een vergoeding voor de geleden schade (hier zal de Telegraaf vast anders over denken). Nadeel hiervan is dat een dergelijke regeling er waarschijnlijk op uit zal draaien dat het OM opdraait voor de schadevergoeding en niet de officier zelf. Dan komt het OM voor een kostenoverweging te staan: pakken we liever de verdachte even zelf aan met kans op een schadevergoeding (die we op kosten van de staat tot aan de Hoge Raad kunnen aanvechten), of laten we hem wegkomen met een sullig strafje van een geitenwollensokkenrechter? Ik vrees dat de praktijk uitwijst dat de balans naar het zelf straffen zal doorslaan.

Kortom, ik zie zo snel geen andere effectieve manier om het OM te dwingen zich aan de regels te houden. En zolang die er niet is heb ik liever een af en toe een benadeeld slachtoffer dan een vervolgingsinstantie die kan doen en laten wat ‘ie wil.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: