Boekreview: Wie ben ik, dat ik dit doen mag?

door GB op 11/10/2011

in Recensies

Post image for Boekreview: Wie ben ik, dat ik dit doen mag?

Het nieuwste boek van Dorine Hermans is zonder meer gebaseerd op een leuk uitgangspunt: aan de vooravond van een nieuwe huldiging eerst op een rijtje zetten hoe dat vroeger ging, en welke spelregels daarbij zijn onstaan. Het idee blijkt echter nogal goedkoop te zijn uitgevoerd. Het gaat namelijk nauwelijks over inhuldigingen.

In plaats daarvan staat de in te huldigen vorst op de dag van huldiging vroeg op om tientallen pagina’s lang te mijmeren over de prestaties van zijn of haar voorganger, en te peinzen over wat nog komen gaat. Voor Hermans volop gelegenheid om te doen waar ze goed in is: Oranjevorsten lekker lullig afschilderen. Daarvoor gebruikt ze details uit honende verslagen van buitenlandse diplomaten, dagboekaantekeningen van hofdames en brieven van hoofdpersonen zelf. Altijd goed om klachten over mondgeur op te spoor te komen.

Op zich is dat nog wel een grappige aanpak, ware het niet dat de details waar Hermans dan uiteindelijk mee komt al eerder verkocht zijn in het boek Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren. De eerste drie oranjevorsten komen voorbij in exact dezelfde gierigheid, grilligheid en grofheid. De drie koninginnen komen er niet beter van af, maar de relevante lulligheid daarvoor is bij elkaar geshopt uit het werk van anderen. Met name Fasseur zal zich daar kwaad over maken, want die beoefent met positieve details juist het omgekeerde ambacht.

Het niveau daalt vervolgens stevig, als er een glimp van serieus onderzoek in het boek gevlochten wordt: iemand die met prins Claus gesproken heeft. En dan niet zomaar iemand: de hoofdredacteur van het altijd invloedrijke periodieke orgaan van de Padvinderij heeft hem ooit geinterviewd. Op basis van maar liefst twee gesprekken mag deze Van ’t Hek van Hermans dertig jaar na dato zijn amateurpsychologie alinea’s lang uitventen: prins Claus had het ook niet altijd even makkelijk. Zo vond hij het jammer dat de verbouwing van een paleis duurder uitviel dan gepland. Van ’t Hek blijkt het hart nog altijd op de goede plaats te hebben zitten: het wordt tijd dat er eens een keer iemand opkomt voor Claus ‘hoe hij echt geweest is.’ Daar sta ik voor, voegt de ervaren sporenzoeker er nog onverschrokken aan toe.

En zo blijkt dat lullig wegschrijven eigenlijk heel makkelijk is. Zoals het boek definitief wegzinkt wanneer Hermans van fok.forum.nl citeert dat iemand voor het WK geprobeerd heeft het kapsel van Beatrix te imiteren maar dat dat niet lukte zonder het gebruik van ijzerdraad. Tot wanneer is achterin een boek bedankt worden voor ‘onderzoek’ eigenlijk nog een compliment?

Het boek kost trouwens toch nog een kleine 20 euro. De Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning is gratis te raadplegen. Wie wil weten waarom vroeger de broer van de koning ook trouw zweerde aan de nieuwe koning, zal zelf op onderzoek uitmoeten. UPDATE: Wie wil weten of de broer dat eigenlijk wel deed overigens ook.

{ 11 reacties… read them below or add one }

1 JADB 11/10/2011 om 14:03

Wellicht wil GB dit laatste interessante punt ophelderen? Ik neem aan dat de broer van de koning ook trouw moest zweren om te voorkomen dat hij de koning om het leven zou brengen om zelf de nieuwe koning te worden? Lijkt me wat overbodig; for heaven still guards the right.

“Discomfortable cousin! know’st thou not
That when the searching eye of heaven is hid,
Behind the globe, that lights the lower world,
Then thieves and robbers range abroad unseen
In murders and in outrage, boldly here;
But when from under this terrestrial ball
He fires the proud tops of the eastern pines
And darts his light through every guilty hole,
Then murders, treasons and detested sins,
The cloak of night being pluck’d from off their backs,
Stand bare and naked, trembling at themselves?
So when this thief, this traitor, Bolingbroke,
Who all this while hath revell’d in the night
Whilst we were wandering with the antipodes,
Shall see us rising in our throne, the east,
His treasons will sit blushing in his face,
Not able to endure the sight of day,
But self-affrighted tremble at his sin.
Not all the water in the rough rude sea
Can wash the balm off from an anointed king;
The breath of worldly men cannot depose
The deputy elected by the Lord:
For every man that Bolingbroke hath press’d
To lift shrewd steel against our golden crown,
God for his Richard hath in heavenly pay
A glorious angel: then, if angels fight,
Weak men must fall, for heaven still guards the right.”

2 A. van Cruyningen 12/10/2011 om 19:11

Dank voor de geestige recensie.
Volgens mij is het trouw zweren van de prinsen een verzinsel van Hermans, evenals de ‘linkerhand op de Grondwet’. Zie ook mijn bespreking van het boek: http://www.arnoutvancruyningen.nl/#Hermans, Wie ben ik

3 GB 13/10/2011 om 11:57

Dank voor het compliment.

Op veel van de punten die u noemt heb ik ook gefronst. Die vermelding van de eed van de broer, wilde ik nog nader uitzoeken want dat vond ik wel een interessant nieuw gegeven, waarvan ik me niet kon voorstellen dat Hermans het helemaal uit haar duim gezogen heeft.

Maar misschien ook wel.

4 A. van Cruyningen 13/10/2011 om 12:42

Het zou inderdaad een buitengewoon interessant gegeven zijn. Ik heb jaren geleden de inhuldiging uitvoerig historisch-staatstrechtelijk onderzocht en heb over een eedaflegging van de prinsen niets kunnen vinden. Het lijkt mij sterk dat een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden terwijl daarover in de vaak zeer gedetailleerde verslagen en in programma’s van ceremonieel niets terug te vinden is. Er zou dan toch ook een eedsformule moeten zijn vastgelegd.
Mijn (misschien boosaardige) theorie is dat mevrouw Hermans zich ook hier heeft verlaten op de vage herinneringen van een Engelse dame die wellicht gedacht heeft aan de Ceremony of Homage als onderdeel van de kroningsplechtigheid, waarbij de ‘Lords Spiritual and Temporal’ (inclusief de mannelijke leden van het Koninklijk Huis) de vorst hulde bewijzen. Bij de vermelding van de eed van zonen Willem en Frederik van koning Willem I, baseert Hermans zich uitsluitend op de in 1867 gepubliceerde memoires van Lady Emma Brownlow. Bij de vermelding van de eedaflegging van zonen en broer van Willem II ontbreekt (veelzeggend) iedere bronvermelding.

5 GB 13/10/2011 om 13:13

We kunnen het haar vragen …?

6 A. van Cruyningen 13/10/2011 om 13:30

Goed idee.

7 A. van Cruyningen 13/10/2011 om 14:37

Nog een kleine aanvulling – ik heb de ‘Slight Reminiscenses’ van Brownlow, waarbij het gaat om ruim vijftig jaar na dato gepubliceerde herinneringen, nog even nagezien. In haar summiere verslagje laat Brownlow de plechtige verklaring van de Grote Vergadering volledig buiten beschouwing en vermeldt ze alleen een eed van trouw van de prinsen, waarna ze snel overgaat naar de preek. Alles voltrok zich uiteraard in het Nederlands en ze heeft duidelijk niet helemaal begrepen wat er gebeurde. Grappig is nog dat ze volgens mij de ontroering van de erfprins memoreert, terwijl Hermans denkt dat ze prins Frederik bedoelt:
The Princes and Princesses having taken their
seats, the president of the notables addressed
the Prince in a speech which,
from the tears of the Princesses, I presumed
was affecting, but of which I did
not understand one word, it being delivered
in Dutch. The Prince then
made a reply in the same language, and
concluded by taking the oath for maintaining
the Constitution now established ;
which he did in a manly yet feeling
manner. This was followed by the
Hereditary Prince and his brother taking
the oath of allegiance. The former was
so overcome by his feelings, he could
scarcely speak. Indeed, this part of the
ceremony was both interesting and
affecting. The whole concluded with a
Dutch sermon of considerable length,
which seemed to weary even those who
understood it.
(Let wel: ‘The former’, niet ‘the latter’. )

8 GB 13/10/2011 om 16:01

Hier lijkt inderdaad geen klap van te deugen.

Direct nadat Hermans de plechtige verklaring van de Grote Vergadering beschrijft, (inclusief paukenslagen en trompetgeschal) citeert ze Brownslow weer wel:

‘De buitenlanders hadden geen vertaling nodig om te weten wat er nu ongeveer gezegd werd. Emma Brownslow vond “dit deel van de ceremonie zeker zowel interressant als roerend”‘

Maar dat slaat in de herinnering van Emma dus op de eed van de broer en de zoon.

9 GB 13/10/2011 om 16:08

Blijft over het fraaie uitgangspunt. Zit u wat in een serie van zes posts over zes inhuldigingen vanuit staatsrechtelijk perspectief? U bent iemand die dat doen mag… (redactie@publiekrechtenpolitiek.nl)

10 Martin Holterman 13/10/2011 om 16:16

Zes? Hoe zit dat dan met koningin Emma? Zij zal uiteraard niet met alle toeters en bellen zijn ingehuldigd, maar ze zal toch wel iets van een eed hebben afgelegd…

11 A. van Cruyningen 13/10/2011 om 17:14

Koningin Emma was geen regerend vorstin maar ‘slechts’ regentes van het Koninkrijk; al wat zij deed geschiedde in naam van haar echtgenoot, koning Willem III en na diens overlijden in naam van hun dochter, koningin Wilhelmina. Op 20 november 1890 legde Emma de eed van trouw aan Koning en Grondwet af in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Koning Willem III overleed op 23 november 1890. Vervolgens legde Emma op 8 december 1890 in een verenigde vergadering in Den Haag de twee door de Grondwet voorgeschreven afzonderlijke eden af als regentes en voogdes. Voortaan trad zij op ‘in naam van Hare Majesteit Wilhelmina’ (Ook de Staten-Generaal opende zij tijdens haar regentschap ‘in naam der Koningin’. Het gaat bij de eedaflegging van de regent om een wezenlijk andere plechtigheid dan de inhuldiging, waarbij vorst en volksvertegenwoordiging elkaar beloften doen, die de verplichtingen niet scheppen maar plechtig bevestigen.
Zo’n serie lijkt inderdaad nuttig … Over het getal zes nog dit: Willem I werd twee keer ingehuldigd: 1 x als soeverein vorst in Amsterdam en 1 x als Koning der Nederlanden in Brussel.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: