Het Europese homohuwelijk

door GB op 25/06/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

Het Hof in Straatsburg mag graag de kar van de vooruitgang trekken. Het besnuffelt permanent de heersende opvattingen in de lidstaten en past bij voldoende eensgezindheid eigenhandig de verdragsbescherming aan. Een bekend voorbeeld daarvan is de positie van transseksuelen. Het Hof kreeg in toenemende mate problemen met de wijze waarop zij behandeld werden en oordeelde op een gegeven moment dat iemand die een geslachtsverandering had ondergaan recht heeft op een volledige juridische erkenning daarvan. Dat betekent onder andere een recht om bij het huwelijk te worden behandeld conform het nieuwe geslacht.

Recent oordeelde het Hof over het homohuwelijk. De Oostenrijkers Schalk en Kopf wilden graag trouwen, maar konden dat volgens Oostenrijks recht niet. In Straatsburg klaagden ze over schending van hun recht om te huwen, hun recht op family life en over de ongelijke behandeling. Hangende de procedure werd het in Oostenrijk mogelijk om een geregistreerd partnerschap aan te gaan. De Oostenrijkse regering vond in verband daarmee dat er niets meer te klagen viel. Het EHRM wees dat af, alleen al omdat de wetgever zelf niet vond dat hij hiermee tegemoet kwam aan verplichtingen uit het EVRM. Het Hof beoordeelt de kwestie dus zelf, maar constateert uiteindelijk geen schending. Dat lijkt dan ook de belangrijkste conclusie: “EHRM: weigeren homohuwelijk is toegestaan.

Toch worden er op het onderliggende schaakbord de nodige stukken verschoven, waaronder een paar belangrijke. Het Hof registreert namelijk enerzijds de gevoeligheid van de materie (‘a sensitive area of social, political and religious controversy’) en het feit dat op dit moment slechts 6 van de 47 lidstaten het homohuwelijk kennen (België, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje en Zweden) maar constateert anderzijds een tendens in de ontwikkeling. ‘The institution of marriage has undergone major social changes since the adoption of the Convention,’ stelt het Hof, en later voegt het er in zijn algemeenheid aan toe: ‘The Court cannot but note that there is an emerging European consensus towards legal recognition of same-sex couples. Moreover, this tendency has developed rapidly over the past decade.’

Het is echter te weinig om een recht op een homohuwelijk uit het artikel 12 EVRM af te leiden. Dat zou ook veel kunstgrepen vergen, want dit artikel spreekt expliciet van ‘mannen en vrouwen’ en van ‘nationale wetten die het recht om te huwen beheersen’. Maar het Hof acht de tijd wel rijp om het omgekeerde te concluderen. ‘The Court would no longer consider that the right to marry enshrined in Article 12 must in all circumstances be limited to marriage between two persons of the opposite sex.’

En ook een ander schaakstuk wordt verschoven: ‘a cohabiting same-sex couple living in a stable de facto partnership, falls within the notion of “family life”’. Dit is een belangrijke zet. In 2001 durfde onze eigen Hoge Raad het nog niet aan om een homoseksuele relatie onder het begrip family life te brengen omdat het Hof dat nog niet gedaan had. Die rechtspraak kan nu dus weer herzien worden.

Het Hof moet dan echter nog ingaan op de vraag die in het verlengde ligt van de erkenning van het family life: in hoeverre hebben homostellen ten aanzien van de wettelijke erkenning van familiy life recht op een gelijke behandeling ten opzichte van heterostellen? Met andere woorden: hebben homo’s dan niet tenminste recht op een geregistreerd partnerschap dat vergelijkbaar is met een huwelijk?

Die vraag omzeilt het Hof met een minimalistische redenering. ‘The Court reiterates in this connection that in proceedings originating in an individual application it has to confine itself, as far as possible, to an examination of the concrete case before it.’ Nu Schalk en Kopf hun relatie in Oostenrijk kunnen laten registreren valt er voor het Hof niet veel meer te doen. Ze beoordelen overigens nog wel de (gedeeltelijk vergelijkbare vraag) of Oostenrijk niet te laat was met zijn geregistreerd partnerschap. Dat is volgens het Hof niet het geval, omdat Oostenrijk – hoewel niet in de voorhoede – nog altijd behoort tot een minderheid aan Staten waar er een partnerschap valt te registreren.

Dit opeens opkomende minimalisme van het Hof is weinig overtuigend, zeker omdat het in andere zaken nogal klaagt over zijn werklast. Een veel nadrukkelijkere uitnodiging om een tegen een ander land te gaan procederen is namelijk niet echt denkbaar. Bovendien ziet het minimalisme niet alleen op het geven van ‘narrow decisions’ (zoals hier) maar ook op het afzien van ‘deep holdings’, dat wil zeggen fundamentele overwegingen over hoe het allemaal precies zit. En dat doet het Hof hier nu juist wel. Een echte minimalist had een manier gevonden om dit soort overwegingen te vermijden: ‘the Court would start from the premise that same-sex couples are just as capable as different-sex couples of entering into stable committed relationships.’

De klacht van de dissenters is dan ook dat het Hof wel de argumenten aanvoert, maar niet de conclusie trekt. Daarmee is de uitkomst van de schaakpartij eigenlijk al wel bekend. De dissenters van vandaag zijn de beslissers van morgen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: