Wetsvoorstel giften aan partijen

door GB op 02/12/2010

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Wetsvoorstel giften aan partijen

D66 en GroenLinks hebben een initatiefvoorstel geschreven om de financiering van politieke partijen transparanter te maken. Ze beogen een aantal verbeteringen: ook substantiele giften van particulieren moeten in het jaarverslag opgenomen worden, er komt een sanctie en stromanconstructies moeten worden tegengegaan. Dat laatste doet zich voor als een partij in zijn jaarverslag een fors bedrag van een of andere ‘Stichting Vrienden Van’ vermeldt, maar niet duidelijk is welke vastgoedbonzen of farmaceutische fabrikanten geprobeerd hebben invloed te kopen. Stuk voor stuk verbeteringen, lijkt me.

De uitwerking laat echter nogal wat te wensen over. Dit stellen GL en D66 voor:

1. Een gift aan een politieke partij van € 1 500 of meer wordt door de partij openbaar gemaakt. Giften van een gever met een gezamenlijk bedrag van € 1 500 of meer per jaar worden voor de toepassing van dit lid beschouwd als één gift.
2. a. Het eerste lid is ook van toepassing op giften aan leden van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal, die niet tot een politieke partij behoren waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer, en giften aan een rechtspersoon die erop is gericht of mede erop is gericht ten bate van een politieke partij en/of een lid van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal activiteiten of werkzaamheden te verrichten.

Nu ben ik geen wetgevingsjurist, maar het moet toch duidelijker kunnen dan dit. Waarop wordt lid 1 nu precies nog meer van toepassing op verklaard? Ik neem aan dat de plicht tot openbaarmaking van toepassing is op de gelieerde rechtspersonen zelf, en niet op de giften, zoals er nu eigenlijk staat. Hoe die openbaarmaking precies moet, blijft in het ongewisse. Misschien wel een beetje veel om allemaal aan de minister te delegeren, zoals nu feitelijk gebeurt.

De Memorie van Toelichting ziet er verder nogal gedateerd uit, omdat die nog uitgaat van Rita Verdonk als de grote vastgoedkoningin die, opgestuwd door anoniem bedrijfsleven, het torentje zal veroveren. Mogelijk is dat, omdat (een deel van) de toelichting ontleend is aan een gelijkluidend voorstel van Duyvendak uit  2008, gepresenteerd op de dag dat Rita ToN lanceerde. Naast Rita heeft de toelichting – en Duyvendak destijds – ook met name de PVV op het oog. Op zichzelf is dat terecht, want de financiering van die club is zeer duister. Maar het zou het draagvlak van het voorstel hebben vergroot, als vermeld werd dat ook de VVD een genootschap heeft dat geld van anonieme gevers verzamelt. Overigens is het niet waarschijnlijk dat de PVV bezwaren zal hebben tegen dit voorstel, ze worden er immers niet (onmiddelijk) door geraakt. Lid 1 is namelijk alleen van toepassing op partijen die subsidie ontvangen. De PVV ontvangt geen subsidie omdat ze maar twee leden heeft en is dus onder lid 1 niet verplicht de giften openbaar te maken. Lid 2 repareert dat straks alleen voor zover de giften aan de PVV rechtstreeks aan Geert Wilders zouden worden overgemaakt (wat niet waarschijnlijk is) of naar de Stichting Steun de PVV. Giften aan de PVV zelf blijven ook in de nieuwe voorstellen nog steeds in de leemte vallen.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Bastian Michel 15/12/2010 om 15:18

Dit voorontwerp zou zomaar een Ten Minute Rule Motion (http://en.wikipedia.org/wiki/Ten_Minute_Rule) kunnen zijn: een kansloos voorstel dat ertoe dient een debat af te dwingen. Dan is het een hartstikke goed voorstel! Wanneer komt die Wet financiering politieke partijen er eindelijk? Zelfs de Raad van Europa zit daarop te wachten (http://www.kiesraad.nl/nl/Overige_Content/Bestanden/pdf_thema/Rapport_GRECO.pdf).

Maar als het nou als serieus voorstel van wet is bedoeld? Dan moet er, vrees ik, nog het nodige aan veranderd. Zullen we de geachte afgevaardigden Dibi en Schouw niet een beetje helpen? Wiki-initiatief-wetgeving zeg maar?

Alvast twee redactionele punten:
– In de considerans is ten onrechte de formulering van een verklaringswet à la artikel 137, eerste lid, Gw gebruikt: dat overwegen dat er iets overwogen moet worden hoort hier niet.
– De wetstekst zelf moet wel duidelijk aangeven welke wet wordt gewijzigd, dus: artikel 18 van de Wet subsidiëring politieke partijen komt te luiden…

En een inhoudelijk punt: wie wordt er nou geraakt door het voorstel? GB schrijft hierboven dat de PVV niet wordt geraakt, maar Wilders wel. Volgens mij zit het net andersom.

Wilders is lid van de PVV. Lid 2 is echter alleen van toepassing op kamerleden die niet tot een politieke partij behoren. En wat gebeurt er met de andere kamerleden in de PVV-fractie? Behoren die tot de PVV? Leden zijn ze niet…

De PVV is gewoon een politieke partij in de zin van de Wet subsidiëring politieke partijen: zij is een vereniging die een aanduiding voor de Tweede Kamerverkiezingen heeft geregistreerd (artikel 1, onder b). Misschien ontvangt zij dan geen subsidie omdat zij te weinig leden heeft (artikel 2, derde lid), de plicht tot openbaarmaking geldt voor de PVV onverkort.

Tot ze op een dag op het idee komen die aanduiding te laten schrappen. Dan staat er op de stembiljetten niet meer ‘PVV’ boven de lijst, maar met Wilders als lijsttrekker zal dat nauwelijks een probleem zijn. Als ik het goed zie dan heeft het ontbreken van een aanduiding verder geen nadelige gevolgen. Zelfs centrale kandidaatstelling ex artikel H 2 Kieswet is mogelijk.

Er is dus een serieus probleem met de reikwijdte van het voorstel. En dat komt omdat de definitie van ‘politieke partij’ in artikel 1, onder b, een hulpconstructie is. De Kieswet kent dat begrip niet, de mogelijkheid om deel te nemen aan verkiezingen heeft niets met de begripsinhoud van ‘politieke partij’ van doen: alle kiezers kunnen lijsten indienen. Volgens mij zou het daarom een beter idee zijn de hele benadering om te draaien. In beginsel rust de plicht giften openbaar te maken op elk individueel kamerlid (of zelfs: elke kandidaat). De kamerleden die lid van een politieke vereniging zijn en namens die vereniging in de kamer zitten, mogen geen giften aannemen behalve namens de vereniging, en de plicht tot openbaarmaking schuift door naar de vereniging. Is dat een idee?

2 LD 15/12/2010 om 22:24

Scherpe reactie, Bastian Michel.

Inderdaad valt de PVV onder de definitie van ‘politieke partij’ van artikel 1 sub b Wspp. Het huidige artikel 18 van deze wet verplicht politieke partijen al giften van € 4537,80 of meer openbaar te maken. Waarom wordt dan toch – terecht – aangenomen dat deze bepaling niet geldt voor de PVV? Een eerste argument is dat de bepaling staat in de Wet SUBSIDIËRING politieke partijen, niet in de Wet FINANCIERING politieke partijen (daar wachten we nog steeds op; de RvS bracht al in 2006 advies uit…). Die Wspp bevat uit de aard der zaak bepalingen die alleen gelden voor gesubsidieerde politieke partijen. Het tweede argument is dat de Wspp politieke partijen verplicht tot openbaarmaking van giften in hun financieel verslag. Daarmee kan alleen bedoeld zijn het financieel verslag genoemd in artikel 10 Wspp. Dat verslag wordt ingediend bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Niet gesubsidieerde partijen dienen niet zo’n aanvraag in, en dus ook geen financieel verslag als bedoeld in de Wspp. Zou het huidige artikel 18 Wspp ook op de PVV van toepassing zijn, dan is het óók van toepassing op partijen als de Partij voor Mens en Spirit, Nieuw Nederland en de Piratenpartij. Ook dat zijn politieke partijen die voldoen aan de definitie van de Wspp. Dat is echter nooit de bedoeling van de wetgever geweest en in de praktijk wordt de wet ook niet zo toegepast.

Lost het nu voorgestelde wetsontwerp het gesignaleerde probleem bevredigend op? Ik ben geneigd GB gelijk te geven en te betogen dat het erop lijkt dat het nieuwe artikel 18 nog steeds de PVV buiten schot laat. Het eerste lid laat in het midden hoe de openbaarmaking moet geschieden, maar het vierde lid verwijst nog steeds naar ‘het financieel verslag’. Dat is dus het financieel verslag als bedoeld in artikel 10 en een dergelijk verslag hoeft een partij als de PVV niet in te dienen. Het vijfde lid – Onze minister stelt regels ten aanzien van de wijze van openbaarmaking van giften – kan misschien uitkomst bieden, maar ik vind het een enorm zwaktebod. De wijze van openbaarmaking is zo essentieel dat die op wetsniveau geregeld behoort te worden. Een betere oplossing is een nieuwe, heldere definitie van ‘financieel verslag’ in de wet opnemen en te bepalen dat een dergelijk verslag bijvoorbeeld door alle in het parlement vertegenwoordigde partijen moet worden openbaar gemaakt op een door de wet zelf te bepalen wijze. De naam van de Wspp mag dan ook meteen gewijzigd worden.

Enige andere suggesties:
– neem een definitie op van het begrip ‘gift’.
– stel minimumeisen vast waaraan een financieel verslag moet voldoen. Bepaal welke posten daar in elk geval in opgenomen moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval in Duitsland. Verslagen zijn zo gemakkelijker met elkaar te vergelijken. Het huidige artikel 10, vijfde lid Wspp maakt dit overigens al mogelijk, maar van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
– de minister heeft in dit wetsvoorstel een discretionaire bevoegdheid om boetes uit te delen bij overtreding van het artikel. Leg deze bevoegdheid liever neer bij een werkelijk onafhankelijk orgaan (de Kiesraad is genoemd) of beter nog, de rechter.
– rechtspersonen mogen volgens het derde lid (nog steeds) anoniem blijven. Natuurlijke personen niet. Dat is de omgekeerde wereld.

Een serieus probleem met de huidige wet is overigens dat gesubsidieerde politieke partijen de financiële verslagen pas hoeven te overleggen op het moment dat ze de aanvraag tot vaststelling van de subsidie doen. Dat is na afloop van het kalenderjaar. Giften die tijdens de verkiezingscampagnes worden ontvangen worden dus pas vele maanden later openbaar gemaakt. Hoewel, openbaar gemaakt? De financiële verslagen zijn niet zomaar te raadplegen. Je moet ze opvragen bij het Ministerie van BZK of bij de partijen zelf (die uiteraard niet verplicht zijn inzage te geven). Het hier besproken wetsvoorstel zou dat probleem kunnen ondervangen met een duidelijke bepaling i.p.v. een vage delegatie aan de minister.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: