Weg met de kiesdrempel bij Europese verkiezingen!

door RvdW op 29/11/2011

in Buitenland, Europa

Post image for Weg met de kiesdrempel bij Europese verkiezingen!

Onlangs verklaarde het Duitse Bundesverfassungsgericht de kiesdrempel van vijf procent die bij de verkiezing voor de Duitse Europarlementariërs wordt toegepast, in strijd met de Duitse grondwet. De drempel werd met vijf stemmen tegen drie als een disproportionele inbreuk gezien op enerzijds het beginsel van de gelijkwaardigheid der uitgebrachte stemmen en anderzijds het beginsel van de kansengelijkheid voor politieke partijen. Wat is eigenlijk het belang van die uitspraak voor Nederland?

Niet zoveel, zou je in eerste instantie denken. Natuurlijk, met een beetje goede wil zou je ook uit art. 4 van de Nederlandse grondwet de twee genoemde beginselen kunnen afleiden en zou je een kiesdrempel bij Europese verkiezingen daarom ook in Nederland als ongrondwettig kunnen beschouwen. Maar gezien het toetsingsverbod delft deze visie eenvoudig het onderspit zolang de wetgever anders beslist. Ook art. 3 Eerste Protocol bij het EVRM biedt geen soelaas. Dat staat zelfs aan kiesdrempels van 10 procent niet in de weg.

En zelfs al moest het Nederlandse kiesstelsel aan dezelfde twee beginselen voldoen als het Duitse, dan nog ligt niet direct voor de hand dat de huidige kiesdrempel op die beginselen een disproportionele inbreuk maakt. Immers, anders dan in Duitsland is onze kiesdrempel gelijk aan de kiesdeler: als een kleine Nederlandse partij de kiesdrempel niet haalt, loopt ze hooguit één zetel mis. In Duitsland kunnen dat er wel vijf zijn, zoals de FDP en de voormalige PDS al eens ondervonden.

Bovendien, zou er geen kiesdrempel meer zijn, dan heeft die kleine Nederlandse partij (wegens het gehanteerde stelsel van grootste gemiddelden) voor die ene zetel alsnog een relatief hoog aantal stemmen nodig: in 2009 werd bv. de laatste restzetel vergeven aan de lijstencombinatie PvdA-GroenLinks met een gemiddelde van 158785 stemmen per zetel. Dat was met 3.49 procent van de stemmen niet veel lager dan de kiesdrempel van 4 procent. In Duitsland daarentegen had (met dank aan het grotere aantal te verdelen zetels en aan de daar gebruikte formule van Sainte-Laguë) bij ontbreken van de kiesdrempel zelfs de piepkleine Ökologisch-Demokratische Partei  met nipt 0.51 procent van de stemmen in 2009 nog een zetel gewonnen.

In de praktijk betekent dit alles dat in Nederland de kans tamelijk beperkt is dat de kiesdrempel een partij een zetel in het Europees Parlement kost. Dat bewijst ook het verleden: in geen van de zeven voorgaande verkiezingen speelde de kiesdrempel een rol. In Duitsland is het beeld geheel anders: daar kostte de kiesdrempel alleen al bij de vorige verkiezingen zeven partijen de kop. Er zijn in Nederland dus nog nooit stemmen verloren gegaan door de kiesdrempel en daarmee lijkt ook de kansengelijkheid voor politieke partijen nauwelijks aangetast.

Hier komt echter aanstaande donderdag al verandering in, wanneer het Europees Parlement 18 extra parlementariërs krijgt, die tot nu toe als spookparlementariërs door het leven gingen.  Namens Nederland mag de PVV een extra lid afvaardigen, met dank aan de kiesdrempel die de Partij voor de Dieren buiten competitie stelde. Ook in 2014 zou die laatste partij weer met de kiesdrempel in gevecht kunnen raken. Dat geldt ook voor 50Plus, wanneer deze nieuwe partij een gooi zou willen doen naar het Brussels/Straatsburgse pluche. En misschien ook wel voor de ChristenUnie en SGP wanneer ze hun geschil rond de Eerste Kamerverkiezingen niet tijdig bijleggen. De kans dat de kiesdrempel in 2014 gevolgen heeft, is daarmee groter dan ooit.

Daarmee rijst de vraag welke functie de Nederlandse kiesdrempel bij Europese verkiezingen eigenlijk vervult. Dat kan niet zijn dat de zetels in het Europees Parlement anders te versnipperd raken, want zoals het Duitse Constitutionele Hof al aanstipte, hebben er nu al 162 nationale partijen zitting in het EP. En ook de efficiënte werking van het Europees Parlement loopt toch geen gevaar wanneer negen i.p.v. acht Nederlandse partijen er vertegenwoordigd zijn, gezien de wijze waarop het EP functioneert.

De uitspraak van het Bundesverfassungsgericht heeft dus wel degelijk ook voor Nederland relevantie, al is het maar omdat ze op heldere wijze voor iedereen, inclusief de Nederlandse wetgever, blootlegt dat een kiesdrempel voor Europese verkiezingen geen zinnig doel dient. En omdat voor een maatregel die een beperking op ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging – en daarmee op  het democratisch beginsel dat iedere stem gelijk hoort te tellen – inhoudt, een relevante en voldoende belangwekkende grond dient te bestaan, kan maar één conclusie volgen: weg met de kiesdrempel bij Europese verkiezingen!

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 29/11/2011 om 18:28

Maar toch een beetje een merkwaardige redenering van het BVerfG, zoals onze vrienden van het Verfassungsblog al uitlegden: http://verfassungsblog.de/5hrde-kein-grund-zur-freude-auer-fr-die-csu-vielleicht/

2 RvdW 30/11/2011 om 13:58

Tsja, de constitutionele rechters zaten dan ook in een lastig parket na de uitspraak van hun voorgangers uit 1979. Zonder die uitspraak had het Hof het nu kunnen laten bij de vaststelling dat een strikte controle op de grondwettigheid van kieswetgeving geboden is (en volledig terecht lijkt me, gezien de recente beslommeringen rond het nieuwe federale kiesstelsel) en het oordeel dat een kiesdrempel volstrekt nutteloos is wanneer in een parlement al 162 partijen zijn vertegenwoordigd. Nu voelde het zich genoodzaakt de verschillen te zoeken tussen de situatie in 1979 en de huidige stand van zaken. Dat de opsomming van die verschillen nogal merkwaardig aandoet, doet m.i. weinig af aan de juistheid van het oordeel over de kiesdrempel. Je kunt je enkel afvragen of de uitspraak uit 1979 wel zo overtuigend was.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: