De organieke wet is meer dan een constitutionele strik!

door Ingezonden op 03/10/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for De organieke wet is meer dan een constitutionele strik!

Niet uitgesloten is dat het komende kabinet zich zal uitlaten over de gewenste benoemingswijze van de burgemeester. Momenteel wordt het initiatiefwetsvoorstel van D66 inzake dit onderwerp in tweede lezing bij de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II 2011/12, 33 239, nr. 2) Dat biedt hoop voor voorstanders van de gekozen burgemeester. Echter, het verleden leert ons dat de rigide grondwetsherzieningsprocedure nogal eens aan dergelijke staatsrechtelijke wijzigingen in de weg kan staan. Velen kunnen zich waarschijnlijk nog wel herinneren dat een vergelijkbaar wetsvoorstel in 2005 in tweede lezing sneuvelde met het zogeheten ‘avondje van Peper’ (toenmalig PvdA-Senator). Dit toont eens te meer dat de zware grondwetsherzieningsprocedure vernieuwing en verandering niet eenvoudig maakt. Ook de nu broedende Staatscommissie zal voor zover zij grondige staatsrechtelijke stelselherzieningen beoogt, tegen de rigide grondwetsherzieningsprocedure aanlopen.

Enerzijds is grondwettelijke rigiditeit van elementair belang voor een stabiel constitutioneel bestel. Anderzijds maakt juist die rigiditeit vernieuwing vrijwel onmogelijk. In het gevoerde debat wordt dan ook zo nu en dan aandacht besteed aan het wijzigen van artikel 137 van de Grondwet (de grondwetsherzieningsprocedure). Voor zover dat debat al wordt gevoerd, wordt dan enkel gesproken over bijvoorbeeld het afschaffen van de tweede lezing of het mogelijk maken van een grondwettelijk referendum. Dat zijn op zich zinnige debatten, maar men blijft hiermee binnen het constitutionele raamwerk van de Grondwet. Wij menen dat  constitutionele vernieuwing(en) beter vanuit een ander perspectief zou kunnen worden aangevlogen. Wij doelen hier op een herwaardering van het begrip ‘organieke wet’. In het Nederlandse staatsrecht een wet met een grondwettelijke strik eromheen, maar formeel niet meer dan dat. De organieke wet is een door de grondwetgever gevorderde wet die de kernelementen van het constitutionele recht raakt. Voorbeelden hiervan zijn de Kieswet, de Gemeentewet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Nog niet eerder is er geschreven over de rol die deze bijzondere categorie van wetten zou kunnen vervullen in het proces omtrent het oplossen van de problematiek van de rigide Grondwet.

Wij zouden hier willen pleiten voor het herwaarderen van de wijzigingsprocedure van (delen van) deze organieke wetten. Om constitutionele veranderingen op een verantwoorde, maar minder rigide wijze door te voeren, zou een verzwaarde wijzigingsprocedure (bijvoorbeeld door een tweederden dan wel drievijfden meerderheidsvereiste) van organieke wetten uitkomst kunnen bieden. In sommige landen maakt een dergelijke wetscategorie tussen wet en Grondwet deel uit van het constitutionele raamwerk (bijvoorbeeld in België en Frankrijk). Bij ieder debat waarbij een mogelijk nieuwe constitutionele bepaling wordt doorgevoerd, volgt een discussie over verankering hiervan in de Grondwet dan wel in de (of een) verzwaarde organieke wet. Bij deconstitutionalisering van bestaande grondwetsbepalingen biedt het bestaan van een dergelijke tussencategorie wellicht de sleutel tot constitutionele vernieuwing. Enkel de meest fundamentele bepalingen verwerven of behouden op deze manier een plaats in de Grondwet. Door de wijzigingsprocedure van (een deel van) de organieke wet zwaarder te maken dan de formele wetswijzigingsprocedure wordt het belang van stabiliteit en rechtszekerheid gewaarborgd. Echter, door de wijzigingsprocedure wel soepeler te maken dan de wijzigingsprocedure van de Grondwet wordt naast de noodzakelijke stabiliteit en rechtszekerheid ook flexibiliteit behouden, waardoor de opgenomen materie eenvoudiger kan worden aangepast aan de tijdsgeest.

Wat zou de organieke wet nu kunnen betekenen in het binnenkort gevoerde debat over de gekozen burgemeester? De deconstitutionalisering van artikel 131 Grondwet zou doorgang kunnen vinden, waarbij de keuze op welke wijze de burgemeester wordt aangesteld voortaan aan de organieke wetgever wordt overgelaten en niet aan de grondwetgever dan wel aan de formele wetgever. Welke wijze van benoeming in de toekomst dan ook zal worden gekozen (zelfs de kroonbenoeming), de discussie wordt op deze manier niet langer meer gegijzeld door de steeds blijkende onmogelijke procedurele aspecten van artikel 137 Grondwet. Deze herwaardering van de organieke wet zou volgens ons ook aandacht verdienen in de plannen van de Staatscommissie. Het geeft de broodnodige zuurstof om het constitutionele stelsel levend te houden. Het bovenstaande heeft “slechts” één klein nadeel: het vergt wel grondwetsherziening …

Karlijn Landman en Remco Nehmelman, Universiteit Utrecht

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: