Weekers en de blinde muur

door GB op 09/10/2013

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Weekers en de blinde muur

Het fameuze #pensioendebat in de Senaat is op een paar manieren te duiden. Het meest aan de oppervlakte ligt de analyse dat het kabinet zich echt vergist heeft. De beeldspraak van Thissen is dan goed gekozen: Weekers kwam vol gas een blinde steeg in scheuren. ‘Dan liever de lucht in’, moet hij gedacht hebben. Voor wie hoopt dat er een diepere strategie achter dit alles zit, is er de analyse dat Samsom het opblazen van het Sociaal Akkoord graag aan de Senaat liet. Weekers moest zo dicht mogelijk bij ‘de pensioenparagraaf uit het Sociaal Akkoord blijven’ en dan zoveel mogelijk kabaal maken als het misging. ‘Als de bonden kwaad worden, dan toch ook op CDA, D66, GroenLinks en de SP,’ heeft Samsom mogelijk gedacht. In deze analyse is het fiasco van gisteren al lang ingecalculeerd. Het was een toneelstukje. De aanpassingen op deze plannen worden al besproken bij Jeroen Dijsselbloem aan tafel.

Maar er leek iets interessanters te gebeuren. Het escaleerde. Weekers kreeg ruzie met de Eerste Kamer, als instituut. De pensioendetails schoven naar de achtergrond, de partijpolitieke kleuren in de senaat ook. Weekers had niet alleen inhoudelijk een slecht verhaal, hij nam ook de Senaat niet serieus. En daar worden de senatoren pas echt kwaad van.

Deze benadering komt uit het begrippenkader dat prof. Van den Berg gebruikt om het parlement te begrijpen. De Eerste Kamer, zo schrijft hij, kan in sociologische zin worden opgesplitst in drie ‘instituties’. Het is een arena waar theater wordt opgevoerd, het is een marktplaats waar belangen worden uitgeruild en het is een instituut dat zichzelf probeert te handhaven. Goede Kamerleden schakelen soepel. Als het nodig is, maken ze kabaal, als ze winst ruiken gaan ze wheelen en dealen, en als ze zich bedreigd voelen komen ze op voor hun instituut. Op de marktplaats en in het theater is het Kamerlid een partijpoliticus. Institutioneel optreden is juist partij-overstijgend. Bijvoorbeeld als alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer te hoop lopen tegen de gedachte dat Wilders uit het Comité van In- en Uitgeleide zou zijn geweerd. Onder het motto: ‘Wilders mag dan een rare vogel zijn, het is wel onze rare vogel.’ Wat het beste werkt, hangt van de context af, schrijft Van den Berg. Het is net als met autorijden: goed schakelen is het halve werk.

De Eerste Kamer heeft niet veel theater. Als er zich een Wiegel of een Van Thijn onder de profeten bevindt, komen de camera’s en wordt het nachtwerk. Maar doorgaans is het rustiger. Dan zit de Senaat op de inhoud te onderhandelen. Ze hebben inhoudelijke bezwaren en willen daarvoor verbetervoorstellen horen. Zo ook gisteren. Op misschien het optreden van Thissen na, deed geen enkele senator moeite om begrijpelijk te praten. Het was ook niet voor de bühne. Het was specialistenwerk, waarbij ook coalitiefracties kritische noten kraakten. Dat was niet moeilijk. Ook de Afdeling advisering van de Raad van State was ongemeen fel geweest.

Zo bleef het inhoudelijk voortkabbelen tot het kabinet aan het woord kwam. Het leek, alsof de politici toen naar een ander register schakelden en als senator beledigd raakten door het optreden van Weekers. Het ging niet meer over de pensioenen, maar over de mate waarin ze eigenlijk serieus genomen werden. Dat werd alleen maar erger. Weekers moest zijn mond houden, zich schamen, zijn voorstel opeten, heel snel ophoepelen en mocht pas terugkomen als hij een begin van een antwoord had bedacht. Dat ging verder dan elegant uitgespeelde inhoudelijke oppositie. Het was institutionele kwaadheid. En als dat gebeurt, kan het kabinet het wel vergeten; bij partij-overstijgende boosheid haken de politieke vrienden af. Weekers werd nauwelijks verdedigd.

Het heeft er de schijn van, dat Weekers het uitlokte. Hij heeft een licht badinerend toontje en straalt uit ‘de boel wel even te komen regelen.’ Dan gaat het mis. En dat is niet de eerste keer. In 2010, over het Belastingplan van 2011, was hij het ook die de Eerste Kamer over de volle linie institutioneel kwaad maakte met de suggestie dat van hem geen toezeggingen konden worden verwacht die de Tweede Kamer niet al zelf in het voorstel had geamendeerd. De Senaat voelde zich uitgespeeld tegen de Tweede Kamer en riep uit pure woede Rutte terug van vakantie. Als het kabinet straks met de begroting weer deze steeg indraait, kan Rutte beter onmiddelijk zelf aan het stuur zitten. Weekers spreekt de taal van de Eerste Kamer onvoldoende.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Super De Boer 09/10/2013 om 18:40

“Weekers spreekt de taal van de Eerste Kamer onvoldoende”.

8) Heldere conclusie. Hij zou e.e.a. natuurlijk kunnen compenseren door als de wiedeweerga dan maar een andere taal, bijvoorbeeld het Bulgaars, te gaan leren (en dan voornamelijk deurwaardersjargon), maar ik vrees dat ook dat ‘m niet gaat worden.

Reactie achterlaten

{ 4 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: