Wederrechtelijkheid bij het Kraakverbod

door PJK op 06/09/2010

in strafrecht

Huidige situatie

Artikel 138 (huisvredebreuk) beschermt tegen het kraken van een pand dat in gebruik is. Is een pand niet in gebruik dan is het kraken daarvan strafbaar wanneer het gebruik door de rechthebbende niet meer dan twaalf maanden voorafgaande aan de kraakactie is beëindigd (art. 429sexies Sr.). Op grond van deze artikelen werden regelmatig kraakpanden ontruimd (vaker overigens op grond van civiele vonissen), totdat de Hoge Raad daar in oktober 2009, in navolging van enkele lagere rechters, een stokje voor stak. Art. 138 en 429sexies Sr. bieden volgens de HR geen wettelijke grondslag voor ontruiming (LJN BJ1254). Krakers kunnen uiteraard nog wel vervolgd worden voor deze artikelen en kraakpanden kunnen nog steeds op civiele of bestuursrechtelijke titel ontruimd worden.

Wet kraken en leegstand

Op 1 oktober 2010 treedt de initiatiefwet ‘Kraken en Leegstand’ in werking. Naast enkele wijzigingen in onder andere de Leegstandswet en de Huisvestingswet die gemeentes meer bevoegdheden moeten geven bij het bestrijden van leegstand is de belangrijkste wijziging het algehele kraakverbod.

De wet Kraken en Leegstand schrapt art. 429sexies en voegt een nieuw art. 138a toe aan het Wetboek van Strafrecht. 138a stelt het strafbaar om een woning of gebouw dat niet in gebruik is wederrechtelijk binnen te dringen of aldaar wederrechtelijk te vertoeven. Omdat tijdens de behandeling de zojuist genoemde jurisprudentie ontstond voegden de inititiefnemers via een nota van wijziging een artikel toe aan het Wetboek van Strafvordering, namelijk art. 551a:

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats betreden. Zij zijn bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of te doen verwijderen.

Met dit artikel wordt beoogd te verzekeren dat gekraakte panden op strafrechtelijke gronden ontruimd kunnen worden.

Problemen met de wederrechtelijkheid

Aan dit laatste artikel kleven een aantal haken en ogen. Hoewel het duidelijk is dat een opsporingsambtenaar bij verdenking van een genoemd misdrijf de desbetreffende plaats mag betreden, mag deze pas enkel de personen en voorwerpen verwijderen wanneer deze daar wederrechtelijk vertoeven. Een strikte gramaticale interpretatie zou er toe leiden dat het pand dus pas ontruimd kan worden nadat de rechter heeft vastgesteld dat het verblijf wederrechtelijk is. Nu blijkt uit de parlementaire behandeling ondubbelzinnig dat de bedoeling van de indieners is dat er op 2 oktober 2010 geen kraakpand meer te vinden is. Echter, als de politie of het Openbaar Ministerie overgaat tot ontruimen zonder dat de wederrechtelijkheid door de strafrechter is vastgesteld is het de vraag of  art. 6 EVRM om de hoek komt kijken. Krakers hebben immers huisrecht (LJN: BA 4943. Bovendien ging de Hoge Raad ging niet mee met het argument van de landsadvocaat dat ontruiming slechts een lichte inbreuk op dat huisrecht is, onder andere vastgelegd in art. 8 EVRM, LJN BJ1254) en kunnen bij een eventuele onterechte ontruiming achteraf lastig gecompenseerd worden.

Daarnaast: mocht de rechter toch aannemen dat een verdenking van wederrechtelijk verblijf voldoende is, dan heeft dit misschien ook wel gevolgen voor huurders met serieuze problemen met de huisbaas…

Bij art. 138a Sr. moet er sprake zijn van een wederrechtelijk verblijf. Gezien de jurisprudentie met betrekking tot art. 138 (er is sprake van overtreding van art. 138 wanneer men bij wederrechtelijke verblijf na vordering het pand niet verlaat. Er zijn dus twee vorderingen nodig: één om het verblijf wederrechtelijk te maken en een tweede om de ongenode gast te verzoeken te vertrekken) ligt het voor de hand dat bij art. 138a, ondanks het schrappen van de vordering) nog steeds een vordering door of namens de rechthebbende nodig is om het verblijf wederrechtelijk te maken. Kraakt iemand dus een pand zonder dat de eigenaar daar weet van heeft, of zonder dat de eigenaar zich erom bekommert, dan is er naar mijn inzicht geen sprake van een overtreding van art. 138a Sr. Dan kan ook art. 551a Sv niet worden toegepast.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: