Wetgever als bouche du juge?

door GB op 01/03/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Wetgever als bouche du juge?

Er zijn veel argumenten om tegen het wetsvoorstel voor de minimumstraffen te zijn. Zo is het sinds jaar en dag duidelijk dat strenger straffen op zichzelf niet tot een veiliger samenleving leidt, anders dan dat personen die kunnen recidiveren langer uit de samenleving worden gehaald. Verder leeft er in de rechterlijke macht veel weerzin tegen de beknotting van de mogelijkheden om maatwerk te leveren. Dat laten de rechters langs allerhande wegen weten, en ze schrijven het soms ook op in een uitspraak. De Raad van State zet nog een tandje bij, en brengt de Trias Politica zelf in stelling. Minimumstraffen ‘verstoren het evenwicht tussen de machten.’

Wie denkt dat we daarmee het meest fundamentele niveau van de discussie wel bereikt hebben, rekent buiten het betoog van Kwakman. Kwakman laat zien dat het wetsvoorstel ook betekent dat iemand die voor de tweede keer een tongzoen heeft gegeven die niet op prijs blijkt te worden gesteld, en dus twee keer voor verkrachting veroordeeld wordt, minimaal zes jaar mag gaan zitten. De rechter kan immers de relatief zware kwalificatie ‘verkrachting’ niet meer compenseren in de straftoemeting. Tot zover een heel relevant argument. Maar dan slaat Kwakman andere wegen in:

En daarin schuilt meteen één van de grootste gevaren van de nieuwe wet. Rechters die de voorgeschreven minimumstraf niet passend vinden, zullen proberen de wet te omzeilen. Bijvoorbeeld door strafbare feiten minder snel bewezen te achten, de wet op eigen houtje heel ruim te interpreteren, of ‘noodconstructies’ te bedenken. Op die manier zou de rechter steeds meer wetgevende en rechtsvormende taken naar zich toe trekken. En dat is jammer.

Dat is echter een merkwaardige redenering. Goedbeschouwd staat hier dat de wetgever het idee van de minimumstraffen maar beter uit zijn hoofd kan laten, omdat de rechter dit toch aan zijn rechtsvormende laars gaat lappen. Terwijl dat zo slordig staat.

Het lijkt mij niet de taak van de strafwetgever om mogelijk te maken wat de strafrechter passend vindt, maar in beginsel de taak van de strafrechter om toe te passen wat de strafwetgever passend vindt. Dat de rechter meer is dan een bouche de la loi, dat weten we inmiddels. Maar het omgekeerde moeten we ook niet hebben. Als de kiezers nooit weten of realiseren wat er in hun naam aan de rechter gevraagd wordt, wordt de afweging over straffen nog steeds niet gemaakt op het niveau waar die in een democratische rechtsstaat hoort.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 PB 02/03/2012 om 17:04

Goed gezegd. Ik zie ook niet in hoe minimumstraffen een spanning veroorzaken in de trias politica. Juist niet, lijkt mij.

2 a.zecha 09/03/2012 om 15:03

Het valt m.i. moeilijk te ontkennen dat partijpolitieke “gevoeligheden” bij een indirecte democratie een beknottende invloed/werking op de grondrechten van mensen, burgers en kinderen kan hebben en meestal hebben..
De trias politica wordt m.i. terecht beschouwd als een waarborg voor en grondslag van elk democratisch regime vermits in democratische staten waar de trias politica voor een groot deel de jure en/of de facto non existent is blijken staatsbestuurders en hun ambtenaren zich te bewegen in de richting van een dictatoriaal bestuur of het voor een deel hebben bereikt..

De moderne historie en hedendaagse sitaties geven legio voorbeelden van velerlei vormen en graden van dictatoriaal bestuurde democratische staten, die langs parlementaire wegen ontwikkeld zijn en waar op enigerlei wijze de trias politica werd ondermijnd.
Mijns inziens zijn de democratische ontwikkelingen in het “Derde Rijk” in de vorige eeuw duidelijk en zeer illustratief; edoch politiek actueel zo pijnlijk dat verwijzing ernaar a priori politiek en in de media “emotioneel” (sic) nauwelijks ter sprake kan komen.

Het wijd verbreide en in stand gehouden geloof dat de “eigen” nationale democratie meer democratisch is dan die van een ander land kan m.i. gevoeglijk worden benoemd als chauvinistisch en/of nationalistisch; i.e. niet realistisch. Dat geldt ipso facto ook voor opvattingen die aan de basis liggen aan fenomenen als Uebermenschen en gidslanden.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: