Welke dualisering hoort bij de burgemeester?

door DJE op 30/11/2018

in Decentralisatie

Post image for Welke dualisering hoort bij de burgemeester?

De Eerste Kamer heeft geoordeeld. Rob Jetten (D66) heeft zijn triomf. Na ruim zestig jaar is de barrière geslecht voor de invoering van een andere benoemingswijze van burgemeester en CdK. Maar voor D66 de buit is nog bepaald niet binnen als het gaat om de gekozen burgemeester. De benoeming  kan nu weliswaar bij gewone meerderheid door de wetgever worden geregeld,  maar wat moet of zal het gaan worden?

Premier Mark Ruttte heeft aangegeven dat er tijdens deze kabinetsperiode geen plannen voor wetgeving zijn. Dat geeft ruimte en tijd om goed na te denken en dat is nodig ook. En het meest interessante daarbij is dat het in dat  debat maar heel gedeeltelijk zal gaan over de zeggenschap van burgers over hun burgemeester. Indien de bestaande situatie wordt gehandhaafd, zijn er weinig effecten. Maar vrijwel iedere andere verandering heeft gevolgen voor de positie van de gemeenteraad, de wethouders, het college, de bevoegdheidstoedelingen, de verhouding tussen nationaal, provinciaal en decentraal, de ordening van politie en openbare orde etc.  Het debat moet dan gaan over een ander, gewijzigd gemeentelijk en provinciaal bestuursstelsel. De positie van de burgemeester is daarvan maar een beperkt, hoewel niet onbelangrijk onderdeel.

Dit debat hoeft niet van voren af aan te worden begonnen. Door de Dualiseringswetten ging in 2002 en 2003 het gehele bestuursstelsel in de steigers en op de schop. De keuzes van de Staatscommissie Dualisering waren gebaseerd op een inventarisatie van mogelijke bestuursmodellen. Door de deskundige ambtelijke staf van de Staatscommissie werden op basis van welomlijnde uitgangspunten zes bestuursmodellen ontwikkeld en uitgeschreven. Drie van die modellen nemen als uitgangspunt een enkele kiezerslegitimatie. Dat betekent alleen een verkiezing van de gemeenteraad. In de andere drie modellen is er sprake van zowel een verkiezing van de gemeenteraad als van een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Het aardige van deze zes modellen nu is dat de positie van de burgemeester in ieder van die modellen een andere is. En dat maakt deze zes dualisme-varianten zeer geschikt om te zien wat de effecten op de andere betrokkenen zijn als de benoeming van de burgemeester in de ene of de andere richting wordt veranderd. Om daar een voorbeeld van te geven. In het de vijfde model van de Staatscommissie is het de gekozen burgemeester die als collegeformateur optreedt, maar de gemeenteraad blijft de wethouders benoemen. In de scherp-dualistische zesde variant is het de burgemeester die als formateur de wethouders benoemt, een cruciaal verschil. In dat verband is ook van cruciale betekenis hoe je van een gekozen burgemeester af komt. De ontslagprocedure is misschien nog wel belangrijker dan de verkiezingsprocedure. Veel tegenstanders van de gekozen burgemeester vrezen dat met veel campagnegeld  burgemeestersposities gekaapt kunnen worden door personen die daar mogelijk wat minder geschikt voor zijn. En als het dan uit de hand is gelopen, zou er een mogelijkheid voor gemeenteraad en burgers moeten zijn om die gekozen burgemeesters tussentijds weg te sturen. In de verschillende modellen worden deze ontslagmogelijkheden uitgebreid onder de loep genomen en beargumenteerd.

Bij de uiteindelijke keuze uit deze zes hoofdvarianten van dualisering – veel andere zijn er niet – is echter de alles beslissende vraag of Nederland toe is aan een gepolitiseerd burgemeestersambt en afscheid wil gaan nemen van het neutrale, boven de partijen staande ambt. Die neutraliteit heeft zijn waarde bewezen en moet niet zo maar worden opgeofferd. Het was om die reden dat een meerderheid van de Staatscommissie destijds adviseerde om in de grote steden te gaan experimenteren met een of meer varianten van de rechtstreeks gekozen burgemeester. Een voorstel om nog eens aan terug te denken.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 Fons Zinken 01/12/2018 om 13:09

Vanwege de dominantie van landelijke politieke partijen in alle bestuurslagen, dit in strijd met onze Grondwet, is de huidige positie van de burgemeester niet onafhankelijk. Ik denk dat ‘SCENARIO 4: DECENTRALE COMMUNE’ uit het rapport ‘Verder bouwen aan het huis voor de rechtsstaat’ van de Raad voor de Rechtspraak daarover duidelijk is. Ik citeer: “De rol van de traditionele instituties is veranderd. De centrale overheid, die van bovenaf zaken oplegt, is niet meer van deze tijd. Vanuit het centrale niveau worden alleen nog algemene kaders gesteld, het is aan de lokale samenleving om deze ‘plaatseigen’ in te vullen: steden en regio’s co-creëren met burgers en bedrijven oplossingen voor sociale, economische en ruimtelijke vraagstukken in hun gebied’. Met andere woorden, Het primaat moet terug naar de gemeenteraad. De burgemeester, als manager van de uitvoerende macht, wordt aangesteld door de gemeenteraad via een sollicitatieprocedure.

2 Matthewemect 09/12/2018 om 07:27

Hi a thingsoblation
To of a mind click on the constituent underneath

http://bit.ly/2wni9RW

3 Stephenjow 10/12/2018 om 14:47

Hi Look what we company in the behoof you! a amercementoffering
Are you in?

http://r1.oracoolum.com?27245

4 Fons Zinken 06/01/2019 om 11:09

De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State heeft beslist dat ook het presidium van de gemeenteraad een voor bezwaar en beroep vatbaar raadsbesluit kan nemen.

De Vakvereniging voor raadsleden van plaatselijke politieke groeperingen (VPPG) heeft op 27 juli 2017 hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad van Echt-Susteren van 8 november 2016. Naar de mening van de VPPG, gesteund door Legal Opinion B.V., was de gemeenteraad niet bevoegd om een besluit te nemen op grond van artikel 13, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Een raadslid beslist zelf of het lid wordt van een beroepsvereniging. Andere raadsleden hebben daarmee geen bemoeienis. Een raadsbesluit tast dit vrije mandaat aan.

Na 74 weken heeft de RvS op 27 december 2018 een besluit genomen. Daarbij heeft de RvS een besluit van het presidium van 11 mei 2016 erkend als een raadsbesluit. Op basis van dat besluit heeft de RvS geoordeeld dat de vakvereniging geen belanghebbende is bij het besluit van 11 mei 2016 en heeft daarom de VPPG niet ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Afdeling, evenals de rechtbank, de overige gronden niet zal beoordelen. Ook aan bespreking van het standpunt dat de raad niet bevoegd was het besluit te nemen, komt de Afdeling dus niet toe. Aldus de motivering van de RvS.

Op 11 mei 2016 was geen raadsvergadering en ook geen voorstel van B&W aan de raad. Toch heeft de burgemeester en de griffier het besluit van het presidium als raadsbesluit getekend.

Deze zeer opmerkelijke beslissing van de RvS is naar de mening van het bestuur van de VPPG in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet en de Grondwet. Met deze uitspraak is de gemeenteraad in veel onderwerpen te omzeilen door het presidium. Het is een nog verdere aantasting van de lokale democratie. Over de redenen waarom de RvS tot deze stap is gekomen, tast het bestuur van de onafhankelijke vakvereniging in het duister.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: