Halsema in de herkansing

door CM op 07/06/2012

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Halsema in de herkansing

Het gaat beslist niet goed met het initiatiefwetsvoorstel van Femke Halsema dat een beperkte vorm van constitutionele toetsing in Nederland wil invoeren. Het voorstel ligt al geruime tijd in tweede lezing stof te verzamelen bij de Tweede Kamer. Dat deze Tweede Kamer het zal aannemen is uiterst onwaarschijnlijk: de vereiste tweederde meerderheid ontbreekt. Dat deze Tweede Kamer erover zal stemmen is evenmin waarschijnlijk: GroenLinks heeft geen zin om strijdend ten onder te gaan. Dat doet de partij wel met een lijsttrekkersreferendum. De eindbeslissing in tweede lezing over het voorstel wordt dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid over de komende Tweede Kamerverkiezingen heen getild. En daarmee loopt het constitutionele averij op die een voorstel van dit kaliber niet zou mogen oplopen. Het is immers maar de vraag of het over de verkiezingen heentillen van een tweede lezingsvoorstel wel strookt met artikel 137 van de Grondwet, meer in het bijzonder het vierde lid. Dat bepaalt namelijk dat de nieuwgekozen Tweede Kamer over het tweede lezingsvoorstel moet oordelen. Die nieuwgekozen Tweede Kamer is de huidige Tweede Kamer, die volgens een constitutionele fictie, die echter nog steeds een grondwettelijke realiteit is, door ons is verkozen om over dit voorstel te oordelen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat een Tweede Kamer waarin wel een gewone meerderheid voor een voorstel is, maar niet de vereiste tweederde meerderheid, het voorstel eindeloos doorschuift naar een nieuwe Kamer. Dat strookt niet met de ratio van het Grondwetsartikel.

Het voorstel-Halsema kwam laatst weer eens aan de orde toen de commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer discussieerde met minister Spies over het rapport van de Staatscommissie Grondwet. Dat het onderwerp ‘constitutionele toetsing’ daar ter sprake kwam, behoeft geen verbazing te wekken. De Staatscommissie betoonde zich immers voorstander van deze vorm van toetsing (ondanks het feit dat ze er eigenlijk niet over mocht adviseren). Tijdens het debat had GroenLinks-afgevaardigde Grashoff het maar moeilijk. De Tweede Kamer wacht al sinds oktober 2010 op een reactie op het verslag, en in dat licht was het betoog van Grashoff over ‘het zorgvuldig willen doen’ en ‘niet over een nacht ijs willen gaan’ wat ongeloofwaardig. Ook de verwijzing naar het advies van de Staatscommissie – ‘het is nu wel het moment’ – is nogal zwak: dat ligt er ook al sinds eind 2010. Toen de sluwe Van der Staaij (SGP) hem vroeg of hij soms uit was op een gunstiger samenstelling van de Tweede Kamer, werd dat glashard ontkend. Van der Staaij was evenwel niet voor één gat te vangen en toverde á la Tom Schalken het verslag van het vorige overleg uit zijn binnenzak. Daarin stelde Grashoff toch echt dat er nu geen [tweederde, CM] meerderheid voor het voorstel was en dat bij een reëel perspectief op zo’n meerderheid daar direct op ingespeeld zou worden. Het welgemeende ‘potdorie’ van Grashoff als reactie op de inbreng van Van der Staaij verraadt wel dat hij goed klem zat.

Er is dus momenteel geen tweederde meerderheid voor het voorstel-Halsema in de Tweede Kamer. Hoe kan dat, als in eerste lezing alleen het CDA tegenstemde? Die partij is immers afgegleden naar 21 zetels. Uit het zojuist genoemde debat bleek dat ook de PVV tegen het voorstel is. De Groep Wilders had in zijn oneindige wijsheid in eerste lezing voorgestemd, maar zelfs de vrijspraak van de voormalige Grote Blonde Gedoger kan geen verzoening tussen de PVV en de rechterlijke macht tot stand brengen. Dus die rechters moeten zeker geen extra mogelijkheden krijgen om door de PVV gesteunde parlementaire wetten buiten toepassing te laten wegens strijd met de Grondwet. Wilders harst nog liever zijn scrotum met secondelijm dan in te stemmen met dit voorstel. CDA en PVV hebben samen 44 zetels, dus nog steeds niet genoeg om het voorstel in tweede lezing de nek om te draaien. Wie is dan de geheimzinnige derde fractie die het totaal aantal zetels van de tegenstanders boven de 50 doet uitkomen? Dat moet welhaast de VVD zijn. In de Eerste Kamer stemde de fractie van die partij al en bloc tegen en gelet op sommige van de voorstellen in regeer- en gedoogakkoord lijkt het waarschijnlijk dat ook de VVD niet op rechterlijke interventies op basis van de Grondwet zit te wachten. De VVD: Thorbecke zou er geen lid meer van kunnen zijn.

Het is weinig aannemelijk dat er na de komende Tweede Kamerverkiezingen alsnog een tweederde meerderheid voor het voorstel-Halsema is. In alle peilingen hebben VVD, CDA en PVV genoeg zetels om het ontstaan van zo’n meerderheid te blokkeren. En zelfs áls die meerderheid er komt, is het vrijwel uitgesloten dat de Eerste Kamer met het voorstel instemt. In eerste lezing werd het voorstel met slechts één stem verschil aangenomen en ondanks dat er een nieuwe Senaat zit, lijkt de vereiste tweederde meerderheid heel ver weg. Daar komt nog bij dat juist de senatoren aanstoot zouden kunnen nemen aan de constitutionele onzuiverheid waarmee deze bijdrage aanving. Het doorschuiven van een tweede lezingsvoorstel naar een nieuwe Tweede Kamer, terwijl de oude Tweede Kamer nu juist gekozen is om over dat voorstel te oordelen, is iets waarover senatoren nog wel eens kunnen vallen. En dat is ook hun taak: waken over naleving van de Grondwet. Het was in 2004 senator Erik Jurgens (PvdA) die zich hardop afvroeg of dat doorschuiven naar een volgende Kamer eigenlijk wel staatsrechtelijk door de beugel kon. De Raad van State moest er aan te pas komen voor een weinig overtuigend ‘ja’, waarbij de Raad zich eigenlijk alleen op de tekst van de Grondwet richtte en en passant nog wat argumenten gaf waarom het eigenlijk ‘nee’ moest zijn. De regering nam het advies van de Raad over en sindsdien is het officiële kabinetsstandpunt iets in de trant van ‘het kan, maar het is zeer onwenselijk’.

Dat was ook ongeveer wat Grashoff nog inbracht: zijn fractie had wel een voorkeur voor nu afhandelen, maar de Grondwet verbood niet om het na de verkiezingen te doen. De vraag is echter of de Eerste Kamer er ditmaal genoegen mee neemt (Jurgens werd destijds overruled). De situatie is namelijk wel wat anders dan in 2004. Toen ging het om een voorstel dat door het eerste kabinet-Balkenende niet meer bij de Tweede Kamer kon worden ingediend, omdat dat kabinet al na 87 dagen viel. Nu gaat het om een voorstel dat al op 8 maart 2010, nog vóór de ontbindingsverkiezingen en het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer, aanhangig is gemaakt en daar dus al meer dan twee jaar ligt. En het kabinet-Rutte heeft het 470 dagen langer volgehouden dan Balkenende I. Het zijn al met al zware tijden voor het voorstel-Halsema. Maar lichtpuntje is dat het voorstel tenminste genoemd wordt (zij het niet met name) in het GroenLinks-verkiezingsprogramma. Laten we dus maar aannemen dat we er als kiezer (wederom) over gaan stemmen bij de verkiezingen op 12 september. Misschien kan de regering dat ook nog even formeel opschrijven in het koninklijk besluit tot ontbinding van de Tweede Kamer dat binnenkort wel geslagen zal worden.

{ 9 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 07/06/2012 om 15:19

1. Thorbecke was voor rechterlijke toetsing van wetten? Dat is nieuws! Waarom heeft hij het dan niet in zijn grondwet gezet? In 1848 was Marbury v. Madison immers al een paar decennia the law of the land in de VS. Me dunkt dat Thorbecke erg hechtte aan een zorgvuldige machtenscheiding, en dat hij de toetsing van de grondwettigheid van wetten liever aan de wetgever overliet.

2. In de VS staan nog een heleboel amendementen van de grondwet op de rol, die simpelweg nog niet door voldoende staten geratificeerd zijn: http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_proposed_amendments_to_the_United_States_Constitution#Amendments_approved_by_Congress_and_awaiting_ratification

Tegenwoordig zetten ze er meestal een klok op: Als het amendement niet binnen 10 jaar of zo door voldoende staten is geratificeerd, geldt het als ingetrokken. Misschien een idee voor Nederland?

2 GB 07/06/2012 om 16:18

Zeker. Zonder toetsing zou een ieder voor de Grondwet blijven staan als voor een gesloten deur, of zoiets. Maar er waren ook fanatieke tegenstanders – toen al.

Thorbecke was overigens wel tegen de Eerste Kamer, die hij zonder grond of doel achtte. En ziet. De Senaat is er nog.

3 CM 07/06/2012 om 19:40

Thorbecke was inderdaad vóór toetsing van wetten aan de Grondwet door de rechter. Waarom dat toetsingsverbod dan toch in ‘zijn’ Grondwet staat? Omdat het niet helemaal zijn Grondwet was. Weliswaar heeft de Staatscommissie-Thorbecke de Grondwetsherziening van 1848 voorbereid, maar het was de regering die de herzieningsvoorstellen indiende. En daarin stond dat de wetten onschendbaar waren. Thorbecke is er flink tegen uitgevaren. Naast de door GB geciteerde woorden had hij het er ook over dat de Grondwet zou ophouden Grondwet te zijn en dat de gewone wetgever boven de Grondwet verheven zou zijn. Bepaald geen voorstander van het toetsingsverbod dus.

4 Richard Westerbeek 08/06/2012 om 11:04

Hoewel de gedachte dat de bevolking zich voor een grondwetsvoorstel zou moeten kunnen uitspreken via verkiezingen op zich logisch is, is de praktische realiteit daarvan aardig achterhaald. Misschien werkte dit in de 19e eeuw toen de Tweede Kamer zich veel meer dan nu ook bezig hield met de inrichting van het politieke landschap, terwijl het tegenwoordig vaak alleen maar gaat over de besteding en verdeling van geld.

Verkiezingen van de Tweede Kamer gaan over zoveel meer dan alleen een grondwetswijziging die toevallig ook nog op de stapel staan. Hoeveel mensen zullen bewust hun keuze hebben laten afhangen van deze grondwetswijziging?

Is het niet veel logischer om juist dit soort zaken via een referendum te doen, evt. samenvallend met Tweede Kamer-verkiezingen. Dan is het ondubbelzinnig duidelijk waar de bevolking zich voor uitspreekt.

5 Martin Holterman 08/06/2012 om 16:09

@Richard: …maar weer minder duidelijk wat ze erover zeggen. (Zie: referendum Europese grondwet.)

De belangrijkste reden waarom ik niet op D66 stem is dat ze altijd met dit soort ongein bezig zijn, dus in die zin heb ik deze grondwetswijziging wel meegewogen in mijn stem.

6 WIJCK VAN M.M. 09/06/2012 om 14:02

WEERSTAND KAN OP PRAKTISCHE BEZWAREN GEBASEERD ZIJN.VEEL GRONDWETSARTIKELEN VERWJZEN NAAR DE BESTAANDE WETGEVING ONDER VERMELDING VAN DE TERM
“DE WET” .VERMELDING VAN GELIEERDE WETSARTIKELEN
KAN DE GRONDWET OP EEN RATIONELE MANIER AANVULLEN EN EEN CONSISTENT BOUWWERK CREEREN. DAT WORDT BIJV. MOGELIJK GEMAAKT DOOR DE SITE WETBOEK ONLINE DIE
MET TREFWOORDEN WERKT. EEN GEKOZEN TREFWOORD, I.C. UIT DE GRONDWET, LAAT DE WETSARTIKELEN ZIEN UIT HET NEDERLANDSE WETTENBESTAND WAARIN HET GEVRAAGDE TREFWOORD VOORKOMT.

7 Claudia 09/06/2012 om 23:11

Het zou eens tijd woorden dat er een constituioneel hof kwam, zo enorm bekwaam zijn de heren en dames politicie nu ook weer niet. Het roeptoeterd maar wat, en dan wordt er gestemd, maar of het in de wet ook past, daar steld niemand vragen over.

Kort gezegt is een grondwet zonder constitutioneel hof niks meer waard dan het papier waarop het geschreven is, welke meer toegevoegde waarde heeft als het papier voor het reinigen van uw derriere.

8 Wessel 13/06/2012 om 13:14

@ Claudia.

U zegt twee tegenstrijdige dingen: u wenst een constitutioneel hof en u heeft het over het al dan niet passen in de wet. U kunt zich ook afvragen – mocht Nederland overgaan op constitutionele toetsing – of het moet kiezen voor het in te passen in het huidige systeem van rechtspraak of voor een constitutioneel hof. Welk van beide past het beste in het huidige systeem?

Daarnaast heeft het grondwet in Nederland wel degelijk waarde: het normeert de wetgevende macht. Het is nog steeds een juridisch document, maar Nederland heeft alleen gekozen om de politieke interpretatie te laten prevaleren boven de rechterlijke, juist omdat Nederland een relatief rustige constitutionele geschiedenis kent. Of zulks nu nog het geval is, valt te betwijfelen, maar vergeet art. 93 en 94 van de grondwet niet.

Zelf ben ik voorstander van constitutionele toetsing, maar er is een aantal zaken waarover nagedacht moet worden alvorens over te stappen op zo’n systeem.

9 a.zecha 15/06/2012 om 17:43

Een toetsing (“ruling”) door een politiek onafhankelijke (rechterlijke) derde staatsmacht is voor “onze” twee politiek afhankelijke (wetgevende en uitvoerende) staatsmachten meermalen een weerkerende frustratie.
Zoveel is inmiddels wel duidelijk geworden.
Het onderhavig artikel geeft m.i. weer hoe de twee geen-kritiek-duldende politieke staatsmachten nieuwe frustraties willen voorkomen.
Nederland is onder de democratische landen van de EU die een Constitutioneel [Hoog]gerechtshof bezitten letterlijk en figuurlijk een Europees achterblijvertje.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 4 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: