‘Weekendje weg’

door GB op 09/12/2009

in Rechtspraak

In Leeuwarden is eind november afgerekend met het project Weekendje Weg. Daar verklaarde de politierechter het OM niet-ontvankelijk in zijn vervolging, wat zo’n beetje de zwaarste sanctie is die hij aan het OM kon opleggen. De verdere vervolging tegen iemand die wel degelijk verdacht werd van een misdrijf (mishandeling) is daarmee namelijk van de baan.

‘Weekendje weg’ is/was een project waarbij de politie als een soort afschrikking een extra dag ophouding beloofde. Of extra dagen. Dat mag het wellicht goed doen als handhavingsinstrument, maar het valt allemaal wat moeizaam in te passen in het Wetboek van Strafvordering. Vrijheidsbeneming vóórdat iemand veroordeeld is, mag eigenlijk alleen maar als dat nodig is voor het onderzoek. Uitgebreid de tijd nemen om de boel tot minimaal maandag te rekken past niet in die doelstelling. Sterker: het is nogal problematisch, gezien de grondrechten die proberen de vrijheidsbeneming aan banden te leggen.

Maar goed. Het OM probeert ook eens wat. Het Gerechtshof Den Bosch vond dat het ‘Weekendje weg’ een stap te ver ging en oordeelde het project onrechtmatig. Het OM werd daar wel ontvankelijk verklaard omdat het zo ernstig nu ook weer niet was. In Leeuwarden ergerde de rechter zich echter aan het feit dat het OM – ondanks eerdere uitspraken – gewoon doorging.

De politierechter is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een strafvermindering, nu de Friese politie en het openbaar ministerie bekend waren met eerdere uitspraken, waarin is overwogen dat een dergelijke manier van handelen onrechtmatig is. Door desalniettemin verdachte langer zijn vrijheid te ontnemen dan wettelijk is toegestaan, is de politierechter van oordeel dat de officier van justitie doelbewust en met grove veronachtzaming, in strijd met het EVRM, de Grondwet en het Wetboek van Strafvordering, heeft gehandeld.

Geen gehoor geven aan rechterlijke uitspraken in andere zaken is dus reden voor niet-ontvankelijkheid. Dat lijkt me goede zaak. Daarmee wordt de plicht voor de overheid om zich aan uitspraken die in een vergelijkbare, maar andere zaak gewezen worden versterkt.

Het project is inmiddels opgeschort. Het OM is in hoger beroep gegaan.

{ 11 reacties… read them below or add one }

1 Anonymous 09/12/2009 om 14:21

De politie handelde "doelbewust en met grove veronachtzaming". Ik neem dus aan dat het project de zegen van Hirsch Ballin had?

2 GB 09/12/2009 om 14:42

In reactie op vragen van de PVV'er Van Roon, die voorstelde om er maar meteen een 'jaartje weg' van te maken antwoordde Hirsch Ballin:

Het zogenaamde
«weekendarrangement» is met
ingang van 1 juli 2007 ingevoerd in
de gemeente Amersfoort. Inmiddels
wordt dit middel ook toegepast in
andere gemeenten, zoals Vlaardingen
en Tilburg. Het «arrangement» houdt
in dat indien een persoon tijdens het
uitgaan op vrijdag- of zaterdagavond
een geweldsdelict pleegt, deze
verdachte wordt aangehouden en –
indien de merites van de zaak dat
verdient – tot aan maandag
gedetineerd blijft. In deze tussentijd
doet de politie nader onderzoek. Bij
heenzending zal aan de verdachte
ofwel een boete worden opgelegd,
ofwel een transactie worden
aangeboden, ofwel een dagvaarding
worden uitgereikt. Indien er sprake is
van een ernstig geweldsdelict zal de
verdachte worden voorgeleid bij de
rechter-commissaris. In dit
zogenaamde «lik-op-stuk»-beleid
wordt direct opgetreden tegen het
plegen van het strafbare feit.
Nu uit de eerste evaluaties blijkt dat
deze aanpak vruchten lijkt af te
werpen, zie ik geen redenen om de
overige voorstellen van de
vragensteller in overweging te
nemen.

3 Gary Avercamp 09/12/2009 om 16:02

Dat de politie tijdens het weekendje weg "nader onderzoek" doet is dus gewoon een grove leugen. Ambtsdelict?

4 Rob van de Westelaken 13/12/2009 om 00:57

De Leeuwardense politierechter ziet in deze zaak een belangrijk punt over het hoofd, namelijk dat naast de belangen van het OM en de verdachte ook de rechten van het slachtoffer op het spel staan. Zeker in een geval als dit, waarin sprake was van excessief uitgaansgeweld, mogen kleine fouten van de politie en het OM er niet zomaar toe leiden dat de rechten van het slachtoffer op rechtvaardigheid, waarheid en effectieve afschrikking opzij worden gezet. Niet-ontvankelijkheid voor het OM wegens een dag te veel voorarrest is een disproportionele aantasting van de rechten van slachtoffers: strafvermindering zou een adequater oplossing zijn.

Ook het EHRM erkent inmiddels dat slachtoffers van ernstige mishandeling een recht hebben op een effectieve strafrechtelijke aanpak van de dader (zie Sandra Jankovic t. Kroatië). De Leeuwardense politierechter die de EVRM-rechten van de verdachte beoogde te beschermen, schendt door zijn uitspraak paradoxaal genoeg de EVRM-rechten van het slachtoffer.

Natuurlijk dienen politie en OM zich aan de wet te houden. Dit dient echter via de politiek of een civiele rechtsgang te worden afgedwongen. Een disproportionele reactie van de rechter als in deze zaak dient te worden afgewezen.

5 Anonymous 13/12/2009 om 10:56

Ik begrijp de reactie van Rob van de Westelaken niet. Hij spreekt van "kleine fouten van de politie en het OM", terwijl de politierechter nu juist duidelijk maakt dat de officier van justitie doelbewust en met grove veronachtzaming in strijd met het EVRM, de Grondwet en het Wetboek van Strafvordering, heeft gehandeld. Hij was immers bekend met het feit dat het 'weekendje weg' al eerder onrechtmatig was geoordeeld, maar zette het instrument toch weer in. Ik vind het zeer te verdedigen dat in zo'n geval een strafrechter oordeelt dat het OM zijn recht om te vervolgen heeft verspeeld. Enkel strafvermindering is dan een veel te lichte sanctie.

Nergens kan ik uit opmaken dat hiermee de rechten van het slachtoffer geschonden zijn. De zaak Jankovic lijkt mij hier slechts beperkt relevant, al was het alleen al omdat het daar om een compleet ander feitencomplex ging. Uit die uitspraak kan bovendien niet worden afgeleid dat gevallen van geweld altijd tot een strafrechtelijke vervolging en veroordeling moeten leiden, ook al zijn de rechten van de verdachte op grove, welbewuste wijze geschonden.

De uitspraak "natuurlijk dienen politie en OM zich aan de wet te houden. Dit dient echter via de politiek of een civiele rechtsgang te worden afgedwongen" lijkt mij niet alleen onbegrijpelijk, maar bovendien juridisch onjuist. Controleren of politie en justitie zich aan wettelijk voorgeschreven procedures en in Grondwet en verdragen verankerde grondrechten van de verdachte houden, is nu juist bij uitstek de taak van de strafrechter. De laatste jaren is deze 'vormfouten' al steeds meer gaan relativeren. Op zichzelf is het terecht dat hij ook andere belangen meeweegt en kijkt hoe erg de belangen van de verdachte precies zijn geschaad. Echter, zoals de politierechter in casu vaststelt ging hier om doelbewust onrechtmatig handelen. Dat de politierechter daar het gevolg van niet-ontvankelijkheid aan verbindt, lijkt mij allerminst disproportioneel.

6 RvdW 13/12/2009 om 20:47

Anoniem lijkt mijn bijdrage inderdaad niet helemaal begrepen te hebben. En gezien haar/zijn reactie lijkt dit het gevolg van een visie op het strafproces die weliswaar tot de jaren ’80 nog de heersende was, maar inmiddels al geruime tijd tot het verleden behoort.

Uit Anoniems reactie blijkt namelijk dat zij/hij het strafproces ziet als een soort wedstrijd tussen de staat (vertegenwoordigd door het OM) aan de ene kant en de verdachte aan de andere kant. In die benadering moeten fouten van de staat worden afgefloten door de strafrechter en moet in de meest ernstige gevallen zelfs een rode kaart getrokken worden: het OM heeft dan ‘zijn recht om te vervolgen verspeeld’.

Volkomen miskend wordt door die benadering dat het strafproces niet enkel dient ter bescherming van het belang van de staat (bij veiligheid en publieke orde), maar ook en zelfs voornamelijk ter bescherming van de rechten van het slachtoffer (op gerechtigheid, waarheid en afschrikking). Het slachtoffer wordt allang niet meer beschouwd als het hulpje van het OM, als iemand die slechts goed genoeg is voor het doen van aangifte en het afleggen van een getuigenis: het zijn juist zijn rechten, samen met die van de verdachte, die in het strafproces centraal staan.

Ook het EHRM gaat uit van deze benadering. Natuurlijk heeft het slachtoffer geen recht op strafvervolging of veroordeling van een specifieke verdachte. Dat beweerde ik ook niet in mijn eerdere bijdrage. Of voldoende bewijs voor vervolging of veroordeling aanwezig is, is aan de nationale rechter om te beoordelen, niet aan het EHRM. Wel heeft het slachtoffer er volgens uitgebreide jurisprudentie recht op dat noch het OM, noch de rechter, noch enige andere instantie op niet-bewijsgerelateerde gronden te gemakkelijk een effectief strafproces dwarsboomt: na de zaak Jankovic weten we dat niet alleen slachtoffers van moord, verkrachting, slavernij of marteling dit recht hebben, maar ook slachtoffers van ernstige mishandeling.

De vraag die de Leeuwardense politierechter moest beantwoorden, luidde dan ook niet, zoals Anoniem lijkt te denken: “was de fout van het OM zo grof en opzettelijk dat het hierdoor zijn recht op vervolging heeft verspeeld?”, maar: “zijn de rechten van de verdachte door het weekendje weg zo ernstig aangetast, dat hierdoor de rechten van het ernstig mishandelde slachtoffer op waarheid, gerechtigheid en afschrikking in redelijkheid onvervuld mogen blijven?”

Het antwoord daarop kán volgens mij niet bevestigend zijn, alleen al omdat de schending van de rechten van de verdachte in dit geval op geen enkele wijze in verband staat met de strafprocedure, en omdat bovendien voor de verdachte andere wegen openstaan om redres te verkrijgen voor de opzettelijke schending van zijn rechten door het OM, zoals via een civiele actie. Omdat in een civiele procedure, anders dan in de strafprocedure, een (terechte) afstraffing van het OM geen onrecht doet aan de rechten van het slachtoffer, is die optie veruit te prefereren.

7 Anonymous 14/12/2009 om 21:56

Opmerkelijk. Ik merk op dat de strafrechter de laatste jaren vormfouten steeds meer is gaan relativeren en terecht ook andere belangen meeweegt en kijkt in hoeverre belangen van de verdachte ook daadwerkelijk geschonden zijn. Desondanks krijg ik vervolgens te horen dat ik van een totaal achterhaalde visie op het strafproces uitga ("een wedstrijd tussen de staat en de verdachte") en de rol van het slachtoffer daarin volledig misken. Ik kan het een niet met het ander rijmen.

Een goede strafrechter heeft gevoel voor verhoudingen. Hij weegt belangen af in plaats van star en zonder context regels toe te passen. Dat neemt echter niet weg dat hij in geval van grove schending van regels, waardoor verdachten zonder wettelijke grondslag vastgehouden worden (hetgeen het strafprocesrecht nu juist probeert tegen te gaan), de rode kaart moet kunnen trekken. Dat geldt zeker in een geval als het onderhavige, waarin van opzettelijk onrechtmatig handelen zijdens politie en OM sprake is. Ik herhaal nog maar eens dat dit geen 'kleine fouten' zijn, zoals RvdW in zijn eerdere bijdrage stelde. Ook heeft de politierechter zeker niet 'zomaar' (RvdW) rechten van het slachtoffer opzij gezet. Allerminst.

Dat het slachtoffer tegenwoordig een steeds grotere rol in het strafproces speelt, is een goede ontwikkeling. Dat (ook) zijn rechten in het strafproces centraal staan, lijkt mij echter een voorbarige conclusie, zeker gelet op het relevante strafprocesrecht. Het slachtoffer heeft bepaald geen prominente positie. Zijn spreekrecht is beperkt. Als getuige mag hij vrijer spreken, maar daar heeft hij geen andere positie dan andere getuigen. Als benadeelde partij kan hij aanspraak maken op door de strafrechter toegekende schadevergoeding, maar als de zaak ook maar een beetje ingewikkeld is (causaal verband, eigen schuld, toekomstige schade etc.) moet het slachtoffer alsnog bij de civiele rechter aankloppen.

Dat een verdachte wiens rechten geschonden zijn, redres zou kunnen vinden bij de politiek, lijkt me een illusie. Het is juist de politiek die op een hardere aanpak van (vermeende) criminelen aandringt. De civiele rechter is dan een beter alternatief, ma waarom is het redelijk juist de verdachte naar de civiele rechter te verwijzen in zo'n situatie, en niet het slachtoffer? Mijns inziens ontstaat zo een scheve situatie: de verdachte (een burger) wordt bij schending van zijn grondrechten door de overheid naar de burgerlijke rechter verwezen. Daar zoekt hij het maar uit, terwijl het slachtoffer (een burger) in een conflict met zijn medeburger als gevolg waarvan hij schade lijdt, bescherming van de strafrechter krijgt. Nogmaals, dat die bescherming er is, is goed. Maar die bescherming kan niet absoluut zijn. In het geval van de Leeuwardense politierechter ging het om een geval van opzettelijk handelen tegen beter weten (= eerdere uitspraken) in.

De niet-ontvankelijkverklaring lijkt mij geenszins een schending van de EVRM-rechten van het slachtoffer. Nogmaals: in de zaak Jankovic was sprake van een geheel ander feitencomplex, verweven met de excentriciteiten van het Kroatische strafprocesrecht. Wel relevant is het feit dat Jankovic zwaar was mishandeld. In de bijdragen van RvdW lees ik dat in het Leeuwardense geval sprake was van 'excessief uitgaansgeweld' en een 'ernstig mishandeld slachtoffer'. In de uitspraak van de politierechter lees ik dat niet. Het feitenrelaas is wat vaag, maar bovenaan bladzijde 2 wordt toch echt gesteld dat de verdachte is aangehouden op verdenking van een POGING tot zware mishandeling. Ik houd het er dus maar op dat het slachtoffer nog 'in one piece' was. Natuurlijk is ook poging tot zware mishandeling nog een ernstige zaak. De kritiek in deze zaak dient zich echter te richten op politie en OM en hun optreden dat een rechtsstaat onwaardig is. Zij hebben de belangen van de verdachte én het slachtoffer geschonden, niet de politierechter.

M. Bartels

8 RvdW 15/12/2009 om 17:40

Ik vrees dat wij het niet eens zullen worden; daarom een laatste korte toelichting op enkele van mijn punten

1. Natuurlijk betreft de zaak Jankovic een ander feitencomplex dan de zaak voor de Leeuwardense politierechter. Dat doet echter geheel niet ter zake. De zaak Jankovic is namelijk onderdeel van een lijn in de Straatsburgse jurisprudentie die inmiddels enkele honderden uitspraken telt (X en Y t. Nederland, M.C. t. Bulgarije, Siliadin t. Frankrijk etc.), waarin vast is gesteld dat onnodige procedurele obstakels in strafprocedures n.a.v. ernstige delicten een aantasting betekenen van de rechten van het slachtoffer. Die honderden uitspraken hadden betrekking op delicten als moord, slavernij, gedwongen verdwijningen etc. De zaak Jankovic heeft enkel relevantie voor zover zij de genoemde jurisprudentie ook van toepassing verklaard op ernstige vormen van mishandeling. Het precieze feitencomplex is echter irrelevant. Duidelijk is namelijk dat niet enkel extreem formalistische procesregels – zoals in Kroatië – strijdig zijn met het EVRM, maar ook bijv. amnestieën en pardonnen (Abdülsamet Yaman), excessief lage straffen (Öneryildiz) en stilzittende aanklagers en rechters (Tsjetsjeense zaken).

2. Dat het in casu ging om excessief uitgaansgeweld bleek mij uit de casusbeschrijvingen in krantenartikelen die op deze zaak betrekking hebben. De uitspraak zelf geeft inderdaad geen informatie over wat precies is voorgevallen.

3. De reden waarom juist de verdachte en niet het slachtoffer naar de civiele rechter zou dienen te stappen, is vrij eenvoudig:De vraag of de politie onrechtmatig heeft gehandeld door de verdachte een dag te lang op te sluiten, staat in geen enkel logisch verband met de vraag of de verdachte gestraft zou moeten worden voor hetgeen hij het slachtoffer beweerdelijk heeft aangedaan. De fout van de politie betreft een geschil tussen de politie en de verdachte, waar het slachtoffer niets mee te maken heeft. Het is dan ook volkomen absurd te beweren dat deze fout ertoe moet leiden dat het slachtoffer zal moeten leren leven met de wetenschap dat hij/zij de waarheid nooit zal kennen, dat gerechtigheid niet is gedaan en dat de vermoedelijke dader op geen enkele effectieve wijze is afgeschrikt.

Maar ik hoor het graag als u mij het logisch verband kunt uitleggen tussen de vaststelling van een (al dan niet ernstige) niet-bewijsgerelateerde fout van de politie jegens de verdachte en de genoemde gevolgen van een niet-ontvankelijkheid voor het slachtoffer.

9 M. Bartels 16/12/2009 om 23:26

Hoewel uitspraken van het EHRM naar hun aard casuïstisch zijn en het Hof dit ook stelselmatig benadrukt, zijn er vaak wel algemene(re) regels uit af te leiden. Met die algemene regels ben je er echter nog niet: de regels moeten ook worden toegepast in het concrete, nationale geval. Daarvoor is een feitencomplex nodig, op basis waarvan een beoordeling kan worden gemaakt. Voor een rechter is het handig als het feitencomplex in de zaak die hij moet beoordelen sterke overeenkomsten vertoont met een andere zaak die bij het EHRM is geweest. Als het Hof een schending constateerde, kan de nationale rechter op grond van de gelijkenis tussen de zaken hetzelfde doen (lastige kwesties als de 'margin of appreciation' daargelaten). De zaak Jankovic lijkt in het geheel niet op de zaak bij de Leeuwardense politierechter. In die zin had de politierechter niet veel aan Jankovic, wat reden voor mij is om te zeggen dat die zaak in casu niet echt relevant is.

Natuurlijk kan uit Jankovic wel worden afgeleid dat op staten de plicht rust de fysieke integriteit van personen te beschermen, ook door het strafrecht. Het Hof laat echter aan de nationale autoriteiten over hoe dat moet gebeuren. Ik kan uit de uitspraak niet opmaken dat rechters blunderende aanklagers de hand boven het hoofd moeten houden om de rechten van slachtoffers te waarborgen. Nergens in de zaak Jankovic lees ik dat een rechter het OM niet niet-ontvankelijk zou mogen verklaren indien dat OM grove wetsovertredingen jegens de verdachte heeft begaan. Daar formuleert het Hof helemaal geen regels over. Het veegt netjes de officier van justitie en de onderzoeksrechter de mantel uit vanwege hun onbegrijpelijke formalisme, waardoor het uiteindelijk niet tot een strafzaak kwam, maar daar blijft het bij. Het feitencomplex was er gewoon niet naar om een algemene regel te formuleren over hoe strafrechters om moeten gaan met officieren van justitie die bewust de wet overtreden. Ook dáárom is het wel degelijk van belang om naar de feiten van een EHRM-uitspraak te kijken.

De politierechter kon mijn inziens heel goed uitspreken dat het OM niet-ontvankelijk was. Het heeft ernstige en opzettelijke schendingen van verdragsrechten, grondrechten en strafprocessuele waarborgen geconstateerd en geoordeeld die die dusdanig zwaar wegen dan niet-ontvankelijkheid gepast is. Gezien het feit dat niets erop wijst dat het slachtoffer zwaar mishandeld was – nogmaals: het vonnis spreekt van een poging – lijkt mij dat een zeer verdedigbare uitspraak. Het is ook een effectieve uitspraak, want het Weekendarrangement is stopgezet. De verdachte heeft daarmee zijn effective remedy als bedoeld in artikel 13 EVRM gehad.

Het is nog maar de vraag of hij die via de civiele rechter had kunnen krijgen. Een van de redenen waarom ik het extra bezwaarlijk vind om de verdachte naar de civiele rechter te sturen, is dat hij dan tegen de Staat moet procederen. De Staat die over onuitputtelijke (financiële) middelen beschikt om die civiele procedure eindeloos te rekken. Maar er is ook een principiële reden waarom het moet worden afgewezen dat de verdachte naar de civiele rechter wordt verwezen: het gaat om schending van strafrechtelijke en strafvorderlijke normen. Daarover dient in de eerste plaats de strafrechter te oordelen. Vroeger stuurden we mensen die geen kapvergunning kregen naar de burgerlijke rechter. Dat vinden we nu absurd, want er is behoorlijke bestuursrechtspraak. Net zo gek vind ik het om verdachten die een beroep doen op schending van het Wetboek van Strafvordering naar de burgerlijke rechter te verwijzen. En eerlijk gezegd vind ik het niet relevant of een normschending nu het bewijs betreft of niet. Waar het om gaat is of de normschending ernstig is.

10 M. Bartels 16/12/2009 om 23:26

Concluderend stel ik dat er geen EVRM-jurisprudentie is waaruit kan worden afgeleid dat de politierechter onjuist gehandeld heeft. Ik ben er ook van overtuigd dat die er niet komt. Of politie en justitie in deze zaak met hun opzettelijke wetsschending de rechten van het slachtoffer hebben geschonden, is een heel andere zaak. In elk geval heeft de politierechter met zijn effectieve vonnis bewerkstelligd dat de rechten van verdachten voorlopig niet meer worden geschonden met buitenwettelijke verlengde vasthouding. RvdW moet het toch als pluspunt beschouwen dat óók slachtoffers daarvan profiteren.

11 Gary Acercamp 17/12/2009 om 18:17

We kunnen het natuurlijk ook omdraaien. Het slachtoffer moet maar naar de civiele rechter om zijn gebrek aan bescherming door de Staat aan te kaarten.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: