Wraking, spreekrecht en precedentwerking

door GB op 14/03/2012

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Post image for Wraking, spreekrecht en precedentwerking

De wrakingskamer is eruit, na lang vergaderen: Bauduin c.s. mogen doorgaan. Dat lange vergaderen kan nauwelijks gegaan zijn over de vraag of de formulering ‘onderhavige feiten’ een te groot voorschot op nog te nemen bewijsbeslissingen is. Anker betwist niet dat de foto’s echt zijn. Evenmin kan het veel tijd gekost hebben om te oordelen dat ‘het subjectieve gevoelen’ van Robert geen reden is om andere rechters te zoeken. Dat soort rechtsstatelijk voelen had hij eerder moeten doen. Het is wel waarschijnlijk dat wat langer is stilgestaan bij de opmerkelijke verwikkelingen tussen rechtbank, wetgever en Hoge Raad. Want hoe je het wendt of keert: wat de rechtbank uit de kast trok om het spreekrecht voor de ouders mogelijk te maken gaat wel ver. Zuiver technisch gesproken zou de rechtbank met zo’n redenering ook de doodstraf kunnen opleggen, hoewel dat verboden is. Heeft de (Grond)wetgever wel met misdrijven van een dergelijke omvang rekening gehouden? En was die dat dan vergeten op het moment dat het spreekrecht voor slachtoffers geregeld moest worden? Zuiver technisch gesproken – dat het absurd is zie ik ook wel.

Daar is de Hoge Raad nog eens overheen gekomen. In een arrest, gewezen in een andere zaak stelt de hoogste strafrechter glashelder dat het uitbreiden van het spreekrecht de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat en aan de wetgever moet worden gelaten. Dus moest Bauduin voor zijn slachtofferspreekrecht niet alleen van de wetgever maar ook van de Hoge Raad afstand zien te nemen. Conform de reeds in hem vermoede Britishness herhaalde hij zijn distinguishing-redenering, en betoogde hij dat ook de Hoge Raad het niet kon hebben over de modder waar hij in stond.

Deze kwestie lijkt me wel voer voor een lange discussie in de raadkamer van de wrakingskamer. Uiteindelijk komt daar uit:

De wrakingskamer is van oordeel dat […] de rechtbank zich rekenschap heeft gegeven van het arrest van de Hoge Raad en de uitspraak van de Hoge Raad in zijn absoluutheid niet volgt. Het is verleidelijk over de juistheid of onjuistheid een uitspraak te doen. De juistheid of onjuistheid van dat oordeel van de rechtbank staat gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen echter niet ter beoordeling van de wrakingskamer. De beslissing van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende motivering acht de wrakingskamer niet zodanig dat daarvoor geen andere redelijke verklaring kan worden gegeven dan dat deze alleen kunnen zijn ingegeven door vooringenomenheid van de rechtbank jegens verzoeker.

Daarbij komt dat, anders dan door de verdediging is aangevoerd, een beslissing door een rechtbank die afwijkt van een oordeel van de Hoge Raad, niet reeds daarom onrechtmatig is. Immers, uitspraken van de Hoge Raad zijn in beginsel leidend voor de lagere rechter maar niet per definitie bindend.

Het komt mij voor, dat de wrakingskamer wel degelijk diep gefronst heeft over zoveel vrijheid richting wetgever en richting Hoge Raad, en hoe dat op een verdachte moet overkomen. Zoals we daarover ook hier kunnen fronsen. Binding aan wetgever en hogere rechter hangen wel nauw samen met de onpartijdigheid van de rechter. Maar de wrakingskamer koos voor een elegante oplossing: de klacht daarover hoort bij het hoger beroep. Dan kan het Hof ook zien wat er daadwerkelijk op die foto’s staat die Bauduin heeft moeten bekijken. De wrakingskamer heeft die foto’s niet gezien. Wij ook niet – gelukkig. En de Hoge Raad straks pas.

Het lijkt me goed om voorlopig maar een beetje staatsrechtelijke ruimte maken voor een rechtbank met de immense opdracht om deze schok in de rechtsorde te kanaliseren. Niet in het kader van een wedstrijdje wie de wetgever of de Hoge Raad het best begrepen heeft in wat ze eigenlijk niet zeggen, maar met een beetje raison d’etat de droit.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: