Wetgevingstechnische aspecten van de commissie Naema Tahir

door FTG op 02/03/2012

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Wetgevingstechnische aspecten van de commissie Naema Tahir

Het voorstel van Naema Tahir, om een commissie in te stellen die controleert of de parlementaire pers zich niet al te onbeschoft gedraagt, kent inhoudelijk nogal wat nadelen. Ik wil het echter niet over de inhoud hebben. Ik wil de wetgevingstechnische problemen bekijken die samenhangen met het maken van een dergelijke regeling.

Om te beginnen is er de vraag: op wie ziet die commissie eigenlijk toe? Op de parlementaire pers. Maar wie zijn dat precies? “Pers” of “journalist” is geen beschermde titel. Iedereen kan zich zo noemen, net als iedereen het recht heeft om vragen te stellen aan politici. Dus de commissie moet toe zien op iedereen. Zelfregulering, waarbij de pers zelf een commissie instelt die onfatsoenlijke journalisten weert,  is dan niet mogelijk.  Niet iedereen zal zich namelijk vrijwillig aan die commissie onderwerpen. Voor een commissie die op iedereen toeziet en handhavend kan optreden is dus een publiekrechtelijke grondslag vereist. Er moet derhalve bij wet een commissie worden ingesteld die toeziet, en zo nodig ingrijpt, als burgers vragen stellen aan politici. De toezichtcommissie omgang burgers/politici. Dat klinkt niet al te lekker.

Vervolgens is er de vraag aan welke criteria die commissie gaat toetsen. Gaat zij vaststellen wat “onfatsoenlijk” gedrag is? De betekenis van deze term (of een gelijksoortig criterium) is echter volstrekt onduidelijk en de invulling daarvan zal van persoon tot persoon sterk verschillen. De term is zo onduidelijk dat het voor mensen van te voren niet duidelijk zal zijn welk gedrag de term verbiedt. De term is zelfs zo weinig sturend en betekenisloos dat gedrag waarmee men het politiek oneens is, alleen om die reden, onder dit criterium gebracht zou kunnen worden. Want dat is het gevaar vandit soort normen: eventuele kwaadwillenden kunnen vrijwel alles wat zij willen onder dit verbod laten vallen. Het instellen van een commissie die kan onderzoeken of gedrag jegens politici onfatsoenlijk is, lijkt dus zeer onverstandig. Dan heb ik het trouwens nog niet eens over de grondwettelijke bezwaren.

Zou een ander soort criterium misschien uitkomst kunnen bieden? De commissie wil voorkomen dat er vragen gesteld worden die alleen gericht zijn op het belachelijk maken van politici. Moet zij dan de bevoegdheid krijgen om vast te stellen wat voor vragen relevant zijn en wat voor vragen niet? Dat is bijna even erg als de bevoegdheid om te toetsen aan het criterium van fatsoenlijk gedrag. De vraag of iets relevant is, is uiteindelijk een politieke vraag. De commissie zou dan op grond van een politiek geladen criterium mensen die vragen stellen aan politici kunnen sanctioneren.

Welke personen worden eigenlijk door de commissie Tahir beschermd tegen onfatsoenlijk gedrag? Politici natuurlijk, maar wie behoort tot die groep? Kamerleden, ministers en staatsecretarissen. Maar ook gemeenteraadsleden en wethouders? Een bestuurder van een zelfstandig bestuursorgaan? Zijn oud-politici mensen die onder de bescherming van de commissie vallen? Mag ik Rutte niet, maar Cohen nu hij weg is wel irritante vragen stellen?

En trouwens, welke sancties staan de commissie ter beschikking om fatsoenlijk gedrag af te dwingen? Krijgt de onfatsoenlijke vragensteller een boete opgelegd? Of een last onder dwangsom? Wordt hem een gebiedsverbod opgelegd? Stuurt de commissie Andreas Kinneging bij de overtreder thuis langs?

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 ROVE (niet Karl) 02/03/2012 om 14:15

Waarom zou een wetgevingsoperatie eigenlijk nodig zijn? Gewoon toegangsregels voor (samengevat) het binnenhofgebied opstellen en handhaven. Iedereen mag naar binnen, maar moet zich gedragen. Wie dat niet doet, of de grens bewandelt, loopt het risico de toegang voor bepaalde of onbepaalde tijd ontzegd te krijgen als hij/of zij zich onvoldoende netjes gedraagt. Grote bewaker voor de deur en klaar is kees/Rutger. Mensen met camera(s) lopen een groter risico op een dergelijk verbod verwacht ik dan.

Natuurlijk zal een toegangsverbod arbitrair van karakter zijn, maar dat is op zichzelf geen reden om ‘dan maar’ geen regel op te stellen. Vraag blijft natuurlijk of de beheerder van het gebouw zin heeft deze regels op te stellen, laat staan (on)voorwaardelijke toegangsverboden uit te vaardigen. Dan kunnen we het terrein van (bjivoorbeeld) openbare ordehandhaving door burgemeesters ook wel in de prullenbak deponeren.

Overigens ben ik tegenstander van dit alles, laat dat duidelijk zijn.

2 Super De Boer 02/03/2012 om 16:11

@ ROVE (niet Karl)

Haha, die laatste zin doet het ‘m!

Jan Mulder zei het ook mooi in DWDD van de week:
Wie Rutger Castricum van het Binnenhof wil weren, komt daar zelf ook voor in aanmerking.

Boer (niet Koekoek)

3 ROVE (niet Karl) 02/03/2012 om 17:48

@Boer Niet Koekoek

Als Jan het al zegt, dan zal het wel zo zijn. Overigens zie ik nu dat mijn tweede alinea een weinig logische opbouw kent. Gelieve zin 3 en 2 als omgekeerd geschreven te beschouwen.

4 Super De Boer 02/03/2012 om 18:20

@ ROVE (niet Karl)

Zolang je je tegen ad-hoc-commissies van censuur en door Binnenhofconciërges af te kondigen gebiedsverboden blijft verzetten, ben ik zelfs bereid er een smijlie bij te bedenken.

@Beheer: wordt het niet eens tijd dat ‘we’ een setje smijlies aangereikt krijgen op dit blog, waarmee vurige betogen pro constitutionele toetsing of juist anti door Polak en/of Donner uitgezette lijnen kunnen worden opgefleurd? Of is dit dan weer net iets te leek-vriendelijk? ‘T is maar een idee hoor, ’t hoeft niet per se. Maar als het slechts een kleine ingreep vergt…waarom niet.

5 Redactie 04/03/2012 om 17:09

🙂 (‘:)’)

6 Super De Boer 04/03/2012 om 19:26

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: