Nieuw nummer TvCR (2017/2)

door STKR op 14/05/2017

in Recensies

Post image for Nieuw nummer TvCR (2017/2)

Het voorjaarsnummer van het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (TvCR) opent met een artikel van Gert Jan Veerman, die ingaat op de aloude bewering dat amendementen de kwaliteit van Nederlandse wetgeving aantasten. Na een schets van de constitutionele betekenis van het amendementsrecht gaat hij aan de hand van nieuw empirisch onderzoek na in welke gevallen amendementen problematisch zijn geweest. Veerman concludeert dat het amendementsrecht in  de huidige politieke praktijk nog steeds een belangrijke functie vervult, dat wetsvoorstellen er meestal niet slechter van worden en soms zelfs beter. Bovendien vervult het amendement een belangrijke politieke functie en kan het ruimte bieden voor onderhandeling. Voor het waarborgen van kwaliteit zijn diverse veiligheidskleppen ingebouwd, die in de praktijk niet vaak in werking behoeven te worden gesteld.

In de rubriek Wetgeving bespreken Pien van den Eijnden en Paul van Sasse van Ysselt de achtergrond en doelstelling van de voorstellen voor een algemene bepaling en het recht op een eerlijk proces in de Grondwet, die in eerste lezing in behandeling zijn bij de Tweede Kamer. Het eerste voorstel voegt aan de Grondwet een bepaling toe die luidt: “De grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”. Het tweede voorstel beoogt een lid aan het huidige artikel 17 Grondwet toe te voegen, waarin wordt geregeld dat een ieder recht heeft op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Dit recht geldt bij het vaststellen van rechten of verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van ingestelde vervolging. Daarmee strekt de bepaling verder dan de waarborgen die volgen uit artikel 6 EVRM, dat ziet op burgerlijke en strafzaken, of artikel 47 EU-Grondrechtenhandvest, dat betrekking heeft op het Unierecht.

De stelling die deze keer in TvCR wordt bediscussieerd heeft betrekking op het initiatiefwetsvoorstel over orgaandonatie. Dit wetsvoorstel beoogt een zogenaamd ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren, op basis waarvan iedereen die niet reageert op de (herhaalde) vraag over opname in het donorregister, wordt geacht met donatie te hebben ingestemd. Jos Dute pleit voor de stelling dat dit voorstel in strijd is met artikel 11 Grondwet, Aart Hendriks betoogt dat het voorstel de grondrechten geen geweld aandoet.

In de rubriek Bij de buren deze keer veel aandacht voor Brexit. Gareth Davies bespreekt de procedurele en constitutionele aspecten van het aanstaande vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese  Unie. In zijn bijdrage gaat hij op de positie van drie partijen waarmee de Britse regering te maken krijgt als het gaat over de voorwaarden voor uittreding: Schotland, het Britse parlement, en de rest van de Europese Unie. In de tweede bijdrage in deze rubriek gaat Derk Bunschoten meer specifiek in op de uitspraak van het Britse High Court en het Supreme Court over de betrokkenheid van het Britse parlement bij de beslissing om de Brexit-procedure in gang te zetten.

In de boekenrubriek allereerst aandacht voor het proefschrift van Lukas van den Berge (UU), waarin als uitgangspunt wordt genomen dat het bestuursrecht wordt beheerst door twee idealen: enerzijds de autonome, primair op vrijheid en gelijkheid gebaseerde rechtsopvatting en anderzijds een sterk op de sociale werkelijkheid geörienteerde rechtsopvatting. Centraal in het proefschrift staat de vraag hoe kan worden toegewerkt naar een meer relationeel bestuursrecht, waarmee tegemoet kan komen aan een veranderde sociale werkelijkheid zonder het klassieke vrijheidsideaal te verontachtzamen. De tweede boekenbijdrage bespreekt het boek ‘Europa ja – aber welches?’ van Dieter Grimm, oud-rechter van het Bundesverfassungsgericht. De bundel, een verzameling bijdragen die Grimm de afgelopen jaren in boeken en tijdschriften publiceerde, geeft een probleemanalyse van het proces van europeanisering aan de hand van concepten als soevereiniteit, democratie constitutionalisering, en de positie van parlementen en rechters. In  het laatste hoofdstuk betoogt Grimm dat de discussie over de ‘finaliteit’ van het Europese project steeds wordt uitgesteld, maar dat intussen wel (pragmatische) stappen worden gezet die hierop een voorschot nemen. Hoewel hiermee weliswaar dringende problemen zoals de eurocrisis worden opgelost, is het de vraag wat dit doet met het vertrouwen van de burger in de EU als geheel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: