Wijziging Rgbv en het doorploegen van verdragen

door Ingezonden op 23/02/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Wijziging Rgbv en het doorploegen van verdragen

Op 14 februari behandelde de Eerste Kamer het voorstel van VVD-Kamerlid Joost Taverne tot wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen (Rgbv). Zijn voorstel werd zonder stemming aangenomen. Wat mij betreft een goede zaak, maar Taverne zei wel iets merkwaardigs.

De wijziging betreft artikel 2 Rgbv. Daarin komt een informatieplicht te staan: ‘Bij de voorlegging van een verdrag ter goedkeuring (…) wordt aangegeven of het verdrag naar het oordeel van de regering bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden en, indien dit het geval is, welke bepalingen het betreft.’ Eerder wilde Taverne nog artikel 6 en 7 Rgbv zo wijzigen ‘dat de goedkeuring uitdrukkelijk moet worden verleend indien een verdrag bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden’, maar vanwege de vrees voor ‘onnodig extra werk’ is het voorstel indertijd afgezwakt tot opname van de hiervoor genoemde informatieplicht. De vraag of ook deze afgezwakte versie extra werklast meebrengt, kwam de 14de aan bod.

Voor de regering wordt het iets drukker. De minister van Buitenlandse Zaken gaf in de Eerste Kamer aan dat de verzwaarde informatieplicht van de regering een extra inspanning vraagt, maar zonder dat, naar zijn inschatting, ‘die inspanning zal leiden tot een sterk verhoogde werklast.’ En de werklast aan de zijde van het parlement? Daarover zei Taverne in de Eerste Kamer:

‘Het zou het werk van het parlement (…) een stuk makkelijker maken als deze wijziging doorgang vindt. Het vergt een verhoudingsgewijs kleine inspanning van de regering. Die doet namelijk al de onderhandelingen. Ik neem aan dat zij daarbij ook goed nadenkt of een verdrag, waaraan ze voornemens is Nederland te binden, dit type bepaling bevat. Waarom zou de regering dat dus niet gewoon even melden, zodat de Kamer niet elke keer die verdragen moet doorploegen om te bedenken of het erover wil debatteren?’

Het parlement krijgt het volgens Taverne dus juist makkelijker. Deze opmerking, eigenlijk vooral de laatste zin van het citaat, verbaast mij. Te meer in vergelijking met wat Taverne hierover verder te berde heeft gebracht. Volgens de nieuwe informatieplicht moet de regering aangeven of er volgens haar een ieder verbindende bepalingen in de ter goedkeuring voorgelegde verdragen staan en, zo ja, welke bepalingen dit dan zijn. Als het parlement gaat bedenken of het wil debatteren over het verdrag, dan kan het deze informatie daar natuurlijk bij betrekken. Een parlement dat zijn taak serieus neemt, ontkomt er echter niet aan om ook het verdrag zelf door te ploegen.

Het wel of niet willen debatteren kan toch niet alleen maar gebaseerd worden op de informatie van de regering over een ieder verbindendheid? Daarvoor moeten de Kamerleden nog altijd zelf het verdrag bestuderen, en zich een eigen oordeel vormen. Bovendien: bepalingen die niet een ieder verbinden kunnen ook van zeer groot belang zijn, zie bijvoorbeeld r.o. 4.42-4.44 van de bekende Urgenda-uitspraak. En als het parlement wel een debat wil, dan is het toch überhaupt nodig om het verdrag door te ploegen om er een zinvol debat van te kunnen maken?

Zoals Thom de Graaf, al voordat Taverne het bovenstaande zei, opwierp: ‘is er niet ook een eigen verantwoordelijkheid van het parlement (…) om de verdragen die voor stilzwijgende goedkeuring worden aangeboden zelf te beoordelen, om die zelf te checken en zich niet te laten leiden door de vraag of de regering zich iets voorneemt of met iets komt?’ Hier ben ik het mee eens. De uitgebreidere informatievoorziening zou ervoor moeten zorgen dat het parlement, in de woorden van Taverne zelf, ‘een meer geïnformeerde afweging kan maken’, maar zou geen alternatief voor het doorploegen van verdragen moeten zijn.

Juist de combinatie van het doorploegen en het (mede naar aanleiding daarvan) bezien of men het in de Kamer eens is met de inschattingen van de regering, lijkt mij waardevol voor de door het parlement te maken afwegingen omtrent de verdragsgoedkeuring.

Coen Modderman

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: