Stemfraude in de Eerste Kamer: deel woonakkoord eigenlijk verworpen

door GB op 17/03/2013

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Stemfraude in de Eerste Kamer: deel woonakkoord eigenlijk verworpen

We hebben het op dit blog al wel vaker geconstateerd: de Eerste Kamer fietst zichzelf wel zo fijn in de politieke kijker, maar hun interne stemmingsprocedure hangt met oud plakband en roestige spijkers aan elkaar. Meetellen van de stemmen van afwezige fractieleden bij het standpunt van de fractievoorzitter, optellen van totaal afwezige fracties bij de voorstemmers; in de Senaat kan het allemaal. Geen probleem als de senatoren zich met grote meerderheden buigen over technische kwesties, maar een risico als zeer politiek gevoelige wetgeving met minimale verschillen door de Staten-Generaal geduwd moet worden.

Afgelopen dinsdag voegde de Senaat een nieuwe beurse plek toe aan hun stem-record. Inzet was het Woonakkoord en alle aandacht ging naar PvdA-senator Duivesteijn die, koud een maand in de Senaat, onmiddellijk uit de rode kruiwagen dreigde te springen. Minister Blok probeerde bij Nieuwsuur de boel te sussen met het resultaat: de wetsvoorstellen waren gewoon aangenomen. Wie het stenogram leest kan dat zien. Met 37 tegen 36 hoofdelijk uitgebrachte stemmen. Dat zijn er 73 in totaal. Wegens ziekte van Tineke Strik onthield een VVD’er zich van stemming. Dat heet ‘pairing’.

Er was echter nog een PvdA-senator die het Woonakkoord in gevaar had gebracht. Senator Sylvester vergiste zich en riep bij de stemming eerst ‘tegen!’ door de zaal. Toen ze zich realiseerde wat ze had gedaan, probeerde ze haar stem te corrigeren door er een luidkeels ‘voor!’ achteraan te gooien. Meer smaken kent artikel 109 RvO EK  niet. De Voorzitter telt Sylvester uiteindelijk mee bij de voorstemmers en stelt de winst voor zijn partijgenoot minister Blok vast. PvdD-senator Koffeman maakt een punt van orde omdat ‘zijn gevoel’ zegt dat het corrigeren van een verkeerd uitgebrachte stem eigenlijk niet kan. De Voorzitter klapt er dan meteen vrij stellig overheen: Ja dat kan, totdat de volgende naam is genoemd.

Heeft de Voorzitter gelijk?

Wat hij vertelt is zonder meer een correcte weergave van artikel 71 lid 1 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Maar dat is natuurlijk niet relevant hier. Senaatsvoorzitter De Graaf moet het doen met de regels die voor de Eerste Kamer gelden. En die regels kennen geen vergelijkbare correctiemogelijkheid. Het gevoel van Koffeman was dus juist, de stelling van de Voorzitter voorbarig. Senator Sylvester had haar foute stem niet mogen kunnen herstellen. En daardoor had het voorstel met 36 tegen 37 verworpen moeten worden verklaard.

{ 16 reacties… read them below or add one }

1 Kaspar Mengelberg 16/03/2013 om 21:22

Geachte heer Boogaad,

Artikel 109 lid 2 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten Generaal luidt: ‘Ieder lid stemt met de woorden «voor» of «tegen», zonder enige bijvoeging’.
(http://www.eerstekamer.nl/id/vhyxhx38ytzl/document_extern/rvo_080708/f=/rvo_080708.pdf

De formulering ‘zonder enige toevoeging’ sluit, à la lettre genomen, correctie van een eenmaal uitgebrachte stem uit.

Ik ben geen staatsrechtskundige. U wel. Welke consequenties kan dit hebben, of dient dit zelfs te hebben? Kan een eenmaal plaatsgevonden stemprocedure in de Eerste Kamer alsnog ongeldig worden verklaard?

2 Yoeri Roosendaal 16/03/2013 om 22:55

Dit is wel heel merkwaardig zeg! Het feit dat de Tweede Kamer voor deze situatie een aparte bepaling heeft ingevoerd zegt wel dat het bepaald niet vanzelf spreekt dat je een uitgebrachte stem kunt herstellen. Misschien moeten we de beelden eens terugzien. Heeft de voorzitter bijvoorbeeld extra lang gewacht met het noemen van de volgende naam? Of heeft hij direct de volgende genoemd, maar was de senator nog sneller? En zijn er eerdere voorvallen te noemen?

Consequenties voor de geldigheid van de wet zal dit niet hebben. De Eerste Kamer heeft geaccepteerd hoe het gebeurd is en daarmee is de kous af.

3 Boze huurder 17/03/2013 om 12:44

De tiende druk van ‘Het Nederlandse parlement’ is helder over de Eerste Kamer: “De procedure inzake hoofdelijke stemmingen is in hoofdlijnen hetzelfde als in de Tweede Kamer. Een regeling van het herstel van vergissingen bij het uitbrengen van stemmen ontbreekt echter.” (p. 437)

4 Martin Holterman 17/03/2013 om 13:33

@Kaspar: Ik zie niet in waarom ”zonder enige bijvoeging” correcties noodzakelijkerwijs uitsluit. De bepaling kan zo gelezen worden, maar me dunkt dat we in geval van twijfel de voorkeur moeten geven aan een interpretatie die meer strookt met de bedoeling van de ”wetgever”, de verhouding van deze bepaling tot het systeem van de Grondwet & het staatsrecht in het algemeen, etc. Aangezien ik met de beste wil van de wereld geen reden kan verzinnen waarom een correctie zoals die hier heeft plaatsgevonden problematisch zou zijn, terwijl ik wel een hele goede reden kan bedenken waarom we graag zouden willen dat kamerleden stemmen in overeenstemming met hun overtuiging, lijkt me dat de regel van art. 109(2) RvOI beter gelezen kan worden als verbod op ”misschien”-stemmen, conditionele stemmen ”voor, maar alleen als het voorstel minstens 40 stemmen haalt” en andere ongein. Het feit dat de 2e kamer wel een expliciete regeling heeft voor correcties doet daar niet aan af. (Een a contrario redenering vereist, lijkt me, op z’n minst dat beide regels van dezelfde regelgever afkomstig zijn.)

5 Kaspar Mengelberg 17/03/2013 om 21:27

@Yoeri Roosendaal Ik verwijs naar het stenogram van het Kamerdebat onder http://www.eerstekamer.nl/stenogram/stenogram_400/f=/vj7wew1issnx.pdf.

Daarin staat op pagina 76 de volgende dialoog tussen de voorzitter en senator N. Koffeman:

“De heer Koffeman (PvdD): Voorzitter, mag ik een punt van orde maken?

De voorzitter: Zegt u het maar.
**
De heer Koffeman (PvdD): Mevrouw Sylvester stemde eerst tegen. Zij corrigeerde dat direct, maar naar mijn gevoel kan een uitgebrachte stem niet hersteld worden.

De voorzitter: Jawel, dat kan voordat ik de volgende naam heb genoemd”.

De voorzitter heeft de Kamer met dit laatste in elk geval niet op onbetwistbaar juiste wijze voorgelicht. Voor zover zijn mededeling onjuist was heeft de Kamer de uitslag dus ook op onjuiste basis geaccepteerd. De kous is dus niet af.

6 Yoeri Roosendaal 17/03/2013 om 22:14

@ Kaspar

Dank! Ik leid uit dit stenogram af dat de senator in kwestie direct zichzelf gecorrigeerd heeft. Ze is dus kennelijk niet ‘gematst’ of gestuurd door de voorzitter. Dan vind ik op zich dat ze haar stem moet kunnen veranderen als dat vaste praktijk is. En juist dat laatste zou in elk geval uit eerdere voorvallen moeten blijken.

7 CR 18/03/2013 om 11:42

Het gaat hier om de vraag of het vasthouden aan een regel formeel is (en dus nog in orde) of formalistisch wordt (en dus onzinnig). Het gekke is dat het trekken van die grens gevoelsmatig is. Er valt maar beperkt over te discussiëren.
Ik denk dat de uitleg van de voorzitter (de stem kan worden gecorrigeerd zolang de volgende naam niet is voorgelezen) nu is geaccepteerd en vanaf nu tot de precedenten van de Eerste Kamer kan worden gerekend.

8 GB 18/03/2013 om 11:44

Geachte heer Mengelberg,

De Eerste Kamer heeft een besluit genomen via de door de Voorzitter vastgestelde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Dat daar wat mij betreft een onrechtmatigheid aan vooraf is gegaan raakt de geldigheid van dat besluit niet. Bij de rechter zal deze fout in de stemming ook geen gevolgen hebben; de rechter heeft niet de gewoonte om de totstandkoming van een formele wet meer te toetsen dan door te constateren dat de Voorzitter kennelijk van mening was er een meerderheid was – en sommigen noemen dat niet eens ‘toetsing’ in de strikte zin van het woord.

Ons staatsrecht heeft de handhaving van dit soort procedurevoorschriften grotendeels in handen van de verkozen lichamen zelf willen laten. De vraag is dus hoe serieus de Senatoren hun eigen regels zelf nemen en of zij daar nog consequenties aan willen verbinden, in de richting van hun Voorzitter of in de richting van de regering. Daarna is het aan de (indirecte) kiezer om eventueel af te rekenen, en aan de Sentoren om verantwoording af te leggen aan kiezer en media.

9 GB 18/03/2013 om 11:58

@Martin

Er zijn best goede redenen te bedenken waarom het mogelijk moet zijn om bij hoofdelijke stemming je stem te corrigeren. Ik heb zelf wel eens meegemaakt dat het best lastig kan zijn om in een gewichte stemming je aandacht te verdelen tussen dat je én op je naam let, én nog weet wat je wilt stemmen én je niet laat afleiden door het ‘voor’ of ‘tegen’ wat zo juist voor je heeft geklonken. Ik denk dat als de gemaakte fouten op een rijtje staan dat het vaak gaat om iemand die uit reflex hetzelfde roept als zijn of haar onmiddellijke voorganger.

Dat er materieel goede redenen zijn om dit mogelijk te maken is iets anders dan dat er toch tenminste één dingetje in het staatsrecht een beetje precies en dichtgeregeld moet zijn: stemmingen/stemrecht/kiesrecht e.d. Daar mag gewoon zo min mogelijk gedonder over komen. Om die reden bepaalt art. 109 ook zo precies in welke smaken je moet stemmen. ‘Laten we het maar doen dan’ en ‘sodemieter op’ zijn geen geldig uitgebrachte stemmen, hoewel het niet veel moeite kan kosten om materieel vast te stellen of hier een voor- of een tegenstem wordt uitgebracht. Het gaat hier sacramenteel staatsrecht: de rechtsgevolgen zijn verbonden aan een precieze formulering; taalhandeling en rechtshandeling vallen letterlijk samen. Net als bij het zweren van de eed. En net als bij de consecratie in de katholieke mis: het zijn woorden in hun exacte formulering die het ‘m doen, hoogstens te corrigeren voor de betekenis. Zo kunnen we Ankie Broekers-Knols ‘veur’ nog onder ‘voor’ schuiven, maar dan houdt het op. Tenzij er in een specifieke regeling is voorzien, zoals het geval is in de Tweede Kamer. Anders niet.

10 Ruudt 18/03/2013 om 14:25

Ik ben nog niet overtuigd door GB.

Sylvester heeft twee keer een uitroep gedaan, zoals beschreven in het RvO. Een keer zachtjes ‘tegen’, gevolgd door een luid ‘voor’. En dat allebei voor de volgende spreker aan bod was. Het is aan de voorzitter om vast te stellen, en daar had hij slechts de tijd voor tot de volgende stemmer zou stemmen, welke van de twee uitroepen als echte stem moest worden beschouwd. Volgens mij heeft de voorzitter dat op correcte wijze gedaan.

Wie deze interpretatie te vrij vindt, en wil vasthouden aan een letterlijke (of zo u wilt sacrementele) interpretatie van het Rvo, dient m.i. te redeneren dat mevrouw Sylvester nog geen geldige stem had uitgebracht, want volgens het RvO mag na het woord voor of tegen geen bijvoeging volgen. Het zou dan echter aan de voorzitter zijn om mevrouw Sylvester er op te wijzen dat de uitroep voor/tegen niet conform het RvO is, en haar verzoeken alsnog haar stem duidelijk uit te brengen. De uitkomst van de stemming zou dan precies hetzelfde zijn geweest.

11 Yoeri Roosendaal 18/03/2013 om 23:17

“én je niet laat afleiden door het ‘voor’ of ‘tegen’ wat zo juist voor je heeft geklonken. Ik denk dat als de gemaakte fouten op een rijtje staan dat het vaak gaat om iemand die uit reflex hetzelfde roept als zijn of haar onmiddellijke voorganger.”

Dat zal het hier toch niet geweest zijn. Direct vóór Sylvester stemde senator Swagerman van de VVD. Die stemde vóór. Toch riep Sylvester in eerste instantie “tegen”! Wellicht de oerreactie van een PvdA-Kamerlid op de stem van een Kamerlid van voormalig aartsvijand VVD. De campagne van 2012 dreunt nog na.

Alle (zeer goede!) reacties teruglezende denk ik dat voor beide standpunten wat te zeggen valt. Misschien zit het probleem ook wel in het feit dat de Eerste Kamer te weinig hoofdelijke stemmingen doet. Volgens het reglement van orde is het hoofdregel, maar in de praktijk kennelijk uitzondering. Ook dat is eigenlijk wel merkwaardig.

12 GB 19/03/2013 om 10:45

@ Ruudt

In jouw lezing is de geldigheid van de uitgebrachte stem dus voorlopig, namelijk zo lang er nog een toevoeging kan volgen?

En betoog jij nu dat het latere ‘voor’ moet worden aangemerkt als een bijvoeging bij het eerdere ‘tegen’?

13 Ruudt 19/03/2013 om 12:12

@GB
In deze situatie werd de voorzitter geconfronteerd met een lid dat zowel ‘tegen’ als ‘voor’ heeft gezegd. En dat allemaal, naar ik aanneem, binnen een seconde.

Persoonlijk ben ik voorstander van de simpele uitleg, namelijk dat de voorzitter, gelet op het verschil in stemvolume, terecht heeft vastgesteld dat Sylvester voor had gestemd.

Maar mijn betoog was dat, als je vast wilt houden aan een letterlijke lezing van het RvO, de voorzitter had moeten concluderen dat geen stem was uitgebracht. Er was immers niet simpelweg voor of tegen gezegd, maar er volgde inderdaad een bijvoeging (letterlijke betekenis toevoeging), waardoor twijfel ontstond over de vraag hoe Sylvester had gestemd.

14 Ruudt 19/03/2013 om 12:25

Vergelijk het maar met de situatie die zich zou voordoen als een lid zou zeggen: “ik ben niet voor!”.

Het bevat het letterlijke woord voor, maar je kunt toch onmogelijk verdedigen dat dat als een voorstem moet worden geteld. Ook dan had de voorzitter m.i. moeten concluderen dat niet conform RvO was gestemd omdat bijoegingen werden gebruikt, en het lid in staat stellen om alsnog duidelijk aan te geven of hij voor of tegen was.

15 JADB 19/03/2013 om 21:29

Met de uitkomst van het geheel kan ik het moeilijk oneens zijn. Maar het wordt wel eens tijd het reglement van orde aan te passen op de praktijk.

16 M.J. Hoogendoorn 20/03/2013 om 13:35

Alleen al tot behoud van de prachtige term ‘sacrementeel staatsrecht’, stel ik voor dat “tegenVOOR!” een nietige stem is, en dus staatsrechtelijk niet bestaand. Sylvester had moeten roepen “tegenVOOR!” (nietig), gevolgd door een geldig “Voor!”, voorat de volgende naam werd afgeroepen.

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: