Nieuw drugsbeleid onhoudbaar

door Ingezonden op 03/06/2011

in Decentralisatie, Rechtspraak

De lang verwachte brief met hierin de kabinetsplannen voor coffeeshops is 27 mei naar de Tweede Kamer gestuurd. Als het aan de regering ligt, worden coffeeshops besloten clubs voor de lokale markt: alleen leden hebben toegang. Het maximum aantal leden wordt landelijk bepaald. De burgemeester zal in verband met de lokale vraag hierop het aantal coffeeshops moeten afstemmen. Alleen meerderjarige ingezetenen van Nederland krijgen toegang tot een coffeeshop op vertoon van een geldig identiteitsbewijs en een bewijs dat de aanvrager ingezetene van Nederland is. Het lidmaatschap kan niet voor korter dan één jaar worden aangegaan.

Het nieuw voorgestelde beleid roept echter op z’n minst drie problemen op. Dat betreft het toepassen van het zogenoemde ingezetenencriterium. Aan niet-ingezetenen van Nederland moet een coffeeshophouder het lidmaatschap ontzeggen. Volgens art. 1 Grondwet worden echter allen die zich in Nederland bevinden, gelijk behandeld. Op dat beginsel kan men slechts inbreuk maken als daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardigheidsgrond bestaat. De nu aangedragen reden – verstoring van de openbare orde – kan niet die grond zijn. Het veronderstelt dat alleen buitenlanders de orde verstoren rondom coffeeshops. Dat is echter nooit aangetoond. Als het al gebeurt, doen Nederlanders het net zo hard.

De Almelose rechtbank heeft om deze reden het coffeeshopbeleid van de gemeente Hengelo in 1996 al eens afgekeurd. De verwachting is dat de Raad van State begin juli in een conflict tussen de burgemeester van Maastricht en een coffeeshophouder hetzelfde zal oordelen over het verplicht ontzeggen van de toegang tot coffeeshops aan niet-ingezetenen.

Tot nu toe wordt een coffeeshophouder gedoogd als hij geen reclame maakt, geen hard drugs verhandelt, geen overlast veroorzaakt, niet verkoopt aan jeugdigen, slechts een kleine hoeveelheid per transactie verkoopt en geen grote voorraad aanhoudt. Daar komt nu een nieuwe gedoogvoorwaarde bij: de coffeeshophouder dient een vereniging op te richten waarvan zijn klanten lid zijn. Het is zeer de vraag of dit juridisch toelaatbaar is. Het gaat niet om een gewone vereniging, maar een vereniging die op structurele basis strafbare feiten pleegt. De Rechtbank Almelo heeft in 2001 een dergelijke vereniging verboden en ontbonden op vordering van de officier van justitie wegens strijd met de openbare orde. Die vereniging stelde zich ten doel de belangen van cannabisconsumenten te behartigen. Zij spande zich in voor het verkrijgen en verstrekken van schone cannabisproducten.

Het is op z’n zachtst gezegd krom dat de regering de voorwaarde wil gaan stellen van het oprichten van een verenging die handelt in strijd met de openbare orde. Een zodanige verplichting roept ernstige spanning op met de vrijheid van vereniging, die in art. 8 Grondwet letterlijk wordt begrensd door de openbare orde.

Een derde probleem valt te voorzien in de sfeer van het toezicht op de verplichte ledenadministratie van de coffeeshopexploitant. Een toezichthouder wordt in dit geval niet belast met het toezicht op de naleving van de wet, maar met het toezicht op de niet-naleving van de Opiumwet. Dat valt moeilijk te rijmen met de wettelijke omschrijving van de taak van een toezichthouder.

Heeft de regering voldoende nagedacht over deze plannen? Of moet de lancering van dit beleidsplan geduid worden als een opzichtige poging om de Raad van State straks de schuld te geven van de onmogelijkheid het coffeeshopbeleid te wijzigen?

Prof. Jan Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen en medewerker Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 nol van schaik 06/06/2011 om 11:54

Lid worden van een cannabis bende?

Minister Opstelten heeft het allemaal al uitgewerkt, gedoogde cannabis coffeeshops moeten zich omvormen naar verenigingen met geregistreerde leden, dan zal het volgens hem snel afgelopen zijn met de aan de coffeeshops gelieerde criminaliteit.
Dat klopt dus van geen kant, ten eerste omdat de coffeeshop problematiek zich niet afspeelt bij de voordeur van de coffeeshop, maar bij de niet zichtbare achterdeur, waar de wiet wordt ingekocht.
Ivo Opstelten heeft in 1969 zijn doctoraal Rechten behaald, en is dus Meester in de Rechten, een titel die doet vermoeden dat zijn kennis van het recht en de wet in Nederland veel beter is dan van b.v. een coffeeshophouder.

Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat onze huidige Justitie Minister zijn studie Rechten al lang vergeten is, want hij blijft maat drammen dat de Wietpas er gaat komen, terwijl volgens mij de invoering van dit onding meer criminalitiet gaat veroorzaken dan bestrijden.
Het lijkt me logisch dat veel meer mensen hun cannabis gaan kopen op straat, en niet alleen de geweigerde buitenlandse cannabisten, de meerderheid van mijn klanten peinst er niet over om zich te laten registreren als cannabis gebruiker bij een Wietclub.

Dat Ivo hiermee een golf aan rechtszaken vanwege discriminatie gaat veroorzaken staat al vast, want veel buitenlandse bezoekers, en vooral de inwoners van de EU, zullen zich gediscrimineerd voelen, en hier tegen in het geweer komen. Volgens mij kan elke buitenlander die zich in Nederland gediscimineerd wordt (gratis) rechtsbijstand aanvragen om naar de rechter te stappen, en ik hoop dat ze dat allemaal doen.

Er is echter nog een groter struikelblok voor de invoering van de Wietpas, zoals omschreven door Prof. Jan Brouwer, ik citeer uit een artikel van zijn hand:

“Tot nu toe wordt een coffeeshophouder gedoogd als hij geen reclame maakt, geen hard drugs verhandelt, geen overlast veroorzaakt, niet verkoopt aan jeugdigen, slechts een kleine hoeveelheid per transactie verkoopt en geen grote voorraad aanhoudt. Daar komt nu een nieuwe gedoogvoorwaarde bij: de coffeeshophouder dient een vereniging op te richten waarvan zijn klanten lid zijn. Het is zeer de vraag of dit juridisch toelaatbaar is. Het gaat niet om een gewone vereniging, maar een vereniging die op structurele basis strafbare feiten pleegt. De Rechtbank Almelo heeft in 2001 een dergelijke vereniging verboden en ontbonden op vordering van de officier van justitie wegens strijd met de openbare orde. Die vereniging stelde zich ten doel de belangen van cannabisconsumenten te behartigen. Zij spande zich in voor het verkrijgen en verstrekken van schone cannabisproducten.”

Prof. Jan Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen en medewerker Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
http://www.publiekrechtenpolitiek.nl/nieuw-drugsbeleid-onhoudbaar/

Bovenstaande wil dus zeggen dat Wietclubs, zoals Ivo Opstelten deze voor ogen heeft en verplicht wil gaan invoeren, door Justitie beschouwd kunnen worden als een criminele organisatie, en dus als zodanig vervolgd kunnen worden.

Minister Opstelten is dus voornemens om in Nederland 666 nieuwe criminele organisaties in het leven te roepen, en wil van elke cannabis gebruiker een bendelid maken.
Deze wetenschap zal de animo om eventueel lid te worden van een Wietclub niet ten goede komen, want op deze manier staat een Wietpas praktisch garant voor een strafblad.

Minister Opstelten heeft blijkbaar een opfrissings cursus Rechtswetenschap nodig, want hij komt op mij over als een bijzonder incompetent politicus, hij maakt een bende van zijn Wietpas plannen.

Nol van Schaik.
Coffeeshophouder te Haarlem.
Toekomstig Bendeleider, alias: Al Cannapone.

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: