Obama’s ongrondwettelijke aanval geeft uitdrukking aan bredere ontwikkeling

door Ingezonden op 26/09/2014

in Buitenland

Post image for Obama’s ongrondwettelijke aanval geeft uitdrukking aan bredere ontwikkeling

Op 10 september 2014 besloot President Obama tot het starten van een driejarige militaire campagne tegen de Islamitsche Staat (IS). Het is een zorgelijke dat hij dit deed zonder toestemming van het Congres. De beslissing is daardoor in strijd met de Amerikaanse grondwet en een speciale wet over de verdeling van oorlogsbevoegdheden. Obama kreeg hierop veel kritiek in onder andere The New York Times. De invloedrijke jurist Bruce Ackerman beschuldigde hem zelfs van ‘constitutioneel verraad’. Obama is echter niet de eerste President die meer macht naar zich toetrekt. En waarschijnlijk ook niet de laatste. De strijd tegen communisme in de 20ste eeuw en vooral de strijd tegen terrorisme in de 21ste eeuw hebben de Amerikaanse rechtsstaat uitgehold.

Want oorspronkelijk was de macht over de krijgsmacht van de Verenigde Staten strikt gescheiden. Artikel 1.8 van de Amerikaanse grondwet bepaalt dat het Congres, het Amerikaanse parlement, de exclusieve bevoegdheid heeft om ‘oorlog te verklaren’. En volgens Artikel 2.2. is de President ‘opperbevelhebber’ van de strijdkrachten. Dit betekent grofweg dat het Congres oorlogen mag beginnen en dat de President deze daarna mag uitvoeren.

Tot en met de Tweede Wereldoorlog functioneerde dit rechtsstatelijke systeem behoorlijk goed. President Roosevelt, bijvoorbeeld, ging pas over tot de aanval op Nazi-Duitsland nadat het Congres Duitsland eind 1941 de oorlog had verklaard. De congresionele oorlogsverklaring had volgens sommigen echter veel te lang op zich laten wachten. De strijd tegen het communisme die eind jaren ’40 op gang kwam vroeg om meer presidentiele slagkracht, zo vonden de opvolgers van Roosevelt. Vanaf 1950 begonnen presidenten de krijgsmacht dan ook in te zetten zonder daarvoor toestemming aan het Congres te vragen. President Truman deed dit in Korea, Kennedy en Johnson in Vietnam en Nixon vervolgens in Cambodia.

Begin jaren ‘70 raakte het Congres de ‘keizerlijke’ presidenten zat. In 1973 werd een speciale wet over ‘oorlogsbevoegdheden’ aangenomen die bepaalde dat een Amerikaanse President geen ‘vijandelijkheden’ mocht beginnen zonder expliciete toestemming van het Congres. Let op de woordkeuze. Met de term ‘vijandelijkheden’ benadrukte het Congres nog eens extra dat een President toestemming nodig heeft voor de uitvoering van alle soorten gevechtshandelingen. En dus niet alleen voor gevechtshandelingen die uitmonden in oorlog.

De wet veranderde echter weinig. Navolgende presidenten bleven volhouden dat zij de krijgsmacht zelfstandig konden inzetten. In de jaren ’90 bereikte de machtsconcentratie een voorlopig hoogtepunt toen President Clinton opdracht gaf tot het uitvoeren van gevechtshandelingen in onder andere Bosnië en Haiti zonder het Congres ook maar op de hoogte te stellen.

Dat was echter nog niks vergeleken met ontwikkelingen die plaatsvonden na 9/11. President George W. Bush deed het voordien ondenkbare door als opperbevelhebber in de ‘War on Terror’ opdracht te geven tot martelen. Dit terwijl martelen in 1992 bij wet was verboden. De congresionele toestemming die Bush kreeg voor de gevechtshandelingen in Afghanistan en Irak zag hij slechts als ‘steun’. Deze oorlogen was hij zonder goedkeuring van het Congres net zo goed begonnen, zo verklaarde Bush achteraf.

Tijdens zijn presidentiële campagne in 2007 beloofde Obama ‘change’, ook met betrekking tot de inzet van de krijgsmacht. Hij zou de ongrondwettelijke praktijken van voorgangers niet voortzetten. Desalniettemin startte Obama kort na zijn verkiezing op eigen gezag een grootschalige campagne waarbij in meerdere landen met onbemande vliegtuigen van terrorisme verdachte personen worden gedood. Daarnaast gaf Obama in 2012 zonder toestemming van het Congres opdracht tot het bombarderen van Libië. En op 10 september 2014 nam hij zelfstandig de beslissing om de reeds gestarte gevechtshandelingen in het Midden-Oosten drastisch uit te breiden. (De autorisatie die hij een week later van het Congres zou krijgen betrof, anders dan Obama claimde en wat beweerd werd in sommige kranten, niet de hele campagne tegen IS. Op 17 september gaf het Congres toestemming voor de uitvoering van slechts een zeer klein onderdeel daarvan, namelijk de training en bewapening van gematigde Syrische rebellen.)

Daarmee lijkt Obama weer een stapje verder te gaan dan zijn voorgangers. Tot nu toe openden presidenten alleen de aanval zonder congresioneel fiat als zij dachten te handelen uit nationale zelfverdediging. Nu besluit Obama voor het eerst tot het uitvoeren van ongeautoriseerde gevechtshandelingen met een preventief karakter. Want, zo vond ook de President zelf, IS brengt het Amerikaanse moederland nog niet direct in gevaar.

En zo krijgen Amerikaanse presidenten steeds meer greep op belangrijke delen van het staatsbestel ten koste van het Congres. De rechtsstatelijke scheiding der machten wordt langzaam maar zeker uitgehold. Met belangrijke bevoegdheden in de handen van één of enkele personen neemt de kans op blunders of, erger, machtsmisbruik toe en is voldoende democratisch draagvlak voor ingrijpende beslissingen niet langer gegarandeerd.

De Amerikaanse ontwikkeling staat echter niet op zichzelf. De meeste westerse regeringen hebben zich de laatste jaren meer en verdergaande bevoegdheden toegeëigend met als doel terrorisme beter te kunnen bestrijden. Parlementen en rechters zijn daardoor steeds minder in staat om nationaal veiligheidsbeleid effectief te controleren. Ook in Nederland. En nu het waargenomen dreigingsniveau door het succes van IS hoger wordt, is te verwachten dat de concentratie van macht bij westerse regeringen verder toeneemt.

Veiligheid is belangrijk, maar het veiligheidstreven mag de rechtsstaat niet ondermijnen. Juist in moeilijke tijden moeten burgers ervoor waken dat maatregelen weloverwogen worden genomen, dat deze niet ten koste gaan van fundamentele rechten en dat zij kunnen rekenen op voldoende democratisch draagvlak. Want zoals Benjamin Franklin ooit zei: ‘zij die vrijheid opofferen voor veiligheid verdienen geen van beide’.

Reijer Passchier en Wim Voermans

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 26/09/2014 om 16:13

Pleitnota voor bij het Supreme Court? Want als objectieve juridische analyse mist hier nog wel e.e.a.

Met name het feit dat de President onder de Executive Powers clause en de Ambassadors clause de vrijwel exclusieve bevoegdheid heeft om het buitenlands beleid van de Verenigde Staten te bepalen (zie: de Jerusalem Passports case die nu bij het Hooggerechtshof hangende is). Hieruit volgt dat het alleszins verdedigbaar is dat de President ook de bevoegdheid heeft – als opperbevelhebber – om het leger in te zetten voor buitenlands beleid voor zover het geen oorlog betreft. Daar verandert de War Powers Act niets aan, want de grondwettelijke bevoegdheden van de President kunnen niet bij gewone wet worden veranderd.

Dus is de vraag waar de grens ligt tussen buitenlands beleid en oorlog. Dat is geen eenvoudige vraag, maar het lijkt me alleszins redelijk om een bombardementscampagne ter ondersteuning van een bondgenoot (Irak) of om een terroristische vrijhaven aan te vallen (Syrië) onder buitenlands beleid te laten vallen. De Nederlandse steun voor deze campagne lijkt me ook geen oorlog.

Je hoeft geen John Yoo te zijn om te begrijpen dat deze kwestie minder eenvoudig is dan de auteurs hier doen voorkomen. Als het Congres ontevreden is, kunnen ze altijd nog de geldkraan dichtdraaien.

2 JADB 27/09/2014 om 10:20

Nog een weetje:
Mr. Butler was de enige “delegate” die bij het opstellen van de Grondwet tegen het aan de Senaat toekennen van de bevoegdheid oorlog te verklaren. Wie kent hem niet: hij was ook degene die verkiezingen een “impractical mode” vond.

3 Tim Staal 13/10/2014 om 16:53

Wat hier niet genoemd wordt zijn de zogeheten ’60 words’: de toestemming die het Congres in 2001 zelf heeft gegeven aan de President om alle middelen te gebruiken om terroristen gelieerd aan Al-Qaida onscahdelijk temaken. Zo lang de president een link vindt tussen de terroristen en Al-Qaida, zit hij gebakken. Dit is steeds verder opgerekt, met medewerking van zulke geliefde internationale juristen als Harold Koh.

That the President is authorized to use all necessary and appropriate force against those nations, organizations, or persons he determines planned, authorized, committed, or aided the terrorist attacks that occurred on September 11, 2001, or harbored such organizations or persons in order to prevent any future acts of international terrorism against the United States by such nations, organizations or persons.

en zo is het ongeveer gegaan dat het Congres zich erin heeft laten luizen:

http://www.radiolab.org/story/60-words/

4 Tim Staal 13/10/2014 om 16:55

dit is dus al 13 jaar aan de gang, niet pas onder Obama

5 Olive Yao 29/11/2015 om 12:58

Martin Holterman schrijft:
“Dus is de vraag waar de grens ligt tussen buitenlands beleid en oorlog. Dat is geen eenvoudige vraag, maar het lijkt me alleszins redelijk om een bombardementscampagne ter ondersteuning van een bondgenoot (Irak) of om een terroristische vrijhaven aan te vallen (Syrië) onder buitenlands beleid te laten vallen.”

Dat lijkt mij onredelijk. Redelijk lijkt mij, om bombardementen onder oorlogshandelingen te laten vallen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: