Weg met de NederEuropese partijen

door SV op 07/05/2009

in Buitenland

Minder dan dertig slapeloze nachten tot de Europese parlementsverkiezingen. Althans, voor potentiële Europarlementariërs als Arno Uijlenhoet, Düzgün Yildirim en de piepjonge Eline van der Broek. De overige Europeanen vallen juist in slaap of zappen weg als de electiestimulerende spotjes van Europa NU worden uitgezonden. Niet vreemd. We worden gevraagd te stemmen op een warboel aan al dan niet bekende partijen, die zich daarna over het algemeen aansluiten bij bij het volk onbekende “fracties” zoals Europees Unitair Links, de Europese Volkspartij en de Unie van mensen die eigenlijk tegen Europa zijn. De tientallen partijen in het Europees Parlement stemmen uiteindelijk, al dan niet in fractieverband, op door de Raad en de Commissie voorgekookte onderwerpen, en komen in hun thuisland na afloop in zeer beperkte mate uitleggen wat ze nu in Straatsburg uitspoken. Of in Brussel. Of in Luxemburg. Of in een celebrity show.

Het invoeren van een districtenstelsel kan een on-Europees rigoreuze oplossing van dit probleem zijn. Europa wordt opgedeeld in 736 districten, die ieder één afgevaardigde mogen kiezen. Een ander kiessysteem zal de Europese democratie grondig veranderen.

Een meerderheidsvertegenwoordiging leidt in ieder geval tot een significante uitdunning van het aantal politieke partijen. De meeste landen die het systeem kennen hebben er twee, met eventueel wat kleinere kansarme partijen die de belangen van specifieke districten vertegenwoordigen. Te linkse of te rechtse partijen, of partijen waarvan de aanhangers geografisch te verspreid zijn, maken plaats voor partijblokken die voor een groot gedeelte (>50%) van het Europees publiek een keuze moeten kunnen zijn. Een voordeel van het stelsel is dat als gevolg van de regionale achterban, de vertegenwoordigers zich meer zullen bezighouden met de belangen van hun kieskring. Nu Nederland alleen al in 25 districten wordt verdeeld, hoeven dat niet noodzakelijkerwijs nationale belangen te zijn – de twee Brabantse vertegenwoordigers zullen zich meer verwant voelen met hun collega’s uit Bretagne, de grootste Franse landbouwregio, dan met d’n Hollanders. Een tweede voordeel is de aanzienlijke kans dat een parlement dat met minder, maar grotere monden spreekt, beter zal worden gehoord door de overige Europese organen, terwijl de individuele vertegenwoordigers bovendien hun overwinningen in hun regio zullen uitleggen – het derde voordeel.

In een districtenstelsel zullen de belangen van wijd verspreide groepen gristenen, groenen en socialisten niet meer door een duidelijk herkenbare partij worden vertolkt. Dat is geen groot probleem. Vertegenwoordigers blijven ook mensen met hun eigen voorkeuren en ideeën. Al Gore hoefde geen lid van de Amerikaanse Green Party te zijn om emission curbing te propageren. Wel een nadeel is dat de traditioneel zwakker vertegenwoordigde groepen in een meerderheidsvertegenwoordiging nog zwakker zullen worden vertegenwoordigd. Meerderheden kiezen meestal geen uitbijters (de homoseksuele wetenschapper met een RollsRoyce en twee kleine hondjes stierf voordat hij de uitzondering op de regel zou worden). Het grootste bezwaar van een districtenstelsel – de mogelijkheid dat een meerderheid geen rekening houdt met de belangen van de minderheid – is in dezen door de beperkte rol van het Europees Parlement en het ontbreken van enige herkenbare Europese meerderheid niet van toepassing.

Met het huidige gebrek aan legitimiteit en herkenbaarheid van het Europees Parlement, en de beperkte vuurkracht ervan, kan het geen kwaad om minder, maar sterkere partijen te laten ontstaan. De parlementariërs die vrezen dat dit leidt tot een terugval van een pan-Europese gedachte naar regionale belangbehartiging kunnen ’s avonds dromen dat ook de machtigste democratie ter wereld begon als een federatie met een districtenstelsel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: