Gastpost: Hoe sloop ik een senator?

door Redactie op 25/10/2009

in Haagse vierkante kilometer

De gastpost van dit weekend wordt verzorgd door mw. mr. A.N.S. Hengels, voormalig kantonrechter te Zevenaar.

De chocoladeletters die vorige week de voorpagina van HP/De Tijd ontsierden logen er niet om: “DUBBELE PET. OVERHEIDSMILJOENEN VOOR VVD-KAMERLID”. Deze schreeuwerigheid werd voortgezet in de kop van het bijbehorende artikel: “VVD-SENATOR SPEELT DUBBELROL”. In het artikel (samenvatting) worden forse beschuldigingen aan het adres van VVD-senator Anne-Wil Duthler geuit. Ze zou voor haar adviesbureau Duthler Associates een grote opdracht hebben binnengehaald en daarbij Europese aanbestedingsregels hebben geschonden. Bovendien zou ze tijdens haar werkzaamheden als senator actief lobbyen voor haar eigen kantoor.

Hoeveel blijft er na lezing van het artikel over van deze beschuldigingen? Het fundament van het artikel blijkt al meteen uitermate zwak als we kijken naar de feiten rondom de eerder genoemde opdracht. Het gaat om een opdracht van de Belastingdienst die in 2004 werd gegund aan Duthler Associates. Op dat moment was Duthler nog helemaal geen senator: ze is pas sinds 12 juni 2007 lid van de Eerste Kamer. In het HP-artikel wordt dit toch zeer relevante feit weggelaten. Per ongeluk? Dat zou op slechte onderzoeksjournalistiek duiden. Bewust? Dat zou nog veel ernstiger zijn. Ook het Tweede Kamerlid Sap (GroenLinks), dat kamervragen over de kwestie stelde, had zich blijkbaar onvoldoende in de zaak verdiept: “Wat was de belangrijkste reden om deze opdracht te gunnen aan het bureau van VVD-senator Duthler?”, luidt een van haar vragen.

Dat er in deze zaak waarschijnlijk aanbestedingsregels zijn geschonden, is op zichzelf juist. Maar voor wie gelden deze regels eigenlijk? In het HP-artikel wordt gewezen op artikel 31 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheisopdrachten. De regels van dat Besluit gelden voor zogenaamde ‘aanbestedende diensten’. Volgens artikel 1 onderdeel r vallen daaronder ‘de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen’. Overheden dus, niet de bureaus die een opdracht toegewezen krijgen. Ook artikel 31 van het Besluit bevat louter verplichtingen voor aanbestedende diensten. Het artikel staat hen onder strikte voorwaarden toe van een openbare aanbesteding af te zien. Nu kan het heel goed zijn dat de Belastingdienst in strijd met deze regels heeft gehandeld – het was daar destijds zo’n puinhoop dat de Nationale ombudsman de directeur letterlijk een spiegel voor moest houden – maar waarom het HP-artikel dat Duthler voor de voeten werpt, is onduidelijk.

Het vervolg van het HP-artikel bestaat voornamelijk uit een saaie en suggestieve beschrijving van wat er allemaal mis gaat en dreigt te gaan met het onderhands gegunde project. Niet bijster opwindend en niet bijster relevant, al was het alleen maar omdat het helemaal niet over belangenverstrengeling of de rol van Duthler persoonlijk gaat. Pas tegen het einde begon het weer interessant te worden. Daar zou namelijk worden waargemaakt wat in het begin al was beloofd: het bewijs dat Duthler als politica openlijk lobbiet om werk voor haar bureau binnen te halen. Maar ook hier kan het artikel de pretenties geen moment waar maken. Vier anonieme ‘insiders’ worden opgevoerd die alleen off the record commentaar wilden geven. Omdat ze bang zijn voor de ‘machtige Duthler’. Hun verhalen zijn dus per definitie niet te controleren. De beschuldiging van de ‘openlijke lobby’ is dan al afgezwakt tot ‘het op z’n minst wekken van de schijn’.

En hoe wordt die schijn gewekt? HP voert een aantal citaten uit kamerdebatten aan, die zonder context nauwelijks beoordeeld kunnen worden en in een enkel geval – het debat over wetgevingskwaliteit – echt kant noch wal raken. In de meeste spreekt Duthler over ICT-systemen. Is het per definitie verdacht als senator Duthler over ICT spreekt? Zij ís tenslotte specialist op dat terrein, en van Eerste Kamerleden wordt toch juist verwacht dat zij de in hun maatschappelijke functies opgedane expertise inzetten om betere wetgeving te realiseren. Uiteraard dient er duidelijkheid te bestaan over de nevenfuncties van politici. Wat dat betreft is het goed dat een wetsvoorstel dat verleden week door de Tweede Kamer werd aangenomen ook senatoren gaat verplichten hun nevenfuncties openbaar te maken. Dit alles neemt echter niet weg dat het HP-artikel de suggestieve koppen (en foto’s!) geen moment waar kan maken. De dienstdoende journalist heeft slordig en onvolledig werk afgeleverd. Treurig.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 FJJ 25/10/2009 om 22:26

Inderdaad treurig en jammer is het ook dat deze relativerende opmerkingen vervolgens veel minder aandacht zullen krijgen dan de schreeuwerige kop. Het collega-kamerlid zou zich moeten schamen, maar jammer genoeg is de hijgerigheidsfactor van politici tegenwoordig bijzonder hoog.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: