Winkelsluitingstijden en de vrijheid van godsdienst

door SV op 07/01/2010

in Rechtspraak

Een nieuwe aflevering van “Toeristisch Gebied of Niet” speelt zich af in Rotterdam Alexandrium – een winkelcentrum annex meubelboulevard in de Alexanderpolder bij Rotterdam. De Rotterdamse gemeenteraad heeft het tot toeristisch gebied gebombardeerd. Dat dit, zoals vaker, niet geheel terecht is, wordt duidelijk uit een rondgang die Netwerk gisteravond uitzond.

Opvallend genoeg is een kort geding tegen de aanwijzing als toeristisch gebied, bij het College voor Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), aangespannen door winkeliers van het winkelcentrum zelf. Zij wensen uit religieuze overwegingen hun winkels gesloten houden op zondag. Op basis van de overeenkomst die de winkeliers met de vastgoedbeheerder hebben gesloten, kan deze laatste echter per dag dat de winkeliers hun winkel niet open hebben, een boete van EUR 500 vorderen. Door de aanwijzing als toeristisch gebied geldt dit nu ook voor de zondagen.
In de woorden van de advocaat van de winkeliers is Alexandrium “zo toeristisch als de dorpsvijver van Lutjebroek”, zodat de weg langs het CBb vermoedelijk de meest kansrijke is. Minder voorspelbaar is de uitkomst in een civiele procedure tegen de vastgoedbeheerder. Hierbij zouden winkeliers, lijkt mij, kunnen aanvoeren dat de vastgoedbeheerder hen niet in redelijkheid kan houden aan het boetebeding. Dat zou immers aan de winkeliers een contractuele verplichting opleggen om op de dag des heres inkomsten te verwerven en hen aldus belemmeren hun godsdienst vrij te belijden. Langs dezelfde lijnen zouden de winkeliers aanpassing van de overeenkomst kunnen vorderen wegens gewijzigde omstandigheden, op de voet van art. 6:258 BW.
De Hoge Raad oordeelde eerder onder andere dat het civiele recht de vrijheid van religie kan beperken (NJ 1988/702 – Goeree) en dat de contractuele verhouding tussen arts en patiënt kan meebrengen dat het recht op privacy moet wijken (NJ 2004/117 – HIV-test). In deze en andere zaken waarin civiele rechten botsten met grondrechten, werden beide rechten aan de hand van alle omstandigheden tegen elkaar afgewogen.
Vermoedelijk zou een dergelijke weging ook in dit geval moeten plaatsvinden. Hoe die weging in een concreet geval uitpakt, is notoir moeilijk te voorspellen. Dit geldt te sterker in dit geval, waarvan de contractuele bewoordingen en de achtergrond van de overeenkomst onbekend zijn.
De civilist blijft hopen dat de bestuursrechtelijke weg in volgende gevallen niet de makkelijkste zal zijn.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Henk 08/01/2010 om 02:41

De vraag naar de reikwijdte van de godsdienstvrijheid in dit verband is ook aardig. Zeker als het niet om een eenmanszaak gaat. Zo iemand kan zijn zaak op zondag laten draaien terwijl hij zelf in de kerk zit. Omvat de godsdienstvrijheid mede het recht om geen personeel voor je te laten werken?

2 SV 08/01/2010 om 08:57

De vastgoedbeheerder zal ongetwijfeld aanvoeren dat de winkelier toch zijn bedrijfsleider kan laten werken. Dit is een relevant argument, maar niet noodzakelijk doorslaggevend. Een rechter zal moeten oordelen over de vraag of de godsdienst slechts het werken van de winkelier zelf verbiedt, of het voordeel trekken uit zijn winkel.

Hierbij speelt dan de vraag in hoeverre de rechter zich uberhaupt moet in de interpretatie van religieuze regels (zie ook in een interessante zaak op dit deelpunt – over Jood-zijn – van het UK Supreme Court: http://www.supremecourt.gov.uk/docs/uksc_2009_0105_judgmentV2.pdf), en zo ja, welke bronnen hij hierbij moet gebruiken.

In het meer religieuze Amerika bestaat uitgebreide jurisprudentie en nog uitgebreidere discussie op al deze punten, maar het gaat het bestek van deze post te buiten om hierop in te gaan.

3 WdH 08/01/2010 om 09:35

Art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden) werd in een enigszins vergelijkbare zaak al eens in stelling gebracht, door een huurder van een bedrijfslocatie in een supermarkt.

In de huurovereenkomst was bedongen dat de huurder zich zou conformeren aan de openingstijden van de supermarkt. Hij wilde hier onder uit, toen een wijziging van de Winkelsluitingstijdenwet ruimere openingstijden toestond. Door de Pres. Rb. Dordrecht werd aangenomen dat het risico dat de huurder zich moest conformeren aan voor hem bezwaarlijke openingstijden in de huurovereenkomst was verdisconteerd, zodat het beroep op onvoorziene omstandigheden niet kon slagen (KG 1996/254). De godsdienstvrijheid werd hier overigens niet ingeroepen.

Kortom: wat staat er in de (huur-)overeenkomst van de winkeliers?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: