Wim Voermans over Moszkowicz: E = E (de kunst van eerlijk)

door WV op 29/07/2011

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak, Varia

Post image for Wim Voermans over Moszkowicz: E = E (de kunst van eerlijk)

Nou ja, als je het me zo op de man af vraagt: ik heb inderdaad moeite met Bram Moszkowicz. Niet alleen omdat het zo’n aanstellerige ijdeltuit is en omdat hij de Nederlandse taal zoveel geweld aandoet (archaïsch taalgebruik en hij rondt een zin nooit fatsoenlijk af – let er maar eens op). Niet alleen dat, maar ik vind het vooral niet eerlijk dat hij zijn sterrendom inzet om zaken te winnen. Hij heeft er de afgelopen jaren op allerlei manieren voor gezorgd dat hij eenvoudig toegang krijgt tot televisieshows en nu gebruikt hij die podia om zijn kant van de zaak uit te venten en de tegenpartij – wie dat ook zij – onder druk te zetten. Hij begrijpt wat ‘high impact media presence’ is en hij bespeelt het erg goed en soms nog grappig ook.

Oneerlijk. Dat was mijn eerste emotie toen ik hem voor de zoveelste keer hoorde los gaan bij Pauw en Witteman over veelgeplaagd rechter Schalken en het etentje met ‘arabist’ Jansen (wij vertellen onze kinderen tegenwoordig dat arabist ‘nare man’ betekent). En toen probeerde ik voor mezelf eens na te gaan – je bent nu eenmaal rechtswetenschapper of niet – waarom ik het eigenlijk zo oneerlijk vond. Dat viel nog niet mee. In wezen misdoet Moszkowicz niets. Hij bepleit de zaak van zijn cliënt en dient tegelijkertijd zijn praalzucht. Allemaal binnen de regels. En toch deugt het niet. Schalken, officieren van justitie, en andere tegenpartijen hebben niet op dezelfde voet toegang tot praat- en gezelligheidsshows. Moszkowicz zet oneigenlijke druk op de rechters en tast – door het voortdurende wrakingscircus – het gezag van de Amsterdamse rechtbank aan. Hij zou zich als jurist verantwoordelijker moeten opstellen.

Deze column gaat niet over celebrity-advocaat Bram, maar over het recht. Dit willekeurige voorbeeld maakte me duidelijk wat jullie misschien allang wisten of dachten te weten: recht is een uitdrukking van rechtvaardigheid of – voor de relativisten onder ons – ideeën over rechtvaardigheid. Wil je het recht begrijpen dan zal je moeten weten wat rechtvaardigheid is. Je kunt de eenvoudige route nemen en zeggen dat er zoiets als ‘natuurrecht’ of ‘goddelijk recht’ bestaat. Uitdrukkingen van rechtvaardigheid die er altijd al waren en altijd zullen zijn, los van de opvattingen van personen. Aan zoiets bovenmenselijks kan dan het bestaande recht worden getoetst. Maar eigenlijk is dat natuurlijk een soort truc. Rechtvaardigheidsgevoelens zijn niet onpersoonlijk, maar juist bijzonder persoonlijk. We worden geboren met een gevoel voor wat eerlijk en rechtvaardig is, het zit in onze genen (net als bij chimpansees, trouwens, dat is recentelijk onderzocht). Iedereen komt op de wereld met een ingeboren instinctief gevoel voor wat eerlijk of oneerlijk is. Restanten van het groeps­instinct dat is ingebakken in ons DNA. En voor wie dat niet gelooft, die moet maar eens dag op een crèche voor driejarigen meedraaien. Natuurlijk, we cultiveren die rechtvaardigheidsideeën in onze samenleving, en we proberen ze te rationaliseren, dragen dat uit in de opvoeding, maar dat doet er niet aan af dat gevoelens over wat eerlijk is ten diepste emoties zijn. Eerlijk = Emotie. Daarom stijgt onze hartslag en krijgen we een rood hoofd van verontwaardiging als we oneerlijk worden behandeld. Worden we van onrechtvaardige behandeling zelf ook onredelijk en opstandig. Aan de andere kant kunnen we leven met een beslissing die rechtstreeks tegen ons eigen belang indruist, zolang we maar het gevoel hebben dat die op eerlijke manier is bereikt.

Een ongemakkelijk inzicht: recht is niet veel meer dan de kunst van eerlijk, van emotie in beweging als het ware. Ook niet leuk voor de rechtswetenschap. Want dat is niet de manier waarop we het recht bestuderen. In wezen kijken we alleen maar naar de reflecties van die ‘eerlijke’-emoties, zonder ooit serieus die emoties zelf te meten. Hoe worden die opgeroepen, hoe kan daaraan worden geappelleerd, wat er dan allemaal gebeurt? En wat te denken van rechtswetenschappers zelf? Zijn hun uitspraken nog wel serieus te nemen? Die lopen rond met een onzichtbare meetlat – hun eigen emotie – waarlangs ze het recht leggen. Dat vertroebelt natuurlijk de meting. Boven een rechtswetenschappelijk artikel zou eigenlijk niet moeten staan welke nevenfuncties de schrijver niet allemaal vervult, maar welke hartslag hij of zij had bij het schrijven van de verschillende paragrafen. En onder een uitspraak de pupillenverwijdering en bloeddruk van de raadkamer­beraadslaging.

Ik hoop niet dat ik Bram Moszkowicz daarmee op ideeën breng.

Wim Voermans.

Deze column verscheen eerder in Ars Aequi 2011(6), pp. 468

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Mihai Martoiu Ticu 29/07/2011 om 17:15

Het is oneerlijk ongeacht welk concept van rechtvaardigheid iemand hanteert. In alle mogelijke concepten van rechtvaardigheid wordt voorkomen dat irrelevante feiten de beslissende factor zijn in een rechtszaak. Stel je voor twee partijen voor een rechter en beide partijen presenteren hun argumenten. Na het presenteren van de argumenten staat de rechter in perfect evenwicht, hij kan op geen enkele manier beslissen. Als de rechter beslist omdat één van de advocaten een mooiere stropdas heeft, of omdat hij in een televisieprogramma is verschenen, verliest de andere partij als gevolg van een irrelevante factor.

Je kunt het argument nog gekker maken. Stel je voor dat het argument van één van de partijen net 1 gram zwaarder is dan van de andere partij, dus uiteindelijk zou die winnen. Stel je voor dat het irrelevante factor nu precies 2 gram weegt. Dan is de ontstane onrechtvaardigheid nog groter.

(Ik weet ook heel goed dat er veel irrelevante factoren de beslissing beïnvloeden. Bijvoorbeeld in de V.S. als een vrouw haar werkgever voor “sexual harassment” aanklaagt “[t]he probability that the decision would favor the plaintiff was only 16% when the case was heard by an older judge but 45% when heard by a younger judge. The probability that the decision would favor the plaintiff was only 18% when the case was heard by a judge who had been appointed by a Republican president but 46% when the judge had been appointed by a Democrat president.”, Kulik, C. T., Perry, E. L., and Pepper, M. B., “Here Comes the Judge: The Influence of Judge Personal Characteristics on Federal Sexual Harassment Case Outcomes”, Law and Human Behavior 27, 1 (2003), p. 69)

2 M. van Alem 01/08/2011 om 12:00

Ik mag hopen dat de heer Voermans eerder tot het inzicht is gekomen dat recht in feite niets meer is dan een verzameling meningen die op dat moment leidend zijn. Meningen kunnen veranderen zoals we weten. En ook het vormen van die mening is onderhevig aan allerlei psycho-sociale factoren, zoals algemeen bekend is. In dat opzicht is het soms nog wel eens de verpakking in plaats van de inhoud die van doorslaggevende betekenis is of een mening het als geldend ‘recht’ wint of niet. Bij de meeste rechtenstudenten komt dit ‘aha’ moment ergens in het eerste jaar van hun studie. Ik ga er maar vanuit dat de heer Voermans dit ‘grondprincipe’ van het recht nog eens heeft willen benadrukken en hij poogt dit te verdiepen.

3 Mihai Martoiu Ticu 01/08/2011 om 14:14

@M. van Alem
==recht in feite niets meer is dan een verzameling meningen die op dat moment leidend zijn.==

Een deel van het recht is dat wel. Maar een deel van het recht is dat niet. We zien bijvoorbeeld dat rechtsregels m.b.t. tot overlevingsinstincten constant blijven in de geschiedenis en ze gelden overal ter wereld. Bijvoorbeeld het verbod op moord. De veranderingen en de verschillen tussen rechtsregels zijn vooral te vinden in regels, die of (1) minder evident zijn dat ze gevolgen hebben voor overleven of (2) regels met negatieve gevolgen voor overleven worden vervangen met betere regels. Bijvoorbeeld slavernij wordt afgeschaft, homo’s, vrouwen en andere minderheden krijgen rechten. Dus de cirkel van mensen, die van de levensbevorderende regels mag profiteren, wordt steeds groter.

In het kort, het recht heeft de neiging om zich te ontwikkelen in de richting van regels die levens verlengen en fundamentele biologische en psychologische behoeftes bevorderen.

Ik durf te stellen dat als alle anderen een wet aannemen dat ik vermoord mag worden en mijn bezittingen onderling verdeeld worden, is die wet ongeldig en ik heb geen enkele plicht om me aan die wet te onderwerpen. Sterker nog, ik mag me verdedigen en alle andere personen, die de wet willen uitvoeren, mag ik zelf vermoorden.

Recht is dus GEEN willekeurige verzameling van regels, ad hoc door iemand gefantaseerd, dus geen verzameling van leidende meningen.

4 sander_1583 01/08/2011 om 15:22

net zoals het verhaal van Wim voermans met name een verzameling meningen is (van hemzelf nota bene) arabist = nare man? wat is dit nou voor een hobbyisme.
Wellicht is dit nieuw maar in bijna alle gevallen dat er iemand op tv haar mening mag ventileren is het lei(ij)dend voorwerp vaak helemaal niet op tv.

Schoenmaker blijf bij je leest.

5 Lex 04/08/2011 om 01:19

Oeioei. Arabist is nare man… En dan moszko de maat nemen, omdat hij niet verfijnd genoeg redeneert. Gênant. Wat staan we als juristen toch voor weer voor aap. Ook dat gedweep met hoe rechtswetenschappelijk een nauwelijks onderbouwde eigen mening is. Schalken deed dat ook steeds. Is deze meneer ook rechter? Een fijne neutrale mening over de islam en Wilders ongetwijfeld. De neutrale weloverwogenheid druipt er vanaf. Een ‘deskundige’ die zichzelf te geleerd vindt voor Pauw en Witteman. Er is veel leed op de academie.

6 WV 27/08/2013 om 23:25

En Lex, wat denken we er nu van?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: