Tsjechië leert ons een lesje onafhankelijk rechtspreken

door Ingezonden op 08/10/2013

in Rechtspraak

Post image for Tsjechië leert ons een lesje onafhankelijk rechtspreken

Gijsbert Vonk wees in zijn lezing Law and the rise of the repressive welfare state, gehouden voor een conferentie van het European Institute of Social Security, op het verschijnsel dat Europese verzorgingsstaten zich in rap tempo ontwikkelen tot strafstaten. Uitkeringsontvangers worden onder neoliberale en populistische invloed steeds vaker gesanctioneerd, gedrild, gecriminaliseerd en vernederd, louter vanwege het feit dat zij een beroep moeten doen op hun recht op inkomensondersteuning door de overheid.

Dit gebeurt onder ander door bijstandsgerechtigden in ruil voor hun uitkering en op straffe van korting daarop en intrekking daarvan, gedwongen te werk te stellen zonder dat zij daarvoor loon ontvangen. Meestal is dat het verrichten van geestdodend en/of zwaar lichamelijk werk, zoals schoffelen en schoonmaken van de openbare ruimte. Daarbij zijn de regels waaraan deze werkzaamheden moeten voldoen zelfs minder streng dan die welke gelden voor arbeid voor taakgestrafte criminelen. De kwalificatie ‘verplichte of gedwongen arbeid’, zoals genoemd en verboden in internationale mensenrechtenverdragen, lijkt hier dan ook op zijn plaats.

Speciale aandacht in zijn lezing heeft de jurist Vonk hierbij voor de wijze waarop de rechterlijke macht reageert op deze toenemende trend van repressie in de sociale wetgeving en voor de vraag of zij voldoende tegenwicht biedt om het evenwicht te bewaren tussen plichten en rechten van de (in dit geval bijstandsgerechtigde) burger, waarvan in rechtsstaten immers sprake dient te zijn. Als de wetgever te sterk de nadruk legt op de plichten is het de taak van de rechter het evenwicht te herstellen.

Vonks conclusie is dat rechters, zowel in Nederland, als in Duitsland en Engeland, soms wel geneigd zijn een licht kritische houding aan te nemen tegen onevenwichtige overheidsmaatregelen, maar dat zij als puntje bij paaltje komt de hier gerechtvaardigde implicatie ‘verboden dwangarbeid’ systematisch vermijden. Fe ontstane onbalans blijft daardoor nu al vele jaren in tact. ‘For a long time there were hardly any national or international cases in which concrete decisions of social security administrations to withhold benefit rights were considererd to be in violation of any of these (fundamental) rights.’ De gerechtshoven in genoemde landen ‘reject outright the relevance of the prohibition of forced labour in social security cases’, aldus Vonk. Een beroep op dit verbod door klagers wordt door de rechtbanken immers bijna standaard ongegrond verklaard. En het argument dat zij daarvoor aanvoeren – er is niet echt sprake van druk of dwang, men kan het werk ook weigeren – is niet steekhoudend.

Zeer opmerkelijk en verkwikkend is dan ook de uitspraak van het Tsjechische Constitutionele Hof, die hier weinig aandacht heeft getrokken. De uitspraak maakte korte metten met een wet die ook in de Tsjechische Republiek verplichte tewerkstelling voor werklozen invoerde. De wet bepaalde dat werklozen een straf opgelegd kregen, in de vorm van inhouding van hun uitkering, als ze gedwongen arbeid weigerden.

De zaak werd aangekaart door enkele Tsjechische parlementariërs, die betoogden dat de nieuwe wet in strijd was met de conventies van de International Labour Organisation, in strijd was met het verbod op verplichte of gedwongen arbeid uit artikel 4 EVRM, en in strijd was met recht op sociale zekerheid zelf zoals vastgelegd in ESH.

Het Constitutionele Hof keurde daarop onder verwijzing naar bovengenoemde mensenrechtenverdragen dat deel van de nieuwe wet af, dat bepaalde dat werklozen een straf opgelegd krijgen als ze gedwongen werk weigeren met, zo schreef het Tsjechische dagblad Lidové noviny, als motivatie dat ‘de rechters van het Hof van mening zijn dat de overheid werklozen behandelt alsof het mensen zijn in een werkkamp. ‘Mensen moesten (onder de nieuwe wet) werken zonder daarvoor betaald te krijgen, waarbij ze vaak dezelfde kleur hesjes moesten dragen als mensen die tot taakstraffen waren veroordeeld. Dat is een inbreuk op hun waardigheid. Volgens de rechters is dat onvoorstelbaar, vooral omdat deze mensen vaak jarenlang of zelfs tientallen jaren hebben gewerkt. Bovendien werden de werkzaamheden door de autoriteiten naar eigen goeddunken gekozen.’ Een situatie die Nederlandse bijstandsgerechtigden niet onbekend zal voorkomen.

Op deze wijze, zo gaat de uitspraak verder, ‘dient de verplichting tot het accepteren van een aanbod van een publieke dienst niet tot beperking van sociale uitsluiting, maar juist tot intensivering daarvan’.

Feitelijk kraakt Vonk in zijn lezing de gouvernementeel georiënteerde Nederlandse bestuursrechtspraak in dezen en stelt hij de glasheldere, compromisloze houding van het waarlijk onafhankelijke Tsjechische Hof tegenover de harde repressie in de sociale wetgeving van steeds meer Europese landen ten voorbeeld aan hun rechters. Dit om het verloren evenwicht tussen rechten en plichten in de sociale wetgeving te herstellen en als noodzakelijk tegenwicht tegen nationale wetgevers die zich zo hard opstellen tegen hun burgers dat daar inmiddels sprake is van jarenlange schendingen van mensenrechten. Hij raadt deze rechters dan ook aan dit vonnis eens goed te bestuderen.

Vonk besluit zijn betoog vervolgens fijntjes met de woorden: ‘One wonders how the Czech court would have looked upon the Mandatory Work Programmes applying in the Netherlands (de maatschappelijk nuttige tegenprestatie), Germany and the UK. Would they pass the test? I doubt it.’ En ik niet minder.

Louis van Overbeek

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Super De Boer 08/10/2013 om 14:14

8) Hmmmm. Denk er zelf iets anders over. UItkeringsgerechtigden als het even kan (verplicht) aan het werk zetten: ja. Maar dan niet ‘met behoud van uitkering’. Werken —> minstens minimumloon verdienen. Omdat we vinden dat werkenden dat ten minste verdienen, en ook omdat we geen verdringing op de arbeidsmarkt willen. Die kant zouden Nederlandse rechters wat mij betreft op moeten.

2 Ab de Vos 09/10/2013 om 01:11

Nog eenvoudiger: schaf het minimum loon af en stop met uitkeringen. De markt is immers de oplossing voor alle te verrichten taken. De markt is ook rechtvaardig, want iedereen krijgt wat hij verdient.

De laatste moraal is de arbeidsmoraal en de overheid bewaakt haar. Wat je verdient dat is je waarde en de overheid drijft aan tot het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en het vervullen van je waarde. Werk je niet mee dan drijft ze je aan tot arbeid. Dit is wat solidair zijn betekent, want zo draag je bij aan het algemene belang. Werken, zwijgen en anders maar creperen, daar kies je dan immers zelf voor.

Het nieuwe rechtse realisme is: Arbeit macht frei. Vrijwillig verplichte euthanasie zal uiteindelijk de definitieve oplossing zijn om van de hopeloze niet productieve gevallen zoals dwarsliggers, vreetzakken, zuiplappen, verslaafden, luiwammesen, niet efficiënten, gedemotiveerden en niet enthousiasten af te komen. Na enige aandrang, controle achter de voordeur en individueel maatwerk tijdens de verplichte opname ziet betrokkene zelf uiteraard ook dat het redelijkerwijze het beste is voor hem en de samenleving om op deze wijze door te pakken. R.I.P.

3 lyngbakken 14/10/2013 om 22:28

Als motivering wordt gegeven dat de rechters van het Hof van mening zijn dat de overheid werklozen behandelt alsof het mensen zijn in een werkkamp.
Het Hof ziet dus wel degelijk dat geen sprake is van een behandeling in werkkamp, maar zet de situatie daar wel op één lijn mee.
Waarom? Ik vermoed omdat de huidige Tsjechische praktijk in meer dan één opzicht lijkt op één die gebruikelijk was vóór 1990. Dat zien we vaker in oosteuropese rechtspraak.
Dan lijkt het mij interessant om meer te weten over die achtergrond. Ik sluit bepaald niet uit dat in de totalitaire situatie toen fysieke dwang voor betrokkene richting werkkamp helemaal niet nodig was. De staat had toen veel andere dwang- en chantagemiddelen. En dan is de vergelijking die de Tsjechische rechters maken met arbeid onder fysieke dwang misschien wel heel begrijpelijk.

Maar dan zijn we er nog niet als we het voorbeeld willen overplanten naar Nederland. Ik zie tenminste nog niet dat de situatie in Nederland nu qua staatsdwang te vergelijken is met die in Tsjechië vóór 1990.

Verder: het vonnis van de Tsjechische rechters is wellicht goed te typeren als onafhankelijk, vooral wanneer het wordt bezien in een bredere historische Tsjechische mensenrechtencontext.
Maar om dan te suggereren dat de Nederlandse, Duitse en/of Engelse rechters dat niet zijn, vind ik een zwaktebod dat uit een gemakzucht in vergelijken voorkomt.

Tot slot: onafhankelijke rechters moeten inderdaad evenwichten bewaken. Nieuwe wettelijke boetemaatregelen in de sociale zekerheid laten zien dat uitkeringsgerechtigden zowel objectief als subjectief, in theoretische en in praktische zin harder worden aangepakt dan andere plegers van valsheid in geschrifte of diefstal, die vallen onder het gewone strafrecht. Ik zie daar (ook) een scheefte, en ben benieuwd wat de uitkeringsrechters in Nederland daarmee gaan doen, en hoop daar op evenwichtskunst en vergelijking met andere delen in het rechtsbedrijf. In dit opzicht kan ik het wel eens zijn met de kritiek van overtrokken criminalisering van sociaal zwakkeren. Mij lijkt dat onze nationale rechters hier vooralsnog meer zinnig werk kunnen doen dan op het vlak van de arbeids- en reïntegratieverplichtingen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: