Wiki-Grondwet

door MN op 02/07/2010

in Decentralisatie, Haagse vierkante kilometer

Het nationaal experiment met wiki-wetgeving is nu ruim een jaar bezig. Eerder deze week stelde het kabinet het eerste grondwetsherzieningsvoorstel open voor de wisdom of the crowd. Het betreft een grondwetsherziening die de staatsrechtelijke positie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) binnen het Nederlandse bestel regelt. De Raad van State van het Koninkrijk, die voor de ontmanteling van de Antillen gemakshalve zowel architect als keurmeester is, stelde in 2006 dat het “op den duur wenselijk” zou zijn de positie van de BES-eilanden in de Grondwet te regelen. Het opzouten van een grondwetsherziening tot het moment waarop het schip van staat in rustiger vaarwateren is gekomen klonk de regering natuurlijk als muziek in de oren. Het zou al ingewikkeld genoeg zijn om de wijziging van het Statuut en de bijbehorende wetgeving door alle parlementen te loodsen. De regering hapte gretig toe en nam zich voor een jaar of vijf na afronding van de operatie met een voorstel tot herziening van de Grondwet te komen.

Ik denk dat de hiërarchie tussen Statuut en Grondwet verklaart waarom de Raad van State van het Koninkrijk het niet noodzakelijk achtte om al bij de start van het Koninkrijk 2.0 de Grondwet te herzien. Voor zover het aangepaste Statuut iets anders regelt dan de Grondwet, wordt de grondwettelijke regeling als de inferieure norm vanzelf terzijde gesteld. Om de beide regelingen weer met elkaar in de pas te brengen, kan de Grondwet bij gewone wet (dus zonder ontbinding en zonder versterkte meerderheid) worden herzien (art. 142 Grondwet). Het ziet er nu naar uit dat de regering niet van plan is deze binnenbocht te nemen. Dat is ook wel logisch, omdat toepassing van art. 142 Grondwet een impliciete erkenning zou inhouden van de ongrondwettigheid van de statuutswijziging zoals die momenteel wordt ondernomen. Op zichzelf genomen is zo’n ongrondwettige statuutswijziging natuurlijk mogelijk. Daartoe is echter wel een bijzondere procedure nodig, met onder meer een tussentijdse ontbinding van de Tweede Kamer. Die koninklijke weg heeft de regering (helaas) niet gekozen, zodat de voorgestelde grondwetsherziening nu formeel geen rechtsplicht maar een keuze is.

Waarom wordt nu al een grondwetsherziening in gang gezet, terwijl de statuutswijziging nog niet z’n beslag gekregen heeft? Omdat de Tweede Kamer moeilijk deed over het onthouden van het kiesrecht voor de Eerste Kamer – een probleem dat op dit weblog ook al werd geconstateerd. De eilandsraden van de BES worden straks kiescolleges voor de Eerste Kamer. De Tweede Kamer nodigde de regering bij motie uit zo snel mogelijk met een grondwetsherziening te komen die dat mogelijk maakt. De regering zegde toe de motie uit te voeren (vandaar het nu gepubliceerde voorontwerp), en regelde bij Nota van Wijziging dat de BES-eilanden in afwachting van grondwetsherziening niet mee kunnen doen aan de verkiezing van de Eerste Kamer.

De grondwetsherziening heeft nog twee andere doelen: ze beoogt de constitutionele normen die autonomie garanderen aan gemeenten en provincies ook toepasselijk te maken op de BES-eilanden, maar wil wereldvreemde toepassing van het gelijkheidsartikel op BES-burgers voorkomen. Deze doelstellingen worden bereikt door sommige grondwetsartikelen van overeenkomstige toepassing te verklaren of juist te nuanceren. Eerder noemde ik dat de Animal Farm-bepaling: we zijn allemaal gelijk, maar als je een kleurtje hebt en je woont op een warm klein eiland ben je anders gelijk dan wanneer je als blanke aan de Noordzee vertoeft.

Internetconsultatie is bedoeld om “de in de samenleving aanwezige kennis beter te benutten”. Dat riekt naar een appèl op een burgerplicht, en daar zijn we op dit weblog gevoelig voor. We denken daarom graag mee over de voorgestelde grondwetsherziening. Ik trap af met twee vragen c.q. kanttekeningen:

  • In mijn top 5 van ingewikkelde grondwetsbepalingen neemt art. 128 een prominente plek in. Het kabinet wil dat artikel niet toepasselijk maken op de BES. Het is namelijk niet de bedoeling dat autonome bevoegdheden worden toegekend aan andere dan de hoofdorganen eilandsraad, bestuurscollege of gezaghebber (vergelijkbaar met respectievelijk gemeenteraad, college en burgemeester). Die wens is begrijpelijk. Maar is het effect van het niet-toepasselijk verklaren van art. 128 Grondwet inderdaad dat zulke attributie onmogelijk wordt? Art. 128 bedoelt volgens mij het hoofdschap van de lokale volksvertegenwoordiging te beschermen. Het kaltstellen van die bepaling leidt er niet zozeer toe dat bevoegdheden uitsluitend aan de hoofdorganen kunnen worden opgedragen, als wel dat de wetgever vrij spel heeft bij het toedelen van competenties. Dat zou juist tegengesteld zijn aan de bedoeling van grondwettelijke verankering van de status van de BES. Dus: moet art. 128 niet juist wel van overeenkomstige toepassing worden verklaard?
  • De aanwijzing van de eilandsraad als kiescollege voor de Eerste Kamer komt dadelijk in hoofdstuk 7 van de Grondwet, in het nieuwe art. 132a. Rubrica non est lex, maar is het niet voor de hand liggender om dit te bepalen in het artikel dat de verkiezingswijze van de Eerste Kamer regelt, namelijk artikel 55? Deze techniek leidt tot Amerikaanse toestanden, waarbij je de Grondwet van voor tot achter moet lezen als je wilt weten welke bepalingen door wijzigingen achterhaald of veranderd zijn.

Wie vult aan of corrigeert?

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: