Zijn juristen te vertrouwen?

door WV op 19/07/2011

in Haagse vierkante kilometer

We zijn maar een gek volkje, wij juristen. Eigen gebruiken, een eigen stijl. Een beetje een hang naar gezwollen geheimtaal (‘welaan’, ‘mitsdien’, ‘zulks’), ouwelijk gefrons om diepe gedachten te doen vermoeden, waardering voor indirecte reactie die zorgvuldigheid suggereert. En dan die de voor buitenstaanders soms onnavolgbare rituelen (schudden van de mouwen van de toga, breed beetpakken van een katheder, geleerd over je leesbril heen kijken en krakend spreken). En we zijn er nog trots op ook, wij de ‘confrères’ en ‘amices’.

Advocatenkantoren en rechtbanken hangen vol met de messcherpe spotprenten die Honoré Daumier (1808-1879) meer dan honderd jaar geleden maakte. Geen milde ironie van zijn kant. Daumier hield aan zijn eerste baantje op een deurwaarderskantoor een blijvende afkeer aan juristen over. In zijn tekeningen verschijnt de juridische mensensoort als een verzameling nare, formalistische bureaucraten. Dorre schmiechten in toga, gevoelloos, onbetrouwbaar, slechts op elkaar betrokken. En dat hangen wij dan trots op in onze kantoren en bureaus. Overal. Waarom? Om iedereen die langs komt alvast een voorproefje te geven? Op een bankkantoor zal je niet snel een spotprent over een inhalige directeur aan de deurpost treffen. Bij de internist geen karikatuur van een operatietafel waar een chirurg sadistisch lachend boven een verkeerd behandelde patiënt hangt. Of zie ik dat nou verkeerd?

Niet langer louter anekdote allemaal, nu onze beroepsgroep zo in de belangstelling staat. Het publiek lijkt niet langer vanzelfsprekend vertrouwen te hebben in de autoriteit die het juridische beroep als een ooit vanzelfsprekend aura omgaf. In de wetenschap wordt ons ‘vinden’ ter discussie gesteld, rechters, adviseurs en advocaten moeten meer dan ooit uitleggen wat ze doen. Opvallend vind ik de weerstand en de angst die er lijkt te bestaan tegen de meekijkende buitenwereld. De plaagstootjes van belletjestrekker Baudet, de prikken van Wilders naar de rechters die hem de maat nemen worden door sommigen wel gezien als gevaarlijke, frontale aanvallen op het gezag van het (EVRM) recht en juristen. En er lijkt ook bewijs te zijn voor dat afnemende publieke vertrouwen. Tussen 2005 en 2009 steeg het aantal wrakingsverzoeken met 81% – zo blijkt uit een onderzoek van de Utrechtse studenten Majida Chrit en Rosa Venneman dat onlangs werd gepubliceerd in Trema. Van zulks raken wij weshalve van onzer à propos. Onnodig. Het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak is – relatief en absoluut – hoog, blijkt uit de cijfers. En de mogelijkheid kritiek te oefenen, daadwerkelijke kritiek te hebben (voice), en je uit te kunnen spreken tijdens een procedure (participation) heeft – in moderne verhoudingen – een gunstige invloed op het vertrouwen in recht en rechtspraak, zo laat bijvoorbeeld onderzoek van Tom Tyler zien. We leven niet meer in een wereld waarin uniformen, toga’s, gebaartjes en rituelen ontzag inboezemen: gezag is functioneel geworden. Het wordt verdiend door daden. En daarom, dat proces van Wilders, de kritiek op de wetenschappelijkheid van rechtsgeleerdheid, de vragen bij het functioneren van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens: gouden kansen om vertrouwen te winnen.

Wim Voermans

Deze column verscheen eerder in Ars Aequi (AA20110207)

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: